Vandenbroucke verzet zich tegen extra besparingen in gezondheidszorg ondanks oplopend begrotingstekort
Vice-eersteminister Frank Vandenbroucke (Vooruit), bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, wil geen bijkomende besparingen in de gezondheidszorg. Dat zegt hij, hoewel het Monitoringcomité waarschuwt voor een oplopend begrotingstekort en premier De Wever extra inspanningen vraagt. Volgens Vandenbroucke heeft de sector al genoeg bijgedragen en moet de oplossing elders liggen.
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
- Frank Vandenbroucke wil geen extra besparingen in de gezondheidszorg en stelt dat de sector al voldoende inspanningen heeft geleverd.
- Hij legt de oorzaak van het begrotingstekort vooral bij achterblijvende overheidsinkomsten en niet bij de zorguitgaven.
Begrotingsdruk neemt toe
De discussie komt er op een moment dat de federale begroting onder zware druk staat. Het Monitoringcomité verwacht dat het tekort tegen 2029 oploopt tot 4,9 procent van het bbp. Premier Bart De Wever gaf aan dat de regering mikt op een bijkomende inspanning van ongeveer 4 miljard euro, mogelijk zelfs meer. Tegen die achtergrond trekt Vandenbroucke een duidelijke lijn: de gezondheidszorg mag niet opnieuw het doelwit worden van besparingen.
“Niet nog meer besparen”
De minister erkent dat het tekort ernstig is. “Dat is een realiteit waarvan je niet kan wegkijken,” zegt hij. Tegelijk benadrukt hij dat zijn departement al belangrijke maatregelen heeft genomen. Zo werden remgelden voor bepaalde medicatie aangepast en wordt een mogelijke verhoging van remgelden voor consultaties onderzocht. De farmaceutische sector engageerde zich om tegen het einde van de legislatuur 900 miljoen euro bij te dragen.
Daarnaast lopen er hervormingen met artsen om de terugbetaling efficiënter te maken, met focus op doelmatige zorg of “appropriate care”. Hij is dan ook duidelijk: “Men moet mij in de regering dus niet komen vragen (…) om daarbovenop nog extra besparingen in de gezondheidszorg te zoeken. Dat gaan we niet doen. Er is werk genoeg met wat al afgesproken is,” zegt hij in Artsenkrant.
Investeren blijft noodzakelijk
De minister wil tegelijk blijven investeren in zorgpersoneel, nieuwe behandelingen en innovatieve medicatie. Hij wijst erop dat er dagelijks beslissingen genomen worden om nieuwe vormen van zorg toegankelijk te maken. Extra besparingen zouden die evolutie in gevaar brengen.
Het grootste probleem van de federale begroting ligt bij de achterblijvende ontvangsten. Niet alleen de uitgaven, maar ook de inkomsten van de overheid spelen dus een belangrijke rol in het oplopende tekort.
Oproep tot samenwerking
De minister benadrukt dat de huidige hervormingen strikt moeten worden uitgevoerd. Hij verwacht dat artsenorganisaties meewerken aan maatregelen zoals het herbekijken van het conventiemodel en het aanpakken van buitensporige ereloonsupplementen. Hij pleit voor een gezamenlijke inspanning in moeilijke tijden. “Laat ons tonen dat solidariteit als basis van de gezondheidszorg mogelijk is, en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt.”