“Het Brusselse moeras”: Luckas Vander Taelen en Jan Wostyn hekelen gebrek aan mediabelangstelling voor Brussel
In Vlaanderen blijft Brussel voor velen een vreemd beestje. Voor sommigen zelfs een beetje het buitenland. Dat zeggen journalist Luckas Vander Taelen en econoom-sinoloog Jan Wostyn, die samen een boek schreven over de hoofdstad. Volgens hen wordt Brussel structureel onderbelicht in de Vlaamse media. Net daarom gingen we met hen in gesprek: over de politieke situatie in de hoofdstad, de economische rol van Brussel én over hoe de media erover berichten.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
Samenvatting van het artikel
Volgens Luckas Vander Taelen en Jan Wostyn berichten Vlaamse media te weinig over Brussel. Ze pleiten voor meer aandacht voor de hoofdstad.
21News: Volgens jullie communiceren de Vlaamse media niet voldoende of niet correct over Brussel? Hoe komt dat?
Luckas Vander Taelen: De media zijn gewoon niet geïnteresseerd in Brussel.
Jan Wostyn: Vlaamse journalisten volgen Brussel nauwelijks. De begroting is al jaren slecht, Brussel is al jaren terminaal ziek, maar niemand komt op bezoek omdat niemand het weet. Maar er speelt ook een commercieel element. Voor Vlaamse kranten is het vaak interessanter om over Antwerpen of Gent te schrijven. Dat levert meer kliks op.
21News: U zei zelfs dat de Vlaamse media soms meer bezig zijn met Amerika dan met Brussel. Wat bedoelt u hiermee?
Jan Wostyn: Dat is natuurlijk een beetje provocerend gezegd, maar er zit wel waarheid in. Als er iets gebeurt in de Verenigde Staten, volgen Vlaamse media dat vaak van heel dichtbij. Veel Vlamingen weten soms meer over wat er in Washington gebeurt dan over wat er in Brussel beslist wordt. De berichtgeving over Brussel lijkt vaak ook op buitenlandjournalistiek: als er iets gebeurt, springen journalisten erop, en een paar dagen later is het weer weg. Alsof een reporter naar een ver land is gestuurd en terugkomt met een verhaal.
Luckas Vander Taelen: Brussel wordt in grote kranten eigenlijk alleen gevolgd op crisismomenten, terwijl het een vast onderwerp in het nieuws zou moeten zijn.
21News: Wat zou u verwachten van een medium dat Brussel wél ernstig neemt?
Luckas Vander Taelen: Eerst en vooral heb je journalisten nodig die Brussel kennen en begrijpen. Het moeten mensen zijn die Brussel in hart en nieren hebben. Historische kennis is belangrijk. Maar het is ook belangrijk om het thema regelmatig te behandelen.
Jan Wostyn: Als men er bijvoorbeeld een gewoonte van zou maken om elke week iets over Brussel te brengen, zal het ook niet altijd negatief zijn. Maar het zou natuurlijk al helpen als er de komende jaren een fantastisch beleid wordt gevoerd, zodat het ene succesverhaal na het andere geschreven kan worden.
Luckas Vander Taelen: Dat kan. Ik geef de regering het voordeel van de twijfel.
21News: Laten we het eens over Brussel zelf hebben. Jullie brachten samen een boek uit over onze hoofdstad, Het Brusselse Moeras. Wat was jullie bedoeling?
Jan Wostyn: Ik woon nog maar zes jaar in Brussel en ik besefte als nieuwkomer eigenlijk hoe weinig ik over de stad wist. En dat is toch een groot mankement in Vlaanderen: er wordt heel weinig bericht over Brussel. Dat is toch vreemd. Het is de hoofdstad van België, en ook de hoofdstad van Vlaanderen.
Luckas Vander Taelen: De bedoeling van ons boek is eigenlijk, in alle onbescheidenheid, om een boek te schrijven dat een beetje dezelfde rol kan spelen als ‘Arm Brussel’ van Geert van Istendael in de jaren zeventig. Als je dat boek leest, begrijp je Brussel. Je hebt iemand nodig die je vertelt van waar die stad komt. Je moet Brussel begrijpen.
21News: In jullie boek bespreken jullie de structurele problemen van Brussel en mogelijke oplossingen. Kunnen jullie dat even uitleggen?
Luckas Vander Taelen: Ik denk dat we dringend moeten nadenken over de structuur van Brussel. De stad is historisch een conglomeraat van 19 gemeenten gebleven. In tegenstelling tot de rest van België zijn die nooit gefuseerd, en dat heeft volgens mij een constructiefout gecreëerd. Toen in 1989 het Brussels Gewest werd opgericht, is die structuur ook niet hervormd. Daardoor blijven burgemeesters vandaag nog altijd zeer machtig en zijn ze niet echt onderworpen aan het gewestelijke gezag. Dat is volgens mij de erfzonde. Zolang we dat niet aanpakken, zal Brussel blijven aanmodderen.
Jan Wostyn: Daarnaast moet ook de Brusselse administratie vereenvoudigd worden en moet Brussel nauwere banden aangaan met de andere deelstaten en het federale niveau. Te lang was de dominante gedachte: ‘Geef ons gewoon geld en wij lossen alles zelf op.’ Die mentaliteit heeft geleid tot projecten zoals Metro 3 of Kanal, waarvoor eigenlijk geen geld is. Tegen 2029 zal Brussel een schuld van ongeveer 20 miljard euro hebben, waarop jaarlijks zo’n 700 miljoen euro rente moet worden betaald. Dat is geld dat je niet meer kan investeren in de echte noden van de stad. En tot slot denk ik dat een positief project rond tweetaligheid cruciaal is. Dat is volgens mij een sleutelrecept voor de welvaart van Brussel.
21News: Er wordt vandaag vaak gediscussieerd over de onderfinanciering van Brussel. Hoe zien jullie dat?
Luckas Vander Taelen: Als je weet welke geldstromen allemaal naar Brussel gaan, weet je dat het waanzin is. Er is meer dan genoeg geld, maar het wordt niet goed benut. Als je alle federale en andere geldstromen optelt, kom je volgens sommige berekeningen uit op ongeveer 1,6 miljard euro per jaar. Daar zitten bijvoorbeeld ook middelen in via Beliris en allerlei compensaties. Het is hallucinant dat men durft te zeggen dat de hoofdstad ondergefinancierd is.
Jan Wostyn: De vraag is ook vooral: wanneer houdt het eigenlijk op? Telkens komt er extra financiering, maar dat wordt dan weer verkwanseld aan allerlei projecten. En daarna moet er opnieuw nieuw geld komen.
21News: Jullie hadden het daarnet over de tweetaligheid van Brussel. Hoe belangrijk is dat volgens jullie?
Jan Wostyn: Het feit dat zoveel mensen enkel Frans spreken, is een van de redenen waarom Brussel met ongeveer 100.000 werklozen zit. Als je bovendien kijkt naar de hele economische zone rond Brussel, waar tweetaligheid vaak verwacht wordt, wordt die mismatch nog groter.
Luckas Vander Taelen: Inderdaad. Er wordt vaak gezegd tegen mensen met lagere jobs dat ze geen Nederlands hoeven te leren. Maar als je jong arbeidspotentieel in Brussel opleidt met het idee dat tweetaligheid niet nodig is, dan zorg je ervoor dat mensen moeilijker aan een job geraken. Je levert eigenlijk gehandicapte werknemers af.
21News: Is dat nog een ouderwets idee dat Frans dominant is?
Luckas Vander Taelen: Exact. We zitten in feite met een historische omkering. De Franstalige politieke klasse heeft nog altijd niet begrepen dat er iets fundamenteels verschillend is tussen het België van vandaag en dat van een eeuw geleden. Tot aan de Tweede Wereldoorlog lag de dominante economische kracht van ons land in het zuiden, waar die geleid werd door Franstaligen. Maar sindsdien is dat volledig gekeerd: het Franstalige zuiden is al lang geen economische motor meer. Vandaag komt ongeveer 85 procent van de export uit Vlaanderen. Maar de structuur van onze hoofdstad is nog altijd gebaseerd op die Franstalige dominantie. Terwijl Brussel ondertussen een internationale stad is geworden waar veel mensen thuis geen Frans of Nederlands meer spreken en waar Engels vaak als lingua franca wordt gebruikt. De stad is veranderd, maar het discours lijkt nog altijd dat van de negentiende eeuw. En dat is gevaarlijk.
Jan Wostyn: Wij schatten dat ongeveer 10 procent van de Brusselaars Nederlandstalig is. Dat zijn zo’n 125.000 mensen, wat van Brussel de derde stad maakt qua aantal Nederlandstaligen, na Antwerpen en Gent. Als je dan weet dat er dagelijks ongeveer 260.000 pendelaars naar Brussel komen en dat meer dan 100.000 leerlingen les volgen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, dan kan je moeilijk zeggen dat Brussel een ‘buitenland’ of een ver-van-mijn-bedshow is.
21News: Is dat de reden dat Vlaanderen en Brussel zo ver uit elkaar staan?
Luckas Vander Taelen: Ja, dat is een van de redenen. De Brusselse regering moet dringend het imago van de stad veranderen, zodat Vlamingen opnieuw het gevoel krijgen dat ze welkom zijn in Brussel. Vandaag is vaak het tegenovergestelde het geval. Als sommige politici op dezelfde manier over buitenlanders zouden spreken als soms over Vlamingen, zouden ze met pek en veren de stad worden uitgestuurd.
Jan Wostyn: De totale ineenstorting van DéFI in Brussel is volgens mij ook een teken aan de wand. Zo’n anti-Vlaamse toon werkt niet meer. Brusselaars hebben daar steeds minder sympathie voor. Dat is iets uit het verleden, niet iets waarop je de toekomst van Brussel bouwt. DéFI was historisch juist een partij die sterk op dat discours gebouwd was.
21News: Wordt de economische motorfunctie van Brussel onderschat in Vlaanderen?
Jan Wostyn: Ik denk sowieso dat er ook in Vlaanderen een mentaliteitswijziging nodig is en dat men meer moet kijken naar het potentieel van Brussel voor Vlaanderen. Brussel en Vlaanderen moeren terug naar elkaar toegroeien. Maar dat is moeilijk als de media Brussel vooral in beeld brengen wanneer er schandalen of problemen zijn. Een nauwere band tussen Vlaanderen en Brussel moet van twee kanten komen. Dat zie ik vandaag nog niet bij de huidige Brusselse politici, maar ik denk wel dat er een nieuwe generatie klaarstaat die opnieuw die verbinding wil maken. Ik hoop alleen dat die generatie er ook komt aan Vlaamse kant.
21News: Is Brussel volgens jullie nog bestuurbaar?
Luckas Vander Taelen: Ja, het wordt bestuurd sinds 1989. Maar het is wel alsof je rijdt met een handrem op. Het potentieel van Brussel wordt totaal onderbenut. Er is veel geld beschikbaar, maar het wordt verkeerd besteed. Als Brussel een bedrijf zou zijn, dan zou de vorige CEO ontslagen worden. Maar vooral: dan zou je eens kijken naar hoe het georganiseerd is en hoe het zo heeft kunnen misgroeien.
Jan Wostyn: Je kan natuurlijk zo verder strompelen en elk jaar 700 miljoen euro aan de banken betalen. Maar op die manier kan je het potentieel van deze stad natuurlijk niet ten volle benutten. Brussel heeft zichzelf in een kwetsbare positie bestuurd.