“Europa moet minder afhankelijk worden”: Sophie Wilmès pleit voor minder regels en een sterker geïntegreerde interne markt
Tijdens het colloquium ‘Europa heroverd zijn soevereiniteit’, georganiseerd door het Centre Jean Gol, reageerde de Belgische Europarlementariër Sophie Wilmès (MR) op de oproepen van verschillende bedrijfsleiders om snel actie te ondernemen ter ondersteuning van de Europese industrie. In gesprek met 21News blikt ze terug op de strategische afhankelijkheden die recente crises hebben blootgelegd, de nood aan eenvoudigere regelgeving en de institutionele uitdagingen waarmee de Europese Unie nog steeds kampt.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
Samenvatting van het artikel
- Sophie Wilmès benadrukt dat recente crises de strategische afhankelijkheden van Europa hebben blootgelegd.
- Ze pleit voor een beter geïntegreerde interne markt en minder complexe regelgeving om de industrie te ondersteunen.
- De Europarlementariër staat ook open voor een uitbreiding van stemmen met gekwalificeerde meerderheid om Europese besluitvorming te versnellen.
21News: Verschillende bedrijfsleiders hebben vandaag een duidelijke wake-upcall gelanceerd en roepen Europa op om snel te handelen om zijn industrie te ondersteunen. Wat kan de EU op korte termijn concreet doen?
Sophie Wilmès: Die wake-upcall is terecht. Hij komt niet alleen van bedrijven, maar ook van de lidstaten zelf. Recente crises hebben ons hard met de neus op de feiten gedrukt. Tijdens de coronapandemie ontdekten we hoe afhankelijk we zijn van essentiële producten zoals mondmaskers en medische apparatuur. Vervolgens toonde de oorlog van Rusland tegen Oekraïne aan hoe kwetsbaar onze energievoorziening is, door onze afhankelijkheid van Russisch gas en olie. Het is dus essentieel om bepaalde bestaande regels te vereenvoudigen en te stroomlijnen, zodat bedrijven niet verstikken onder een overdaad aan administratieve verplichtingen. Tegelijk moeten we onze afhankelijkheden verminderen om onze economische en politieke weerbaarheid te versterken. De Europese Unie onderneemt al actie op verschillende fronten. De Europese Commissie heeft belangrijke wetgevende initiatieven voorgesteld, zoals het competitiviteitskompas, dat het economisch klimaat in Europa moet verbeteren, en het REPowerEU-plan, dat inzet op diversificatie van energiebronnen en minder afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen. Maar we moeten ook realistisch blijven: de EU kan dit niet alleen. De lidstaten moeten hun verantwoordelijkheid opnemen om deze initiatieven effectief te maken.
21News: U haalt het belang van de lidstaten al aan. Waar moeten zij volgens u prioritair ingrijpen?
Sophie Wilmès: Een van de grootste uitdagingen blijft de versnippering van de Europese markt. We beschikken over een interne markt met bijna 450 miljoen consumenten, wat een enorme troef is. Maar in de praktijk blijft die markt te gefragmenteerd. Bedrijven krijgen vaak te maken met verschillende regels van lidstaat tot lidstaat, wat hun groei bemoeilijkt en schaalvoordelen beperkt. Dat is vooral zichtbaar in bepaalde industriële en financiële sectoren. Daarom is het verder uitbouwen van de interne markt cruciaal, en in het bijzonder de kapitaalmarktunie. Als Europa wil concurreren met grootmachten zoals de Verenigde Staten en China, moeten bedrijven makkelijker toegang krijgen tot financiering en opereren binnen een meer geharmoniseerd regelgevend kader. Dat betekent ook dat lidstaten in bepaalde domeinen bereid moeten zijn een deel van hun nationale bevoegdheden los te laten om het geheel efficiënter te maken.
21News: Verschillende ondernemers klaagden vandaag ook over een opstapeling van Europese regels die innovatie en investeringen afremmen. Moet de EU haar regelgeving versoepelen?
Sophie Wilmès: Dat is een belangrijke discussie. Het klopt dat de regelgeving de voorbije jaren is toegenomen en dat sommige sectoren dat vandaag als een zware last ervaren. Net daarom werken we in het Europees Parlement aan zogenaamde omnibuspakketten. Die moeten bestaande regels vereenvoudigen en rationaliseren, zodat bedrijven niet verlamd raken door administratieve complexiteit. Maar we moeten het volledige plaatje bekijken. Een deel van het probleem ligt niet alleen bij Europese regels, maar ook bij de combinatie met uiteenlopende nationale wetgevingen. Met andere woorden: vereenvoudiging moet niet alleen vanuit Brussel komen. Ook de lidstaten moeten hun regels beter op elkaar afstemmen en vermijden dat ze extra lagen complexiteit toevoegen. Die oefening moet dus op meerdere niveaus gebeuren, zowel Europees als nationaal.
21News: Er wordt vaak gezegd dat Europa te traag handelt in vergelijking met grootmachten zoals de VS of China, waar beslissingen sneller genomen worden. Moet de Europese besluitvorming op de schop?
Sophie Wilmès: We moeten voorzichtig zijn met zulke vergelijkingen. In de Verenigde Staten kan de uitvoerende macht soms snel handelen omdat ze over ruime bevoegdheden beschikt. Maar die snelheid kan ook problematisch zijn als ze wordt misbruikt door leiders die onze waarden niet delen. De Europese Unie steunt op een complexer institutioneel systeem dat net bedoeld is om een democratisch evenwicht te bewaren en rekening te houden met de verschillende lidstaten. Dat betekent niet dat alles perfect werkt. Sommige procedures kunnen zeker efficiënter om de besluitvorming te versnellen. Een centraal punt daarbij is de unanimiteitsregel. In bepaalde dossiers kan één lidstaat een beslissing blokkeren. In een snel veranderende wereld is dat een echte rem. Daarom ben ik voorstander om in bepaalde domeinen over te schakelen naar stemmen met gekwalificeerde meerderheid. Zo behouden we het democratisch evenwicht, maar maken we de EU wel slagvaardiger in het omgaan met economische en geopolitieke uitdagingen.