Rijkenhaat als politiek programma: wanneer kapitaal zijn koffers pakt
Rijkdom vlucht, de middenklasse betaalt de rekening en politici serveren populistische oplossingen die het probleem alleen maar verergeren. Wat nu?
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
Terwijl het kapitaalsaandeel in het nationaal inkomen recordhoogtes bereikt en gewone huishoudens verzuipen in schulden en inflatie, biedt noch de vlucht van vermogenden, noch het populistische wegbelasten ervan een structurele oplossing voor de groeiende kloof.
Het arbeidsaandeel in het Amerikaanse nationaal inkomen is in het derde kwartaal van 2025 gezakt tot 53,8 procent — het laagste niveau sinds de statistieken in 1947 begonnen. Tegelijk steeg het aandeel van de bedrijfswinsten in het nationaal inkomen naar ruim 16 procent, het hoogste peil in decennia. We zijn getuige van een structurele verschuiving: weg van lonen, richting kapitaal.
Globalisering, automatisering en vooral de opkomst van AI verhogen de productiviteit vooral bij schaalbare, kapitaalintensieve bedrijven. De winsten vloeien naar aandeelhouders en oprichters, terwijl lonen achterblijven door een overschot aan gewone arbeid en een tekort aan zeldzame, hooggekwalificeerde vaardigheden.
Een parallelle realiteit
De motor draait harder dan ooit, maar steeds minder mensen rijden mee. Wie aandelen, vastgoed of een techbedrijf bezit, heeft de voorbije jaren fors verdiend. Wie maandelijks zijn creditcard tot het maximum moet belasten, leeft in een parallelle realiteit.
In het eerste kwartaal van 2026 stond de totale Amerikaanse creditcardschuld op 1.250 miljard dollar, met een ernstige achterstalligheidsgraad (+90 dagen) van rond de 13 procent. Dat is het hoogste niveau in vijftien jaar. Mensen betalen intussen rente op rente om basisbehoeften te kunnen betalen.
De rekening van de inflatie
Terwijl bedrijven recordwinsten boeken, vreet inflatie de koopkracht van gewone huishoudens verder aan. De PCE-index van de Federal Reserve sprong in april 2026 op jaarbasis naar 3,8 procent, de sterkste stijging in twee jaar, mede door hogere energieprijzen. Het reële beschikbare inkomen daalde meerdere maanden op rij en de spaarquote bereikte een meerjarig dieptepunt.
In de eurozone steeg de HICP-inflatie in april 2026 naar 3,0 procent (het hoogste peil sinds september 2023), terwijl België nog harder werd geraakt met 4,2 procent (tegen 2,2 procent in maart), vooral door de energieprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten.
Deze omstandigheden voeden een begrijpelijke politieke woede over ongelijkheid. Maar die woede is vaak slecht gericht. Men wijst naar “de rijken”, terwijl de echte drijfveren, technologische disruptie en demografische druk, veel dieper liggen.
De vlucht van het kapitaal
Oprichters bestuderen verdragen, families emigreren. ‘We zien enkele verhuizen naar het buitenland, naast cliënten die ons vragen om het scenario eens te bestuderen’, zei Griet Vanden Abeele, vennoot en experte vermogens- en successieplanning bij Tiberghien, eind vorig jaar. Ook Tuerlinckx Tax Lawyers zulke signalen op te vangen. ‘Het gaat om vermogenden die ontevreden zijn over hoe de Belgische fiscaliteit evolueert en er geen vertrouwen meer in hebben dat er een stabiel klimaat komt’, aldus nog Vanden Abeele.
Groot-Brittannië
Groot-Brittannië toont wat er gebeurt wanneer een overheid rijke belastingbetalers structureel als verdachten in plaats van als dragers van het systeem behandelt. De top 1 procent betaalt ongeveer 28-29 procent van alle inkomensbelasting, de top 10 procent meer dan de helft. Dat maakt het systeem extreem kwetsbaar. Wanneer die groep vertrekt naar Dubai, Miami of Milaan, krimpt de belastingbasis meteen. De vraag “Heb jij al naar Abu Dhabi gekeken?” is in Londense kringen al lang geen grap meer.
Californië
Californië herhaalt dezelfde fout. De voorgestelde eenmalige 5 procent vermogensbelasting op miljardairs (2026) heeft drie fatale problemen. Ze levert geen structurele inkomsten, rijken kunnen eenvoudig de staat verlaten, en ze creëert een gevaarlijk precedent. Studies van Moretti en Wilson tonen dat ongeveer 35 procent van de superrijken verhuist bij invoering van een vermogensbelasting. Jeff Bezos vertrok al naar Miami, Larry Page en Sergey Brin verplaatsen activiteiten uit Californië. Wie de meubels verbrandt om zich te warmen, staat straks in de kou.
Frankrijk
Frankrijk deed het voor. Het toptarief van - 'Je n'aime pas les riches, j'en conviens' - François Hollande (75%) leverde amper extra inkomsten op, maar joeg talent en kapitaal weg, waaronder Bernard Arnault. Twee jaar later werd het stilletjes afgeschaft. De symboliek was groot, de schade aan het investeringsklimaat blijvend.
Rijkenhaat als politiek programma
In België klinkt de retoriek van klasse-antagonisme iets zachter, maar hij is er wel. Bij Vooruit en ook elders wordt de vermogensbezitter nog te vaak neergezet als probleem in plaats van als motor. “De rijken moeten gewoon meer betalen” klinkt politiek aantrekkelijk, maar is economisch onvolledig.
België heeft al een van de hoogste belastingdrukken op arbeid ter wereld. Het echte probleem is niet dat de rijken te weinig bijdragen. Wel dat het systeem structureel te duur is geworden voor wat het oplevert. Stijgende pensioenen, gezondheidszorg en uitkeringen bij een krimpend draagvlak door vergrijzing.
Wie denkt dat het wegbelasten van een kleine groep de oplossing is, botst snel op een harde grens: kapitaal is mobiel. Het vertrekt wanneer de druk te hoog wordt, want wanneer een regering belastingen tot bijna bestraffende niveaus opdrijft en tegelijk succes voorstelt als het resultaat van onrechtmatig verkregen privilege, begint de emotionele kost om te blijven zwaarder te wegen dan de praktische kost om te vertrekken.
De subsidiefabriek draait overuren
Terwijl men debatteert over wie meer moet bijdragen, legt de Belgische realiteit de hypocrisie bloot. Kranten en tijdschriften, vol pleidooien voor begrotingsdiscipline, lobbyen via hun sociale partners voor het behoud van 109 miljoen euro aan belastingkredieten. Ook na 2026. Ondertussen draait DPG Media een nettowinst van honderden miljoenen en Mediahuis eveneens. Het contrast met Marc Coucke, die 11,5 miljoen euro subsidies voor Pairi Daiza weigerde uit solidariteit met de Waalse begroting, is schrijnend. Overheidssteun volgt macht en organisatie, niet noodzaak. Kleine ondernemers zonder lobby missen de boot.
Niemand heeft het volledige antwoord
Links ziet marktfalen en roept om herverdeling. Rechts ziet overheidsfalen en pleit voor minder interventie. Beide hebben deels gelijk. Ongelijkheid stuwt innovatie en ondernemerschap, maar wanneer de winsten naar een kleine groep vloeien terwijl de kosten (verloren jobs, hogere energieprijzen, druk op publieke diensten) worden gesocialiseerd, groeit de spanning. Technologie belooft veel, maar lost het distributievraagstuk niet automatisch op. Wat we wél zeker weten: het wegbelasten van mobiel kapitaal lost de staatsschuld niet op als de belastingbasis krimpt.
Het negeren van ongelijkheid lost niets op als schuldenaren uit woede stemmen. Blind vertrouwen op technologie faalt wanneer de baten geprivatiseerd en de kosten gesocialiseerd worden. Zonder fundamentele hervormingen (lagere belasting op arbeid, efficiëntere welvaartsstaat en een klimaat dat productief kapitaal aantrekt in plaats van verjaagt) dreigt een vicieuze cirkel: hogere belastingen leiden tot meer kapitaalvlucht, wat op zijn beurt de druk op een kleiner draagvlak nog verhoogt. Wanneer het kapitaal zijn koffers pakt, blijft er weinig over voor wie niet kan meereizen.