Argentinië, Peru, Chili en El Salvador: waarom rukt rechts overal op in Zuid-Amerika?
Op het Zuid-Amerikaanse continent zijn rechtse partijen duidelijk in opmars. In Peru eindigde Keiko Fujimori bijvoorbeeld als eerste in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, een evolutie die ook zichtbaar is in Chili, El Salvador en Argentinië. Hoe valt deze golf te verklaren die zich over heel Zuid-Amerika verspreidt?
Gepubliceerd door J.PE
Samenvatting van het artikel
- Rechtse partijen nemen opnieuw de bovenhand in de meeste Zuid-Amerikaanse landen.
- Die terugkeer naar (soms radicaal) conservatisme hangt samen met het einde van een economische cyclus, versterkt door de coronacrisis.
Een blauwe golf rolt over Latijns-Amerika. Ze strekt zich uit van het El Salvador van Nayib Bukele tot het Chili van José Antonio Kast, en loopt via het Argentinië van Javier Milei tot een Peru dat volop politiek hertekend wordt.
Die opmars van rechts, soms radicaal, soms gematigder, verandert het politieke evenwicht op een continent dat lange tijd werd gekenmerkt door ideologische cycli en afwisselingen. Die rechterzijde kent verschillende vormen. Aan de ene kant heb je gematigde liberale of centrumpartijen die stabiliteit en begrotingsdiscipline beloven.
Maar vaak is de toon scherper, met populistische of autoritaire figuren die breken met het bestaande systeem tot hun belangrijkste troef maken. Vandaag wordt meer dan de helft van de Zuid-Amerikaanse landen bestuurd, of zou binnenkort bestuurd kunnen worden, door conservatieve krachten.
Een groeiende electorale dynamiek
In Peru illustreert de opkomst van veiligheidsthema’s en anti-immigratieretoriek deze trend. De kandidatuur van Keiko Fujimori, erfgename van een uitgesproken autoritair verleden, past volledig binnen die logica van een terugkeer naar orde.
In Colombia hoopt rechts opnieuw de macht te grijpen na de linkse ervaring onder Gustavo Petro, door in te spelen op economische teleurstellingen en veiligheidsproblemen. Ook Brazilië zou die beweging kunnen bevestigen. Tegenover Luiz Inácio Lula da Silva, een historisch figuur van links, staat een nieuwe generatie conservatieven die voortbouwt op de lijn van Jair Bolsonaro, met nadruk op veiligheid, religieuze waarden en kritiek op instellingen.
Ideologisch dichter bij elkaar dan het lijkt
Bestaat er een gemeenschappelijke noemer tussen Javier Milei, een libertaire voorstander van drastische besparingen, en José Antonio Kast, een uitgesproken conservatief met autoritaire referenties? Ondanks hun verschillen delen hun politieke projecten opvallend veel gelijkenissen.
Deze nieuwe rechtse stromingen vertrekken vanuit eenzelfde visie: prioriteit voor orde, afwijzing van sociale beleidsmaatregelen die als inefficiënt worden beschouwd, uitgesproken maatschappelijk conservatisme en een framing van links als existentiële tegenstander. Ze maken bovendien deel uit van een bredere internationale dynamiek, in lijn met conservatieve bewegingen in Europa en Noord-Amerika. Toch is er een belangrijk verschil met eerdere golven: deze nieuwe rechtse krachten spelen volledig het democratische spel. Waar sommige historische rechtse bewegingen verkiezingen wantrouwden, gebruiken deze actoren ze net als hun belangrijkste middel om de macht te veroveren.
De blijvende impact van economische crises
Om deze politieke verschuiving te begrijpen, moeten we terug naar de financiële crisis van 2008. Latijns-Amerika, dat sterk afhankelijk is van grondstoffenexport, werd zwaar getroffen. Die crisis betekende het einde van een periode van groei en verzwakte de opkomende middenklasse. Linkse partijen, die toen dominant waren, betaalden daarvoor de politieke prijs.
De verkiezing van Mauricio Macri in 2015 en die van Jair Bolsonaro in 2018 vormden de eerste signalen van die omslag. De coronapandemie heeft die breuklijnen nog verdiept. In economieën waar veel mensen in de informele sector werken, veroorzaakten lockdowns zware sociale schokken. Het wantrouwen tegenover politieke en administratieve elites groeide, wat een vruchtbare voedingsbodem vormde voor anti-systeemdiscours.
Veiligheid en afkeer van de staat
In die context is veiligheid een centraal thema geworden. Het succes van Nayib Bukele in El Salvador is grotendeels te danken aan zijn harde aanpak van bendes. Dat model krijgt veel aandacht en beïnvloedt intussen verkiezingscampagnes in de hele regio. Tegelijk is er een sterke kritiek op de staat. In Argentinië hekelt Javier Milei een “politieke kaste” die volgens hem de economie verstikt. Dat discours slaat aan in samenlevingen die worden geconfronteerd met bureaucratie, corruptie en inefficiënte overheidsdiensten.
De terugkeer van machtspolitiek
Deze politieke herschikking speelt zich ook af tegen een gespannen geopolitieke achtergrond. De Verenigde Staten proberen hun invloed in de regio opnieuw te versterken, terwijl China zich de voorbije vijftien jaar heeft opgewerkt tot een onmisbare economische partner voor veel Latijns-Amerikaanse landen. De handelsrelaties met Peking zijn sterk toegenomen, vooral in sectoren zoals mijnbouw en landbouw.
Daardoor bevinden regeringen zich in een delicate positie: ze moeten die economische relaties behouden, maar tegelijk rekening houden met de druk van Washington. In die context zoeken rechtse regeringen vaak toenadering tot de Verenigde Staten, vooral op vlak van veiligheid en de strijd tegen drugshandel.
Een blijvende golf?
De centrale vraag blijft of deze rechtse golf standhoudt. De politieke geschiedenis van Latijns-Amerika wordt gekenmerkt door snelle cycli, waarbij elke machtswissel de volgende voorbereidt. Vandaag zijn deze nieuwe rechtse krachten niet langer enkel oppositiepartijen. Ze besturen en moeten bewijzen dat ze kunnen leveren: de economie herlanceren, ongelijkheid verminderen en veiligheid herstellen.