Stellantis incasseert recordverlies en zet stap terug in elektrisch offensief
Met een verlies van 22,3 miljard euro in 2025 betaalt Stellantis de prijs voor een ingrijpende strategische koerswijziging, nadat het concern de snelheid van de overstap naar elektrisch rijden had overschat. De groep past haar traject aan, blaast modellen met verbrandingsmotor nieuw leven in en onderzoekt technologische samenwerkingen met China om competitief te blijven.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
Stellantis boekte in 2025 een historisch verlies van 22,3 miljard euro na een te ambitieuze inzet op elektrische voertuigen. De autobouwer vertraagt zijn elektrische plannen, zet opnieuw in op hybride en verbrandingsmodellen en wil zo zijn winstgevendheid herstellen. Tegelijk onderzoekt het concern technologische samenwerking met China om competitief te blijven in de wereldwijde EV-markt.
De schok is groot. Met een nettoverlies van 22,3 miljard euro in 2025 noteert Stellantis het op één na grootste verlies ooit aangekondigd door een Frans concern. Toch wijst deze spectaculaire terugval niet op een industriële instorting. Ze is in de eerste plaats het gevolg van een omvangrijke strategische herpositionering.
Meer dan 25 miljard euro aan uitzonderlijke lasten werd geboekt om een koers te corrigeren die achteraf te ambitieus bleek op het vlak van elektrificatie. De autobouwer erkent dat de snelheid van de transitie werd overschat, vooral in de Verenigde Staten, waar de vraag duidelijk lager blijft dan aanvankelijk verwacht.
Een industriële “reset” na het Tavares-tijdperk
Onder impuls van de nieuwe directie vertraagt Stellantis verschillende elektrische programma’s, trekt het zich terug uit bepaalde batterijprojecten en lanceert het parallel opnieuw modellen met verbrandingsmotor en hybride aandrijving. Het doel is duidelijk: de industriële strategie opnieuw afstemmen op de reële marktvraag en de winstgevendheid herstellen.
De omzet daalt licht tot 153,5 miljard euro, ondanks hogere verkoopvolumes. De operationele marge wordt negatief, maar de tweede helft van 2025 toont al tekenen van herstel, met een duidelijke opleving in Noord-Amerika en verbeterde verkoopcijfers.
Terugkeer van verbrandingsmotoren en aanpassing aan de markt
De groep hanteert nu een pragmatischer discours. De verbrandingsmotor wordt niet langer voorgesteld als een relikwie uit het verleden, maar als een overgangsinstrument en een bron van winstgevendheid. De opmars van hybride modellen en de terugkeer van benzine- en dieselmotoren spelen in op een vraag die in verschillende kernmarkten nog steeds dominant is.
Deze strategie moet de transformatie financieren in plaats van ze te forceren, in een context van toenemende concurrentie en sterk uiteenlopende overheidsmaatregelen per regio.
De stille wending: blik op China
In dat kader tekent zich een discretere maar strategisch belangrijke beweging af. Stellantis onderzoekt een uitbreiding van de samenwerking met de Chinese constructeur Leapmotor om toegang te krijgen tot competitievere batterijtechnologie en elektrische aandrijflijnen.
Het idee is om deze oplossingen te integreren in volumemerken in Europa, om kosten te verlagen en de ontwikkeling van betaalbare elektrische modellen te versnellen. Het gaat voorlopig niet om een formele beslissing om Chinese batterijen aan te kopen, maar om het verkennen van een technologische hefboom die zwaar kan doorwegen in de herstructurering van de groep.
Een industriële en geopolitieke evenwichtsoefening
De paradox is duidelijk. Stellantis vertraagt zijn elektrische offensief om de onmiddellijke winstgevendheid te beschermen, terwijl het tegelijk in de mondiale technologische race wil blijven door gebruik te maken van de industriële voorsprong van China.
Tussen Europese regelgeving, Aziatische concurrentie en de commerciële realiteit in de Verenigde Staten probeert de constructeur een delicaat evenwicht te bewaren.
2026, het jaar van de waarheid
De groep mikt op een geleidelijke terugkeer naar winstgevendheid vanaf 2026, dankzij de vernieuwing van het gamma, de groei van hybride en thermische modellen en een verbetering van de omzet.
Toch blijft de kernvraag overeind: zal deze “reset” voldoende middelen opleveren om een echt competitieve elektrische transitie te financieren, of dreigt ze de achterstand op de meest geavanceerde spelers in de sector te vergroten? Stellantis stort niet in. Het corrigeert zijn koers op harde wijze. De kostprijs is enorm, maar de inzet blijft industrieel.