Eigenaars in de steek gelaten, krakers beschermd: de Brusselse impasse (Column)
In Brussel trekken leegstaande kantoorgebouwen steeds vaker illegale kraakacties aan. Tussen trage gerechtelijke procedures, militante verenigingen en een falende regio voelen eigenaars zich in de steek gelaten. Een ontsporing die vragen oproept over het respect voor het eigendomsrecht. Een column van Alain Schenkels.
Gepubliceerd door Alain Schenkels
Samenvatting van het artikel
- In Brussel nemen de kraakacties in leegstaande kantoorgebouwen toe.
- De traagheid van het gerecht en het activisme van bepaalde groepen bedreigen het eigendomsrecht.
Brussel wil een Europese hoofdstad zijn, modern en open. Achter de gerenoveerde gevels en de grote vastgoedprojecten ziet de stad echter een fenomeen toenemen dat steeds meer eigenaars verontrust: de illegale bezetting van leegstaande kantoorgebouwen.
Deze gebouwen, vaak in verbouwing of in afwachting van vergunningen, worden het doelwit van groepen die er zich zonder toestemming vestigen, vaak via inbraak. De procedure om ze daar weg te krijgen is op haar beurt een ware lijdensweg, met gerechtelijke procedures, eindeloze termijnen en oplopende kosten.
De Brusselse paradox
De meeste van deze gebouwen zijn geen verlaten karkassen. Ze maken deel uit van een economische cyclus: kantoren die verouderd zijn en worden herbestemd tot woningen of andere stedelijke functies. Helaas ontstaat er, tussen vergunningen die lang op zich laten wachten en een noodgedwongen verminderde bewaking, een opening.
De wet kiest niet de kant van de eigenaar, maar die van een absurde neutraliteit: tot er een rechterlijke uitspraak is, blijft de kraak gehandhaafd.
Gevolg: vertragingen in renovatie- en transformatieprojecten en ontredderde particulieren of beheersmaatschappijen. Deze situatie is niet anekdotisch, maar is systemisch geworden. Ze legt een diepgaand onevenwicht bloot, waarbij de bescherming van de “kwetsbare” zwaarder weegt dan die van de “legale”. En in naam van een sociaal geweten wordt een vorm van illegale onteigening genormaliseerd.
De verloedering en onveiligheid die zich in de wijken verspreiden
Deze illegale bezettingen beperken zich niet tot een juridisch of economisch probleem; ze hebben ook rechtstreekse gevolgen voor de Brusselse wijken. In de betrokken zones leiden kraakpanden tot een achteruitgang van de leefomgeving. Gebouwen worden snel onbewoonbaar, met illegale aansluitingen op water en elektriciteit, soms hygiëneproblemen en zelfs spanningen tussen de bewoners.
In de loop van de weken neemt het gevoel van onveiligheid toe. Geluidsoverlast, samenkomsten, beschadigingen en kleine vormen van handel die soms opduiken, zorgen ervoor dat bewoners zich in de steek gelaten voelen door de overheid. En onvermijdelijk daalt de vastgoedwaarde van de omliggende eigendommen. Lokale eigenaars zien het resultaat van jaren inspanningen aangetast door een wanorde die ze noch kunnen controleren, noch kunnen aanklagen zonder beschuldigd te worden van een “gebrek aan solidariteit” of zelfs “racisme”.
Deze spiraal van verloedering en stedelijke ontmoediging weegt zwaar op de samenhang van de wijken en toont aan hoe laksheid tegenover kraakacties uiteindelijk niet alleen investeerders, maar ook gewone burgers treft—zij die belastingen betalen en hun leefomgeving zien achteruitgaan zonder dat er een duidelijk politiek antwoord komt.
Wanneer solidariteit zich afkeert van het recht
Een andere ontsporing verdient aandacht: de rol van bepaalde, vaak gesubsidieerde verenigingen die krakers begeleiden of actief verdedigen. Uiteraard is hun oorspronkelijke motivatie begrijpelijk—daklozen helpen en leegstand aanklagen. Toch kan hun logica uiteindelijk het gezag van het recht ondermijnen. Deze juridische of militante structuren presenteren zich als verdedigers van “daklozen”, maar organiseren soms het verzet tegen uitzettingen.
Recent zagen we in Brussel advocaten die door organisaties werden gemandateerd om gerechtelijke procedures bewust te vertragen, beroepen te vermenigvuldigen en krakers in de media voor te stellen als slachtoffers van een onrechtvaardig systeem. Intussen blijft de werkelijk benadeelde—de eigenaar—stil, wordt hij bedreigd met vandalisme en beroofd van zijn kapitaal.
Wanneer een sociale zaak een ideologische strijd wordt, is er geen sprake meer van solidariteit, maar van militantisme, ten koste van de wettelijkheid.
De rol van de staat en de publieke verantwoordelijkheid
Deze evolutie is des te verontrustender omdat ze wijst op een overheid die haar verantwoordelijkheden meer en meer verzuimt. Het Brussels Gewest toont een zekere terughoudendheid en aarzelt om in te grijpen uit vrees om als “onmenselijk” te worden bestempeld. Het schuift de verantwoordelijkheid door naar justitie, alsof illegale bezetting louter een burgerlijk geschil is. Nochtans gaat het om een schending van het eigendomsrecht, vergelijkbaar met een inbraak. Het is paradoxaal vast te stellen dat men in een stad met een tekort aan woningen de bezetting tolereert van gebouwen die zouden kunnen worden gerenoveerd of omgevormd tot woningen.
De staat moet zijn rol als scheidsrechter opnieuw opnemen, de wettelijkheid beschermen en zorgen voor een humanitaire aanpak: snelle administratieve uitzetting van krakers en noodopvang voor kwetsbare personen. Het is niet aanvaardbaar dat verenigingen zich opwerpen als vervangers van de staat. Evenmin mag de eigenaar gegijzeld worden in een ideologisch debat.
Compassie mag geen toegeeflijkheid rechtvaardigen
Het eigendomsrecht is, verre van een kwestie voor bevoorrechten te zijn, een hoeksteen van elke geordende samenleving. Het waarborgt arbeid, investeringen en vertrouwen in de instellingen. Wil Brussel een gerespecteerde Europese hoofdstad blijven, dan moet het een duidelijk beleid voeren ten aanzien van kraakpanden, met respect voor het geldende recht, de bescherming van privé-eigendom en de sociale verantwoordelijkheid van de staat. Zo niet dreigt het wantrouwen tegenover de instellingen toe te nemen.
“Solidariteit” kan deze ontsporing niet rechtvaardigen: de machteloosheid van het recht wanneer het niet langer wordt verdedigd.
Zolang de staat blijft aarzelen tussen de wet en moreel conformisme, zal Brussel gevangen blijven in zijn eigen paradox: een Europese hoofdstad waar de wettelijkheid wijkt voor illegale bezetting. Eigendom verdedigen betekent niet dat men geen solidariteit toont; het betekent dat men eist dat iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt. Want een samenleving die haar waarden niet meer durft te beschermen, verliest uiteindelijk het respect voor zichzelf.