België : waarom ontspoort het begrotingstekort ondanks belastingen die tot de hoogste van Europa behoren?
België combineert een hoge welvaart met een bijzonder zware belastingdruk, terwijl de begrotingstekorten toch blijven oplopen. Naast de opeenvolgende crisissen legt deze ontsporing vooral een structureel probleem bloot: moeilijk beheersbare overheidsuitgaven, versnipperd over talrijke beleidsniveaus en onvoldoende geëvalueerd.
Gepubliceerd door Nicolas de Pape
Samenvatting van het artikel
Ondanks een belastingdruk die tot de hoogste van Europa behoort, stapelt België begrotingstekorten van meer dan 5% van het bbp op. Het probleem ligt minder bij een gebrek aan inkomsten dan bij de stijgende uitgaven, de vergrijzing en de institutionele versnippering. Om een spiraal van schulden en rentelasten te vermijden, moet het land zijn uitgaven herbekijken, overlappingen wegwerken en de werkgelegenheid verhogen, in plaats van de belastingen nog verder op te trekken.
Inhoud
- Een probleem van inkomsten of uitgaven?
- De institutionele lasagne maakt de rekening zwaarder
- Arbeid nog zwaarder belasten is geen oplossing meer
- Vergrijzing en AI: de volgende uitdagingen
- De crisissen hebben een oud probleem verergerd
- Een probleem van het model, niet van de conjunctuur
- Investeren of de lopende werking financieren
België is een rijk land. Het behoort tot de Europese landen met een hoog bbp per inwoner, zijn economie blijft solide en de belastingdruk is bijzonder zwaar. Toch bevinden onze overheidsfinanciën zich in een toestand die steeds moeilijker te rechtvaardigen valt. In 2025 bedroeg het begrotingstekort ongeveer 5,3% van het bbp, of meer dan 34 miljard euro. Voor 2026 zou het tekort opnieuw rond 5% uitkomen. De Nationale Bank verwacht zelfs dat het tegen 2028 kan oplopen tot 5,7% van het bbp, terwijl de overheidsschuld dan 115% van het bbp zou benaderen.
Daar ligt de Belgische paradox: hoe kan een land dat zoveel belastingen heft en over een hoge welvaart beschikt, zulke grote tekorten blijven opstapelen?
Een probleem van inkomsten of uitgaven?
Het antwoord ligt in de eerste plaats bij het niveau van de overheidsuitgaven. België geeft bijzonder veel uit. Dat een overheid veel geld besteedt, hoeft op zich niet noodzakelijk een probleem te zijn: bepaalde uitgaven zijn uiteraard onmisbaar. De vraag is echter of al die uitgaven nog steeds gerechtvaardigd, doeltreffend en goed gecoördineerd zijn. Wanneer een land met zo’n hoge belastingdruk toch een tekort van meer dan 5% van het bbp laat optekenen, moeten we de moed hebben om de vraag te stellen: hebben we vooral een inkomstenprobleem of een uitgavenprobleem?
De cijfers wijzen duidelijk in de richting van de uitgaven. Pensioenen, gezondheidszorg, sociale uitkeringen, ambtenarenlonen, de werking van overheidsdiensten, investeringen, subsidies en voortaan ook defensie-uitgaven: de verplichtingen hebben zich door de jaren heen opgestapeld. Daarbij komt nog de kostprijs van de schuld. Hoe meer we lenen, hoe meer geld we aan rentebetalingen moeten besteden. Dat geld kan vervolgens niet meer voor andere prioriteiten worden gebruikt.
Het probleem is dat niemand de volledige rekening echt vanuit een voldoende globaal perspectief lijkt te bekijken.
De institutionele lasagne maakt de rekening zwaarder
België is een echte institutionele lasagne geworden. De federale overheid, de Gewesten, de Gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de intercommunales en een veelheid aan overheidsorganisaties verdelen de bevoegdheden onder elkaar. Elk niveau beschikt over zijn eigen budget, prioriteiten en beperkingen. Maar wie neemt voldoende afstand om het geheel van de Belgische overheidsuitgaven te bekijken?
Om verder te lezen, abonneer u of gebruik een krediet.
Al abonnee? Inloggen