Rik Torfs na veroordeling 21News: “De Raad voor Journalistieke Deontologie bewijst dat J.D. Vance gelijk had.”
De beslissing van de Franstalige Raad voor de Journalistieke Deontologie (CDJ) om 21News te veroordelen voor het integraal publiceren van de toespraak van de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance werpt volgens professor Rik Torfs een opmerkelijk licht op het debat over de vrijheid van meningsuiting in Europa. “Ironisch genoeg bevestigt de CDJ precies wat Vance in zijn speech bekritiseerde: een groeiende neiging in Europa om het publieke debat te reguleren en te filteren. Je zou dus kunnen zeggen dat Vance gelijk had.”
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
Volgens Rik Torfs getuigt de veroordeling van 21News door de Franstalige Raad voor Journalistieke Deontologie van een problematische visie op journalistiek, waarin journalisten geacht worden als scheidsrechters te bepalen hoe een toespraak moet worden geïnterpreteerd. Dat kan volgens hem het publieke debat verengen, terwijl een democratie juist nood heeft aan het vrij uitspreken én betwisten van ideeën.
“Een interessante speech.” Zo kijkt Rik Torfs, hoogleraar kerkelijk recht en bekend mediafiguur, terug op de toespraak van J.D. Vance in februari 2025 op de Veiligheidsconferentie in München. “Je kan voor of tegen hem zijn, maar Vance is een exponent van de Angelsaksische benadering van free speech. Die vertrekt van een choc des idées: alles mag gezegd worden en daarna zien we wel verder. In Europa is de benadering anders. In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bestaat de mogelijkheid om beperkingen op de vrije meningsuiting in te bouwen, maar die zijn wel strikt geregeld.”
Toch ziet Torfs geen enkel valabel argument voor de veroordeling van 21News door de Franstalige Raad voor de Journalistieke Deontologie. “Als je de redenering van de CDJ consequent doortrekt, zou je geen enkele toespraak meer rechtstreeks mogen uitzenden of transcriberen. Neem bijvoorbeeld de kersttoespraak van koning Filip. Die wordt weliswaar onder controle van de regering geschreven. Maar toch: mag je die toespraak dan ook niet meer integraal publiceren zonder ze eerst te ‘decrypteren’?”
“De journalist als scheidsrechter?”
Volgens Torfs schuilt achter de beslissing van de CDJ een visie op journalistiek die geen steek houdt. “De Raad voor Journalistieke Deontologie kent een superieure rol toe aan de journalist. Alsof die beter dan degene die de speech geeft en beter dan het publiek weet wat er werkelijk aan de hand is, en het laatste woord heeft over de analyse daarvan.”
Die gedachte vertrekt van een twijfelachtig uitgangspunt, vindt hij. “De CDJ lijkt te veronderstellen dat er zoiets bestaat als waardenvrije feiten en een ultieme waarheid. Dat is natuurlijk zeer betwistbaar. De filosoof Paul van Tongeren zei ooit: zodra mensen zeggen ‘dit zijn de feiten’, zijn ze meestal al volop met de interpretatie van die feiten bezig.”
“Vrije meningsuiting onder een paraplu?”
Torfs waarschuwt dat de redenering van de CDJ problematische gevolgen kan hebben. “Het wordt gevaarlijk wanneer er een impliciete perscode bestaat waarbinnen de vrijheid van meningsuiting zou moeten plaatsvinden. Iedereen heeft het recht om van die vrijheid gebruik te maken. Het is niet zo dat dat onder de beschermende paraplu van een deontologische raad moet gebeuren.”
Hij verwerpt ook het idee dat een nieuwsmedium verplicht zou zijn om altijd context of factchecking toe te voegen wanneer het een primaire bron publiceert. Hij stelt zich ook vragen bij de positie die de deontologische raad voor zichzelf opeist. “Je krijgt hier een ultieme beoordelende instantie, de CDJ, die zonder duidelijke rechtsgrond probeert af te bakenen waar de grenzen van de vrije meningsuiting liggen. Beweren dat de toespraak van de Amerikaanse vicepresident niet onverkort in de media kan worden weergegeven, is toch erg moeilijk vol te houden.”
De media kunnen hun rol als hoeder van de democratie alleen spelen als ze pluriform een veelheid aan stemmen aan het woord laten, benadrukt hij. “Die rol kunnen ze niet waarmaken als een sectoraal orgaan een soort pensée unique oplegt. Dat is fout en druist in tegen de vrijheid van meningsuiting.”
“Bouchez heeft taboes gesloopt”
Hij wijst ook op het verschil tussen Vlaanderen en Franstalig België. “In Franstalig België bestaat er een cordon médiatique. In Vlaanderen niet, hoewel de openheid voor diverse strekkingen in Vlaanderen vroeger ook niet zo vanzelfsprekend was en maar gradueel is gegroeid. Het gevolg is wel dat het maatschappelijk debat beneden de taalgrens heel wat enger is dan erboven.”
De laatste tijd merkt hij wel een positieve evolutie. “Ik heb de indruk dat de bandbreedte van het debat in Franstalig België groter wordt. Dat heeft onder meer te maken met de persoonlijkheid van Georges-Louis Bouchez. Je mag voor of tegen hem zijn, maar ik stel vast dat hij een aantal taboes heeft gesloopt en dat de vrijheid van meningsuiting daardoor indirect groter is geworden.”
“Geen debat zonder vrije woorden”
Voor Torfs blijft het uitgangspunt uiteindelijk eenvoudig. “Je moet een onderscheid maken tussen de inhoud van ideeën en de vrijheid om die ideeën uit te drukken. Die inhoud kan je bestrijden, en soms moet je dat ook doen. Maar ideeën die niet kunnen worden uitgesproken, kunnen ook niet worden weerlegd. Dat is uiteindelijk de kern van een democratie. Een debat dat niet meer vrij kan plaatsvinden, verarmt onvermijdelijk de democratie.”