Vlaanderen legt trajectcontroles als verdienmodel aan banden
De Vlaamse regering scherpt de regels voor nieuwe trajectcontroles aan. Lokale besturen zullen die controles niet langer kunnen organiseren via constructies waarbij private partners betaald worden op basis van het aantal boetes. Dat hebben Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Hilde Crevits (CD&V) en minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) beslist. “Trajectcontroles moeten bijdragen aan meer verkeersveiligheid, niet aan meer inkomsten”, stelt Crevits.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
De Vlaamse regering scherpt de regels voor trajectcontroles aan. Gemeenten mogen private partners niet langer betalen op basis van het aantal boetes.
Het systeem van trajectcontroles staat al geruime tijd ter discussie, vooral wanneer gemeenten samenwerken met private technologiebedrijven. In sommige systemen worden die partners gedeeltelijk vergoed via de inkomsten uit verkeersboetes. Critici vrezen dat zulke constructies gemeenten ertoe aanzetten om vooral te focussen op inkomsten, in plaats van op verkeersveiligheid.
Om daar een einde aan te maken stuurden Crevits en De Ridder een omzendbrief naar de lokale besturen. Daarin staat dat gemeenten geen contracten meer mogen afsluiten waarbij private partners betaald worden in functie van het aantal uitgeschreven boetes. Ook de vergoeding aan private partners mag niet uitsluitend afhangen van het aantal vastgestelde overtredingen. Daarnaast mag de terugbetaling van infrastructuurkosten niet enkel gebaseerd zijn op boete-inkomsten.
Juridische discussie na uitspraak in Vilvoorde
De discussie over trajectcontroles werd eind 2025 nog versterkt door een uitspraak van de politierechtbank in Vilvoorde. Daar werd een verkeersboete ongeldig verklaard omdat de overtreding volgens de rechter niet was vastgesteld door een bevoegde persoon. De rechtbank stelde bovendien dat flitssystemen volledig door de lokale overheid gefinancierd moeten worden. Volgens de Vlaamse regering is het daarom nodig om de regels duidelijker te maken voor steden en gemeenten die nieuwe trajectcontroles willen invoeren.
Volgens minister Crevits kunnen trajectcontroles een nuttig instrument zijn binnen het lokale verkeersbeleid, maar enkel als ze correct worden ingezet. Ook minister De Ridder benadrukt dat punt. Door het financiële verdienmodel weg te nemen, moet het draagvlak bij burgers vergroten en blijft de focus op het verminderen van overtredingen.
Minister Annick De Ridder wil daarnaast dat trajectcontroles in de toekomst duidelijk worden aangekondigd met waarschuwingsborden. Sinds eind 2025 worden zulke borden opnieuw geplaatst bij trajectcontroles op gewestwegen. Ze waren in 2022 verdwenen onder toenmalig Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD). De Ridder wil die verplichting nu ook wettelijk verankeren voor lokale trajectcontroles. Volgens haar kabinet moet dat zo snel mogelijk decretaal geregeld worden. In afwachting raadt de minister lokale besturen aan om bij nieuwe trajectcontroles al rekening te houden met de komst van zulke waarschuwingsborden.
Touring tevreden
Mobiliteitsorganisatie Touring reageert positief op de beslissing van de Vlaamse regering. Volgens de organisatie sluit de maatregel opnieuw aan bij de oorspronkelijke bedoeling van trajectcontroles: het verbeteren van de verkeersveiligheid.
Volgens Touring zijn trajectcontroles vooral effectief wanneer ze op risicovolle locaties staan en vooraf duidelijk worden aangekondigd. Dat zou bestuurders ertoe aanzetten hun snelheid ook elders beter te respecteren.