Bellezza e Bruttezza: schoonheid en lelijkheid in het Paleis voor Schone Kunsten
Een van de opvallendste tentoonstellingen van het seizoen opent in Bozar: « Bellezza e Bruttezza. Het ideaal, het reële en de karikatuur in de Renaissance ». De tentoonstelling brengt een negentigtal werken samen en verkent, van de 15e tot het einde van de 16e eeuw, de dunne grens tussen schoonheid en lelijkheid. Van Italië tot de voormalige Nederlanden confronteren renaissancemeesters de idealisering van het lichaam met rauw realisme en een uitgesproken voorliefde voor het groteske. Zo laat de tentoonstelling zien welke morele en sociale waarden in die tijd aan gezichten en lichamen werden toegekend.
Gepubliceerd door Redactie
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
- De tentoonstelling « Bellezza e Bruttezza » in Bozar brengt 95 werken uit de Renaissance samen, van Italië tot de voormalige Nederlanden, om te onderzoeken hoe schoonheid en lelijkheid op elkaar inspelen tussen ideaal, realisme en groteske.
- Portretten, mythologische figuren, « ongelijke paren », narren en hofdwazen onthullen de morele en sociale kwesties die met uiterlijk verbonden zijn.
De redactie met A. Sch.
Schoonheid en lelijkheid herbekeken in de Renaissance
« Bellezza e Bruttezza » biedt een rijk en pedagogisch parcours doorheen de kunst van de Renaissance, van het laatste kwart van de 15e eeuw tot het einde van de 16e eeuw, een periode waarin de codes van schoonheid en houding grondig worden hertekend. De tentoonstelling opent met de Grieks-Romeinse erfenis, met een anonieme antieke Venus, model van wiskundige proporties toegepast op het menselijk lichaam. Ze plaatst het vrouwelijke ideaal, de ouderdom, lichamelijke verschillen en marginale figuren naast elkaar om het verband tussen uiterlijk en moraal in vraag te stellen.
De grote meesters van Noord en Zuid
De samengebrachte werken zijn afkomstig uit de twee grote centra van de Renaissance, Italië en Noord-Europa, met bijzondere aandacht voor de voormalige Nederlanden. Het ensemble omvat werken van meesters als Botticelli, Titiaan, Leonardo da Vinci, Jan Gossaert, Adriaen Thomazs Key, Frans Floris de Vriendt, Lucas Cranach de Oude en Jan Massys. Het parcours overtuigt zowel door de verhalende kracht van het geheel als door de kwaliteit van de schilderijen, tekeningen en prenten, georkestreerd onder leiding van curator Chiara Rabbi Bernard.
Het vrouwelijke ideaal en zijn mythologische weerspiegelingen
Onder de belangrijkste werken belichaamt de Venus (1521) van Jan Gossaert, geschilderd op hout, een vrouwelijk ideaal dat door de Oudheid is geïnspireerd. De jonge vrouw kijkt in een spiegel terwijl zij haar bescheidenheid bewaart, omringd door mythologische verwijzingen naar Mars en Cupido. Het Romeinse beeldhouwwerk De Drie Gratiën, in bruikleen van de Vaticaanse Musea, toont drie ineengestrengelde figuren: twee zijn naar de toeschouwer gericht, terwijl de centrale hen omhelst.Deze werken gaan in dialoog met het Allegorisch portret van een vrouw van Sandro Botticelli, waarschijnlijk geïnspireerd door Simonetta Vespucci. Een perfecte teint, een met parels versierd kapsel en een gebaar van lactatie verheerlijken hier een ideaal van vruchtbaarheid.
Van realisme tot de cultus van het artificiële
De selectie toont ook een verschuiving naar een directer realisme via het portret, zowel in profiel – geïnspireerd door munten en medailles – als frontaal. Het schilderij van Tintoretto waarop Scipion Clusone met zijn dwergbediende is afgebeeld, keert subtiel de machtsverhoudingen om tussen de zeekapitein en zijn lichamelijk verschillende dienaar, die beiden rijk gekleed zijn.
De Renaissance verschijnt hier ook als een tijdperk van het artificiële, gekenmerkt door het toenemende gebruik van cosmetica: schoonheid wordt verheerlijkt terwijl onvolkomenheden worden verborgen, soms met schadelijke gevolgen.
De dialoog tussen ideaal en groteske
Parallel toont de tentoonstelling hoe, zoals Leonardo da Vinci benadrukte, het goddelijke ideaal en het groteske elkaar beantwoorden. De Junge Dame mit Spiegel und Magd van Paris Bordone toont een half ontblote jonge vrouw voor een spiegel die wordt vastgehouden door een oudere figuur, mogelijk als meditatie over de vergankelijkheid van de jeugd. Een tekening van Leonardo da Vinci, Grotesk vrouwenhoofd in profiel, illustreert het ontstaan van een “mooie lelijkheid”, waarin karikaturale overdrijving zowel fascinatie als amusement oproept.
Dwazen, narren en ongelijke paren
Deze lijn zet zich voort in de Nederlanden met luidruchtige groepsscènes zoals De vrolijke compagnie van Jan Massys, waarin verliefde oude mannen dienen als morele waarschuwing tegen late genoegens. Een volledige sectie is gewijd aan hofdwazen en narren, tragikomische figuren in carnavaleske taferelen waarin de sociale orde voor één dag wordt omgekeerd.
Ook het thema van de “ongelijke paren” krijgt een centrale plaats, met onder meer drie schilderijen van Lucas Cranach de Oude. Zij tonen onevenwichtige verbintenissen tussen een oude man en een jonge vrouw of een oude vrouw en een jonge man, waarin geld, verlangen en de broosheid van de menselijke conditie samenkomen.
Een uitzonderlijke tentoonstelling in Bozar die u onder geen enkel beding mag missen:
Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel, tot 14 juni 2026.