Chemiesector nog niet door dieptepunt: “Crisis zal nog verergeren”
De Europese chemische industrie staat voor een langdurige en ingrijpende terugval. Dat zegt Ivan Pelgrims, afgevaardigd bestuurder van Evonik Antwerpen, een grote chemiespeler in de Antwerpse haven die gespecialiseerd is in hoogwaardige chemische producten voor onder meer de farmaceutische sector, voeding en coatings. Volgens Pelgrims is het dieptepunt van de crisis nog niet bereikt en zal de sector de komende jaren verder krimpen.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
- De Europese chemiesector zit volgens Evonik-topman Ivan Pelgrims nog niet aan het dieptepunt en zal de komende jaren verder krimpen door hoge energieprijzen en internationale concurrentie.
- Zelfs snelle politieke maatregelen zullen de neerwaartse trend niet meteen keren, terwijl bedrijven proberen jobs intern te behouden.
Volgens Pelgrims zijn de problemen structureel geworden. “Zelfs als men nu snel maatregelen begint te nemen, zal er nog meer capaciteit verdwijnen. De invloeden van buiten Europa zijn gewoon te groot”, zegt hij in Flows.
De sector kampt al langer met stevige tegenwind. Hoge energieprijzen, internationale concurrentie en geopolitieke spanningen wegen zwaar op de productie. Vooral sinds de Russische inval in Oekraïne is de situatie verslechterd. Door het wegvallen van goedkoop Russisch gas moest de industrie overschakelen op duurdere alternatieven, terwijl tegelijk de energietransitie versneld werd doorgezet.
Productie onder druk
Die combinatie vertaalt zich in duidelijk lagere productievolumes. Waar chemische installaties vroeger bijna op volle capaciteit draaiden, is dat vandaag lang niet meer het geval. Volgens Pelgrims draaien sommige installaties nog maar op 65 procent van hun capaciteit. In extreme gevallen zakt dat zelfs onder de 50 procent. Dat heeft grote gevolgen voor de rendabiliteit. Bedrijven verdienen op dat niveau onvoldoende om nog te investeren in hun installaties, wat het risico op verdere afbouw vergroot.
Jobs op het spel
Achter die dalende productie schuilt ook een menselijke impact. Minder capaciteit betekent onvermijdelijk minder werk. Pelgrims benadrukt dat hij het behoud van jobs centraal stelt. Bij Evonik wordt geprobeerd om werknemers zoveel mogelijk intern te herplaatsen. Medewerkers van afgebouwde activiteiten krijgen andere functies binnen het bedrijf.
Daarnaast worden vertrekkende werknemers niet altijd vervangen. Op die manier ontstaat ruimte om personeel intern te laten doorgroeien of te heroriënteren. Intussen zouden al ongeveer negentig medewerkers op die manier een nieuwe rol hebben gekregen. Zijn ambitie blijft duidelijk: “Wij willen niemand ontslaan om economische redenen”, klinkt het in Flows.
Politieke actie blijft uit
Volgens Pelgrims groeit het besef bij beleidsmakers dat de industrie onder druk staat. Toch blijven concrete maatregelen voorlopig uit. Al twee jaar wordt er volgens hem gesproken over oplossingen, zonder dat er voldoende beslissingen volgen. De Europese Raad van 19 maart ziet hij als een belangrijk moment om de koers bij te sturen.
Een van de knelpunten blijft het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Pelgrims steunt dat systeem, maar waarschuwt dat Europa zichzelf niet uit de markt mag prijzen door te strenge regels zonder gelijke concurrentievoorwaarden wereldwijd. Daarnaast pleit hij voor maatregelen tegen goedkope import, vooral uit China, die de Europese markt overspoelt.
Vooruitzichten blijven somber
Op korte termijn verwacht Pelgrims weinig verbetering. Integendeel, hij vreest dat de sector binnen een jaar nog kleiner zal zijn dan vandaag.
De chemische cluster in Europa zal volgens hem niet verdwijnen, maar wel veranderen. Sommige installaties zullen sluiten, terwijl andere activiteiten overeind blijven. Zelfs als er snel politieke actie komt, zal dat de neerwaartse trend niet meteen stoppen. “Het gaat gewoon niet snel genoeg in Europa. En zolang dat zo blijft, is het einde van de crisis nog niet in zicht”, besluit Pelgrims.