N-VA en Vlaams Belang nek aan nek in nieuwe peiling, De Wever populairder dan ooit
Als er vandaag verkiezingen zouden plaatsvinden, zouden N-VA en Vlaams Belang vrijwel even groot zijn in Vlaanderen. Dat blijkt uit de nieuwste Grote Peiling van HLN, VTM NIEUWS, RTL en Le Soir. N-VA zou met 25,5 procent van de stemmen nipt de grootste partij blijven, terwijl Vlaams Belang met 25,4 procent vlak daarachter volgt.
Gepubliceerd door Peter Backx
De cijfers tonen opnieuw hoe sterk de twee partijen elkaar beconcurreren. Terwijl N-VA haar resultaat van de verkiezingen van 2024 ongeveer behoudt, groeit Vlaams Belang duidelijk tegenover toen. De partij van Tom Van Grieken haalde bij die verkiezingen nog 21,8 procent.
Kleinere partijen volgen op afstand
Na de twee grootste partijen volgt een duidelijke kloof. Vooruit komt uit op 12,8 procent en blijft daarmee nipt voor CD&V, dat 12,6 procent haalt. Onder de symbolische grens van tien procent vinden we PVDA en Groen, met respectievelijk 9,8 procent en 7,7 procent.
De liberale partij Anders – de nieuwe naam van Open Vld – zakt opnieuw weg in de peiling. Met 5,6 procent blijft de partij de kleinste van Vlaanderen en flirt ze opnieuw met de kiesdrempel van vijf procent. Door de foutenmarge kan de score zelfs tot 4,2 procent dalen. De recente naamsverandering lijkt voorlopig weinig effect te hebben op de electorale steun.
De Wever blijft populairste politicus
Opvallend is dat premier Bart De Wever zijn positie als populairste politicus van Vlaanderen verder verstevigt. Bijna drie op de tien Vlamingen zeggen dat ze zich het best door hem vertegenwoordigd voelen. Daarmee staat hij ruim voor Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken, die op 13 procent uitkomt. Conner Rousseau van Vooruit vervolledigt het podium met 7 procent.
De persoonlijke populariteit van De Wever is historisch hoog. In de peiling waarin wordt gevraagd welke politicus de komende maanden een belangrijke rol moet spelen, haalt de premier 70 procent steun bij de Vlaamse bevolking. Sinds het begin van deze metingen in 2008 scoorde nog geen enkele premier zo hoog.
Populariteit ondanks moeilijke beslissingen
Dat hoge vertrouwen is opmerkelijk, omdat de federale regering onder leiding van De Wever de voorbije maanden verschillende ingrijpende maatregelen nam. Onder meer pensioenhervormingen en besparingen, inclusief een btw-verhoging, zorgden voor kritiek en protest.
Toch lijkt dat zijn persoonlijke populariteit nauwelijks te schaden. Volgens politieke waarnemers slaagt De Wever erin om zijn beleid als noodzakelijk te presenteren en tegelijk een breed publiek aan te spreken, ook buiten zijn eigen partij.
Zijn rol op het internationale toneel speelt mogelijk ook mee. Zo kreeg hij recent aandacht voor zijn aanpak van het Euroclear-dossier rond bevroren Russische tegoeden en zijn optreden op internationale fora zoals het Wereldeconomisch Forum in Davos.
Nek-aan-nekrace blijft
Ondanks de sterke persoonlijke score van De Wever blijft de strijd tussen N-VA en Vlaams Belang bijzonder spannend. Vlaams Belang weet volgens de peiling nog altijd kiezers aan te trekken die ontevreden zijn over het regeringsbeleid.
Tegelijk lijkt N-VA ook kiezers uit het politieke centrum te winnen, onder meer van CD&V en Anders. Die beweging compenseert deels het verlies van meer rechtse kiezers.
Het resultaat is een politiek landschap waarin twee grote partijen domineren, terwijl de overige partijen op aanzienlijke afstand volgen.
Verschillen tussen de regio’s
Ook in Wallonië en Brussel verschuiven de politieke verhoudingen. In Wallonië zou de PS opnieuw de grootste partij worden met 27,9 procent, een duidelijke stijging tegenover de verkiezingen van 2024. MR volgt met 21 procent, terwijl Les Engagés met 19,4 procent opnieuw dichter bij haar verkiezingsresultaat komt. In Brussel zou PVDA/PTB met 26,5 procent zelfs de grootste partij zijn. Socialistische partijen volgen met ongeveer 19,8 procent, terwijl de liberale familie terugvalt naar 17,3 procent.
Over de peiling
De Grote Peiling werd uitgevoerd door Ipsos tussen 2 en 9 maart bij 2.602 Belgen van 18 jaar en ouder. Daarvan waren 1.001 Vlamingen, 1.001 Walen en 600 Brusselaars. De maximale foutenmarge bedraagt 3,1 procent in Vlaanderen en Wallonië en 4 procent in Brussel.