Pensioenhervorming: “We moeten absoluut vermijden dat het debat polariseert” (Jean Hindriks)
Voor professor Jean Hindriks (UCL) heeft de pensioenhervorming een duidelijk doel: het statutaire ambtenarenstelsel dichter bij dat van werknemers brengen. Maar tussen een omstreden malus, negatieve effecten voor vrouwen en een gebrek aan compensatie voor jongeren blijven er belangrijke tekortkomingen. Aangezien de hervorming van minister Jan Jambon vastzit in het parlementaire proces, kunnen aanpassingen snel volgen.
Gepubliceerd door Nicolas de Pape
Samenvatting van het artikel
-De pensioenhervorming wil statutaire ambtenaren geleidelijk op één lijn brengen met werknemers, terwijl de band tussen arbeid en pensioen wordt versterkt.
-Maar het malussysteem, dat als te complex wordt beschouwd, kan vrouwen benadelen en zal in het parlementaire debat moeten worden bijgestuurd.
-Vooral door het gebrek aan compensatie via een tweede pijler dreigen jongeren de grootste verliezers te worden van een nog onvolledige hervorming.
Mijn overtuiging is dat we absoluut moeten vermijden dat dit debat polariseert. We hebben nood aan oplossingen, dialoog en rust. En vooral: we moeten het vertrouwen in het pensioensysteem herstellen. Vertrouwen is essentieel. Vandaag creëren we net veel wantrouwen rond dat systeem.
21News: Als u de hervorming in enkele woorden zou moeten samenvatten voor onze lezers, wat zijn volgens u de belangrijkste krachtlijnen?
Prof. Jean Hindriks: De eerste grote as is de harmonisering. Het gaat erom de pensioenen van statutaire ambtenaren - niet van contractuelen - geleidelijk af te stemmen op die van werknemers. Het is belangrijk om te benadrukken dat een contractuele ambtenaar gewoon een werknemer is. In de overheidssector zijn er trouwens vandaag meer contractuelen dan statutairen.
Die harmonisering heeft tot doel de berekening van het pensioen van statutaire ambtenaren, die nog altijd onder een bijzonder regime vallen, dichter bij die van werknemers te brengen. Het belangrijkste verschil is bekend: bij statutairen wordt het pensioen berekend op basis van de tien beste loopbaanjaren, terwijl dat bij werknemers gebeurt op basis van de volledige loopbaan. Daardoor ligt het referentieloon bij statutairen doorgaans hoger.
Dat verschil zal geleidelijk verdwijnen. Men evolueert dus naar een berekening op basis van de volledige loopbaan, zoals bij werknemers. Dat is, wat mij betreft, de kern van de hervorming.
Daarnaast is er de plafonnering van de indexering. Pensioenen boven 2.000 euro bruto per maand worden enkel tot dat plafond geïndexeerd. Alles daarboven niet. Bij 10% inflatie krijgt iemand met een pensioen van 3.000 euro dus geen 300 euro extra, maar 200 euro. Ook dat treft vooral statutairen, omdat zij gemiddeld hogere pensioenen hebben.
Deze twee maatregelen richten zich dus vooral op statutaire ambtenaren.
Om verder te lezen, abonneer u of gebruik een krediet.
Al abonnee? Inloggen