Twintig jaar belastingvrij in Turkije: hoe landen strijden om de rijken
Het Turkse parlement keurde een wet goed die nieuwe belastingresidenten twintig jaar lang vrijstelt van Turkse belasting op buitenlandse inkomsten. Het is het langste regime ter wereld in zijn soort en Turkije werpt zich op als nieuwe ‘safe havenvoor de rijken. Maar wat zegt dit over de landen die rijken wegjagen?
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
Het Turkse parlement keurde een 20-jaar belastingvrijstelling goed op buitenlandse inkomsten voor nieuwe belastingresidenten, waarmee Turkije het meest agressieve fiscale aanlokkingsregime ter wereld introduceert en de strijd om hoogvermogend talent verder aanscherpt.
Een veto is uitgesloten
Op 21 mei 2026 keurde de Turkse Grote Nationale Vergadering een wet goed die nieuwe belastingresidenten twintig jaar lang vrijstelt van Turkse inkomstenbelasting op buitenlandse inkomsten. President Erdogan had het voorstel in april aangekondigd als onderdeel van een breder pakket om internationaal kapitaal naar Turkije te trekken. De wet wacht nog op publicatie in de Resmi Gazete, het Turkse staatsblad. Een presidentieel veto lijkt uitgesloten: het initiatief kwam van Erdogan zelf.
De vrijstelling geldt voor inkomsten die buiten Turkije worden gegenereerd: dividenden van buitenlandse bedrijven, meerwaarden op buitenlandse aandelen, passieve inkomsten uit het buitenland. Wie in aanmerking wil komen, mag de drie voorgaande kalenderjaren geen Turkse belastingplichtige zijn geweest. Turks-broninkomen blijft belastbaar onder het gewone progressieve tarief, dat oploopt tot veertig procent.
De langste vrijstelling in haar soort
De vergelijking met andere Europese regimes maakt de reikwijdte van de Turkse maatregel duidelijk. Italië biedt via de Impatriati-regeling vijf jaar gedeeltelijke vrijstelling op buitenlandse inkomsten. Spanje's Beckham-wet loopt zes jaar. Griekenland en Portugal gaan iets verder, respectievelijk zeven en tien jaar. Cyprus, dat al een van de meest aantrekkelijke regimes had met zeventien jaar vrijstelling op dividenden en interesten, wordt nu ingehaald. Twintig jaar is langer dan de Italiaanse, Spaanse en Portugese regimes samen.
Voor een gezin met 250.000 euro buitenlandse inkomsten per jaar kan het verschil in belastingdruk ten opzichte van een West-Europese woonstaat oplopen tot meer dan 100.000 euro per jaar, en over de volledige looptijd tot meer dan twee miljoen euro.
De wet bevat ook een bonus voor successieplanning. Het erfenis- en schenkingsrecht wordt verlaagd tot een vlak tarief van één procent. Dat tegenover het huidige progressieve tarief dat oploopt tot dertig procent. Dat maakt Turkije ook aantrekkelijk als intergenerationeel vermogensvehikel.
Hoeveel vermogenden verhuizen er eigenlijk?
Henley & Partners, het migratie-adviesbureau dat jaarlijks de Private Wealth Migration Report publiceert, schatte dat in 2025 wereldwijd 142.000 miljonairs van fiscale woonplaats veranderden, tegenover 134.000 in 2024. Het Verenigd Koninkrijk alleen al zou er 16.500 verliezen, een wereldrecord. De bestemmingen zijn grotendeels gekend: de VAE, Zwitserland, Italië en Singapore.
Toch verdienen de cijfers enige nuance. Het Tax Justice Network wees erop dat de jaarlijkse mobiliteitsgraad van miljonairs al een decennium schommelt rond 0,2 procent van de totale populatie vermogende personen. Van een 'exodus', een term die Henley zelf geregeld gebruikt, is statistisch gezien geen sprake. Wat wél reëel is: de groep die actief op zoek gaat naar fiscale optimalisatie via legale hervestiging groeit, mede door het toenemende aanbod aan gestructureerde regimes.
De race naar de bodem, of toch niet?
Achter de technische details schuilt een politieke keuze die te weinig expliciet wordt gemaakt. Landen als Turkije, de VAE, Cyprus en Portugal hebben bewust gekozen voor een model waarbij ze een relatief kleine doelgroep aantrekken. Die groep genereert belastingopbrengsten via consumptie, vastgoed, werkgelegenheid en indirecte belastingen. Zelfs al betalen die personen nul procent op hun kerninkomsten.
Het alternatief, namelijk hoge tarieven handhaven, leidt er niet per se toe dat die inkomsten belast worden. Het leidt er wel toe dat ze elders belast worden.
De VAE illustreert het meest extreme model: nul procent over alle inkomsten, lokaal en buitenlands, permanent, zonder vervaltermijn. Turkije kiest voor een tussenweg: nul procent op buitenlandse inkomsten, maar wel normale belasting op Turkse bronnen. Dat is een fiscaal eerlijker model. Ook een dat aantrekkelijker is voor founders en investeerders dan voor wie lokaal inkomen genereert.
50 tot 56% inkomstenbelasting
De landen die verliezen in deze race zijn niet per se de landen met de hoogste tarieven. Wel de landen die hun regimes niet aanpassen aan de gewijzigde realiteit van mobiel kapitaal. Denemarken, Duitsland en België handhaven topmarginalen tussen vijftig en zesenvijftig procent, zonder noemenswaardige voordelen voor nieuwe ingezetenen. Dat is een beleidskeuze. Maar wie veronderstelt dat de vermogenden daardoor automatisch hun belasting betalen, onderschat hoe laagdrempelig de alternatieve regimes intussen geworden zijn. Een vlucht van 0,2 procent klinkt klein. Voor landen die sterk afhankelijk zijn van vermogensbelasting op een geconcentreerde groep, kan het verschil aan de marge politiek pijnlijk zijn.
Turkije speelt een lang spel. Het land combineert een fiscale aanbieding van twintig jaar met een citizenship-by-investment-programma dat al jaren loopt. 400.000 dollar in vastgoed, drie jaar aanhouden, en een Turks paspoort volgt. Dat paspoort geeft toegang tot ruim 114 bestemmingen zonder visum. In combinatie met een EU-paspoort is de structuur voor internationaal mobiele vermogens aantrekkelijker dan op het eerste gezicht lijkt.
De officiële implementatiegids van de Turkse belastingdienst is nog niet gepubliceerd. De precieze behandeling van gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (Controlled Foreign Company of CFC) wacht op verduidelijking. Maar de race om rijken aan te trekken is zeker niet gelopen.