Hebben wij als Joden nog een plaats in Europa? (opinie)
Vrije tribune van Ralph Pais, vicevoorzitter van het Forum der Joodse Organisaties (FJO) en het Joods Informatie- en Documentatiecentrum (JID). Terwijl het Westen vecht om zijn belangen en manier van leven te beschermen tegen regimes die onze vrijheden ondermijnen, zien we dat sommigen in datzelfde Westen ervoor kiezen zich bij onze vijanden aan te sluiten. Volgens Ralph Pais is de heropleving van het antisemitisme een van de duidelijkste uitingen van die morele verwarring. In deze vrije tribune waarschuwt hij voor die evolutie en de gevolgen ervan voor de Joodse gemeenschap in Europa.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
- Ralph Pais waarschuwt voor de heropleving van antisemitisme in Europa en ziet daarin een symptoom van een bredere morele verwarring in het Westen.
- Volgens de vicevoorzitter van het Forum der Joodse Organisaties wordt antisemitisme steeds vaker genormaliseerd en gerelativeerd, met concrete gevolgen voor de veiligheid en toekomst van de Joodse gemeenschap.
Vandaag stelt de Joodse gemeenschap zich opnieuw een vraag waarvan we dachten dat ze nooit meer gesteld zou worden: hebben wij nog een plaats in Europa? Dat die vraag vandaag opnieuw leeft, zegt alles over de morele verwarring waarin we terechtgekomen zijn. West-Europa, en België in het bijzonder, is zijn kompas kwijt.
Een van de duidelijkste signalen van dat morele verval is altijd dezelfde geweest: de opkomst van antisemitisme. Doorheen de geschiedenis was antisemitisme nooit het probleem op zich, maar altijd het symptoom dat een samenleving ziek is.
Een eredoctoraat dat alles zegt
Hoe anders moeten we begrijpen wat er op 2 april is gebeurd? Drie vooraanstaande Belgische universiteiten hebben een van de meest controversiële en polariserende antisemieten beloond met een eredoctoraat. Francesca Albanese schreef dat de Verenigde Staten “onderworpen zijn aan de Joodse lobby” en dat Europa handelt uit schuldgevoelens over de Holocaust. Ze werd herhaaldelijk bekritiseerd voor het vergelijken van Israël met nazi-Duitsland.
Albanese staat vandaag onder Amerikaanse sancties, een uitzonderlijke maatregel die slechts wordt genomen wanneer personen beschuldigd worden van ernstige vormen van desinformatie, het aanzetten tot haat of het ondermijnen van fundamentele internationale normen. Concreet betekent dit dat zij geen toegang meer heeft tot de Verenigde Staten, dat haar tegoeden werden bevroren en dat Amerikaanse instellingen en bedrijven geen zaken met haar mogen doen.
Dat net iemand met zo’n statuut door Belgische universiteiten wordt geëerd, is ronduit onthutsend. Ook de Amerikaanse ambassadeur in België heeft inmiddels duidelijk gemaakt dat deze beslissing niet zonder gevolgen zal blijven. Dat alleen al zou tot nadenken moeten stemmen.
Antisemitisme wordt aangemoedigd
Die internationale bezorgdheid wordt ook expliciet verwoord door de Israëlische minister voor Diasporazaken, Amichai Chikli. Hij stelde in een tweet dat de beslissing van Belgische universiteiten om Francesca Albanese te eren aantoont dat antisemitisme binnen de academische wereld in België niet alleen genormaliseerd wordt, maar actief wordt aangemoedigd. Hij ging zelfs verder en riep Joodse studenten expliciet op om deze universiteiten te verlaten wegens een steeds vijandiger en onveiliger klimaat.
De rector probeerde tijdens zijn speech nog krampachtig te benadrukken dat deze onderscheiding “natuurlijk niet tegen Israël of de Joodse gemeenschap gericht is”. Maar nauwelijks enkele minuten later werd hij publiekelijk gecorrigeerd door Albanese zelf, die duidelijk maakte dat dit wél degelijk zo is. Zelden werd een universiteit zo snel en zo pijnlijk teruggefloten door de persoon die ze net had willen eren. Een afgang.
Ook de rector van UGent, Petra De Sutter, stond zichtbaar trots naast Albanese op de foto. Het contrast kan moeilijk groter zijn: een politieke en academische elite die zich comfortabel en veilig profileert in het Westen, terwijl ze figuren legitimeert die ideologieën verdedigen die haaks staan op de meest fundamentele vrijheden.
Hoe komt het toch dat in onze samenleving terecht een nultolerantie geldt voor racisme, maar dat antisemitisme telkens opnieuw wordt gerelativeerd? Plots moeten we “de context begrijpen”. Of is het “niet zo bedoeld”. De Joden zijn te snel beledigd, want het is “niet tegen Joden, maar tegen Israël”.
Oproepen tot geweld leiden niet tot verontwaardiging
Neem het voorbeeld van een imam die in het hart van Brussel opriep om “de Joden te verbranden”. In plaats van dit ondubbelzinnig te veroordelen, voelde de openbare omroep VRT zich geroepen om het te nuanceren via een “expert”. De imam werd nooit opgespoord noch berecht. De onderliggende boodschap was duidelijk: het valt wel mee.
In welk ander geval zou men oproepen tot het verbranden van een bevolkingsgroep beginnen te duiden en te relativeren? Of neem Herman Brusselmans, die schreef dat hij iedere Jood een mes door de keel wilde steken. Ook daar klonk het: maar hij was boos op Israël, of het was satire, we moeten dat begrijpen.
Relativeren tot het te laat is
En telkens opnieuw hetzelfde verwijt: Joden zouden overgevoelig zijn. Joden zouden “te snel” antisemitisme zien. Alsof de geschiedenis ons niet geleerd heeft wat er gebeurt wanneer men dat soort signalen minimaliseert.
En dan is er nog de discussie rond besnijdenis. Wordt er echt verwacht dat wij geloven dat dit niets te maken heeft met het viseren van Joodse en religieuze minderheden? Het in vraag stellen van fundamentele Joodse rechten is geen neutraal debat. Het is een signaal. En wie dat ontkent, begrijpt niets van 3000 jaar Joodse geschiedenis.
De beslissing om Francesca Albanese te eren staat dus niet op zichzelf. Ze past in een bredere evolutie waarin antisemitisme opnieuw terrein wint in West-Europa, en in België in het bijzonder. In die context groeit bij veel Joden een gevoel dat we dachten voorgoed achter ons te hebben gelaten: dat er hier geen toekomst meer is.
“Nooit meer” blijken holle woorden
Europa beloofde na de Holocaust: “nooit meer”. Maar dit “nooit meer”, dat politici nog altijd graag herhalen op herdenkingen, blijkt vandaag geen belofte te zijn, maar holle woorden, een slogan die verdwijnt zodra het even te moeilijk wordt.
Wat we vandaag zien, is geen waarschuwing dat het vijf voor twaalf is, we zitten er al middenin. Net zoals in de jaren ’30 worden intolerantie en antisemitisme genormaliseerd, terwijl democratische waarden langzaam worden uitgehold. De geschiedenis schreeuwt het uit, maar toch lijkt men het niet te willen zien.