De olieschok: 5 gevolgen voor Azië en Europa
De oorlog tegen Iran heeft de wereldenergiemarkt in amper enkele weken volledig door elkaar geschud. Dat heeft de prijs van een vat ruwe olie in maart met bijna 50 procent doen stijgen. Westerse beleggers debatteren of dit een tijdelijke olieschok is of een structurele breuk. In Dhaka, Manila en Lusaka worden ondertussen al beslissingen genomen die mensen hun job kosten. Het zijn vooral de arme landen die de prijs van deze olieschok zullen betalen.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
- De blokkade van de Straat van Hormuz door het conflict met Iran heeft geleid tot een explosieve stijging van de olieprijs.
- Terwijl financiële markten hopen op een gedeeltelijk herstel, worden vooral Aziatische economieën en kwetsbare bevolkingsgroepen hard geraakt door inflatie en baanverlies.
- De huidige olieschok versnelt de discussie over energierantsoenering en de noodzakelijke overstap naar hernieuwbare energiebronnen om toekomstige economische krimp te voorkomen.
Thuiswerk, carpooling en leveringsstops
Wie denkt dat energierantsoenering iets is uit de jaren zeventig, vergist zich. Bangladesh heeft de airconditioning in overheidsgebouwen beperkt en de staatsoliemaatschappij legt dagelijkse leveringsstops op aan tankstations. De Filipijnen hebben een nationale energienoodsituatie uitgeroepen. Thailand vraagt ambtenaren om van thuis uit te werken. Vietnam reduceert de frequentie van binnenlandse vluchten en promoot fietsen en carpooling. Zambia, een land zonder zeehaven in het midden van zuidelijk Afrika, heeft belastingen op brandstof opgeschort. Toch is de prijs van kerosine er deze maand nog altijd meer dan 50 procent gestegen. Dichter bij huis mogen Slovenen nog maximaal 50 liter brandstof per etmaal afnemen. Wel zijn er uitzonderingen voor bedrijven en zogenoemde prioritaire gebruikers, zoals boeren. Daar geldt een limiet van 200 liter per dag.
Om verder te lezen, abonneer u of gebruik een krediet.
Al abonnee? Inloggen