Eindelijk een kentering in het Europees migratiebeleid? (opinie)
Het Europees migratiebeleid lijkt stilaan een andere richting uit te gaan, schrijft EU-analist Pieter Cleppe in een analyse voor 21News. Jarenlang bleef het terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers weinig effectief, met lage cijfers en veel politieke discussie tot gevolg. De druk om daar verandering in te brengen is de voorbije jaren alleen maar toegenomen.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
— Slechts 20% van de terugkeerbesluiten wordt vandaag effectief uitgevoerd
— Nieuwe regels voorzien terugkeerhubs, langere detentie en Europese erkenning van beslissingen
— Lidstaten willen richting een strenger model, maar praktische uitvoering blijft onzeker
Eerder deze maand stemde een meerderheid in een commissie van het Europees Parlement in met een aanscherping van het terugkeerbeleid voor mensen zonder recht op asiel. Op dit moment keren slechts 20 procent van zij die een bevel krijgen om de EU te verlaten ook effectief terug.
De nieuwe Europese verordening laat toe aan EU-lidstaten om zogenaamde “terugkeerhubs” voor afgewezen asielzoekers op te richten in derde landen. Ook komen er meer mogelijkheden voor detentie, die voortaan tot 24 maanden zal kunnen, en langdurige inreisverboden voor zij die een bevel kregen het grondgebied te verlaten. Voorts zullen EU-lidstaten elkaars terugkeerbesluiten ook wederzijds kunnen erkennen, via een zogenaamde “European return order”.
Opmerkelijk bij dit alles is dat de strengere versie van de nieuwe verordening werd goedgekeurd, waarbij de Europese Volkspartij (EVP), de grootste fractie in het Europese Parlement, op steun van meer rechtsere fracties rekende, tot ongenoegen van de linkerzijde.
Het wetgevend proces is nog lang niet afgelopen, maar de huidige voorstellen voorzien dat een asielzoeker die naar een “terugkeerhub” in zo'n derde land wordt gestuurd, daar familieleden moet hebben, er ooit verbleven is of er gepasseerd zijn tijdens de tocht naar de Europese Unie. Ook is het niet mogelijk om niet-begeleide minderjarigen naar daar te sturen. Terwijl die mensen er verblijven, wordt hun terugkeerdossier afgehandeld. Het Commissievoorstel voorziet voorts dat enkel uitgeprocedeerde migranten of mensen zonder geldige verblijfspapieren naar zo’n hub overgebracht kunnen worden. Bovendien kunnen die centra enkel geopend worden in landen die de mensenrechten en het internationaal recht respecteren.
Nederland wil met Oostenrijk, Griekenland, Duitsland en Denemarken voorop wil lopen met het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers naar de hubs. Ook de Belgische federale regering is er voor gewonnen. Minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) stelde: “We moeten af van taboes. De Commissie zet een stap in de juiste richting, maar de praktische uitwerking zal bepalend zijn voor het succes van de hubs.”
EU-lidstaten moeten hierover nog steeds akkoorden bereiken met derde landen, maar toch is het een grote stap. In de praktijk maakt het een aanpak mogelijk die neigt naar die van Australië, iets wat de vorige Britse Conservatieve regering ook probeerde via een akkoord met Rwanda. Toch is er een cruciaal verschil: mensen zullen niet naar de Europese returnhubs kunnen worden gebracht voor ze de asielprocedure hebben doorlopen.
De Australische aanpak
Australië stuurt sinds 2013 al mensen die illegaal het land binnenkomen naar landen waarmee het een overeenkomst heeft – onder meer Nauru. Daar kunnen die mensen asiel aanvragen, maar als dit wordt goedgekeurd, krijgen ze nog steeds geen asiel in Australië, wat het Australische model dan weer onderscheidt van de aanpak van Italië, die asielprocedures probeert te organiseren in Albanië, maar op rechterlijke verboden blijft stuiten. Wel verbindt Australië er zich toe hen asiel te regelen in andere landen.
In de praktijk zorgde Australië voor asiel onder meer in Cambodja en Nauru zelf, maar vaak hoefde het dat niet te doen. Mensensmokkelaars ondervonden immers al snel dat nog maar weinigen voor de risicovolle reis naar Australië wilden betalen. Als gevolg hiervan daalde het aantal verdrinkingsdoden voor de kust van Australië van meer dan 1000 in de jaren voor de introductie van het nieuwe beleidsmodel tot nagenoeg nul, officieel althans. Het contrast met de zogenaamd moreel superieure Europese Unie is ontluisterend. Zowat 30.000 mensen zouden de afgelopen tien jaar zijn verdronken in de Middellandse Zee in een poging om illegaal de EU binnen te komen.
Linkse politiek
Linkse politiek in combinatie met betwiste juridische interpretaties van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens door rechters in Straatsburg zorgden in de praktijk voor een kil, moordend beleid.
Op dit moment is Spanje zowat de enige EU-lidstaat die nog vasthoudt aan dergelijk beleid. Het wil maar liefst een half miljoen illegalen regulariseren, wat volgens politieschattingen zou kunnen oplopen tot 1,2 miljoen. Zou de Spaanse regering al eens gedacht hebben dat zoiets een aanzuigingseffect zou kunnen hebben?
De absolute minimumvoorwaarde om illegalen te regulariseren zou het volledig sluiten van de Europese buitengrens moeten zijn, naar Australisch voorbeeld. In 2025 kwamen echter nog een 200.000 mensen illegaal de EU binnen. Evident zou ook moeten zijn dat zij die alle regels overtreden enkel regulier verblijf kunnen krijgen mits het betalen van een forse boete, al is het maar ten overstaan van zij die braaf alle regels en procedures naleefden.
Duitsland alleen registreerde in 2025 nog 168.000 asielaanvragen. Slechts 28 procent daarvan werden goedgekeurd, wat betekent dat de overigen uiteindelijk zullen moeten terugkeren naar hun land van oorsprong. Gebeurt dat ook? De vraag stellen, is ze beantwoorden.
Rechters in Straatsburg
Het is nu afwachten of EU-lidstaten er in slagen om met een derde land - Tunesië bijvoorbeeld - een akkoord voor een “terugkeerhub” te sluiten. In de toekomst kunnen dit dan ook een soort wachtkamers worden voor zij die asiel willen aanvragen. Of zij die dan ook effectief asiel krijgen dan in de EU terecht kunnen of enkel ergens anders, zoals bij het Australisch model, is dan weer een andere vraag.
Althans Europarlementslid Assita Kanko (N-VA) lijkt de laatste optie te verkiezen. Zij stelt: “Mensen die bescherming nodig hebben, moeten die krijgen. Maar dat moet niet noodzakelijk in de EU gebeuren. (...) Ze kunnen ook bescherming krijgen in een derde land dat voor hen als veilig wordt beschouwd.” Is dat nu zo onmenselijk of onredelijk, zeker gezien de grote uitdagingen in de EU op vlak van integratie van de huidige migrantenpopulatie?
De rechters in Straatsburg kunnen misschien lastig doen over dit alles, maar daar denken zij beter twee keer over na. Gezien de politieke situatie in het Verenigd Koninkrijk is het niet denkbeeldig, of nu zelfs waarschijnlijk, dat het land de Mensenrechtenconventie gewoonweg verlaat, want dat is wat zowel Reform UK van Nigel Farage als de Britse Conservatieven willen. Dat is jammer, want op zich is er niets mis met de mensenrechtenconventie. Het is de onredelijke manier waarop die wordt geïnterpreteerd.
Marc Bossuyt, voormalig opperrechter van het Belgisch Grondwettelijk Hof, en als voormalig Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen zowat de leidende juridische autoriteit in België op vlak van vluchtelingenrecht, verwoordde het als volgt:
“Door artikel 3 van het EVRM, het verbod op foltering, extraterritoriale reikwijdte te verlenen, stelt het Hof de verdragsluitende partijen – d.w.z. landen – verantwoordelijk voor de manier waarop andere landen uitgewezen vreemdelingen behandelen. (…) Ik ben ervan overtuigd dat de combinatie van het M.S.S.-arrest uit 2011, dat de Europese Dublinverordening ondermijnde, en het Hirsi Jamaa-arrest uit 2012, dat de deur openzette voor migranten die via zee Europa probeerden te bereiken, heeft geleid tot de asielchaos van 2015. Naar mijn mening hebben deze uitspraken hier nog meer toe bijgedragen dan de Syrische burgeroorlog en het daaropvolgende ‘Wir schaffen das’-beleid van Angela Merkel.”
Een lijst met veilige herkomstlanden
De nieuwe EU-regels voorzien in een Europese lijst met veilige herkomstlanden, om asielprocedures sneller af te handelen en mensen makkelijker terug te sturen. Dan gaat het naar verluidt onder meer om de kandidaat-lidstaten van de EU, waaronder Turkije en Servië., maar ook om Bangladesh, Colombia, Egypte, Kosovo, India, Marokko en Tunesië. De nieuwe regels voorzien dat het aan de asielzoeker is om te bewijzen dat een land in zijn geval niet veilig is. De Europese Commissie kan ook voorstellen een land van de lijst te halen als de omstandigheden in dat land veranderen.
Veel van die landen doen in de praktijk lastig om hun onderdanen terug op te nemen. Er zal dus wel wat meer moeten nodig zijn. De Britse regering dreigde onlangs al tegen Angola, Namibië en Congo dat hun burgers geen visa meer zullen krijgen indien hun regeringen de samenwerking op het gebied van uitzettingen niet snel verbeteren. Ook uitgaven voor "ontwikkelingshulp" moeten daarbij op tafel, ook al omdat dergelijke geldstromen eerder de ontwikkeling lijken tegenwerken, wanneer ze in handen komt van de corrupte regimes die het grootste struikelblok zijn voor economische ontwikkeling.
Criminele illegalen
De allereerste prioriteit moet in elk geval het terugsturen van criminele gedetineerden zijn die illegaal op het grondgebied verblijven. Waarom geen gevangenis huren in het buitenland, waar die gedetineerden gratis kunnen verblijven na het uitzitten van hun straf, tot op het moment dat zij hun papieren terugvinden of hun land van herkomst kunnen overtuigen hen terug op te nemen?
Zweden gaat later dit jaar alvast een 600-tal gevangenen naar cellen in Estland sturen, dus juridisch is er wel iets mogelijk. Illegale draaideurcriminelen raken vaak snel weer op vrije voeten. Gezien de schade voor de maatschappij die dergelijke permissiviteit veroorzaakt, is een buitenlandse gevangenis allicht bijzonder goedkoop.
De legale instroom
Bovenop dit alles is er dan ook nog het vraagstuk van de legale instroom van vreemdelingen. In de eerste plaats moet men daarbij focussen op het verhinderen van uitkeringsmigratie. Belgisch parlementslid Tomas Roggeman stelde hierover onlangs: "Slechts twee landen hebben het aangedurfd om de fiscale impact van migratie per nationaliteit door te rekenen en af te zetten tegen de kosten voor de sociale zekerheid. De conclusies uit Nederland en Denemarken zijn gelijkluidend."
Daarbij toonde hij een grafiek die duidelijk aantoont dat mensen met Noord-Amerikaanse of West-Europese nationaliteit gemiddeld voor een positieve fiscale bijdrage zorgen, en mensen met een nationaliteit uit Afrika of het Midden-Oosten gemiddeld een negatieve fiscale impact hebben op hun gastland.
Dat zijn althans de bevindingen van het Deens Ministerie van Financiën. Het betekent niet dat dit slechte mensen zijn, maar wel dat ze gemiddeld geld kosten aan het gastland. Het zijn gemiddelden, wat betekent dat er ook heel wat Afrikanen zijn die gemiddeld fiscaal bijdragen en West-Europeanen die geld kosten. Een optimale aanpak bestaat er dus allicht niet in op nationaliteit te gaan discrimineren, maar wel bijvoorbeeld op het beperken van gezinshereniging.
Laat dit nu net een domein zijn waar de EU nog steeds beperkingen oplegt aan de EU-lidstaten, bijvoorbeeld via een EU-richtlijn over gezinshereniging uit 2003, die beperkt hoe streng EU-lidstaten mogen zijn voor gezinshereniging met niet-EU burgers. Dit ondanks het feit dat zo’n beleidskeuzes weinig tot niets met vlotte migratie binnen de EU heeft te maken en dus geen zaak van de EU zouden mogen zijn.
Zelfs zonder EU-bemoeienis, is het evenwel niet zo eenvoudig. De zogenaamde “Boris-wave” in het Verenigd Koninkrijk zorgde na 2019 voor een grote toestroom aan laaggeschoolde niet-Europese migranten, na een wetswijziging door de regering van Boris Johnson die tot doel had gekwalificeerde migranten aan te trekken.
Voorts moet men ook allerlei werkloosheidsvallen wegwerken voor migranten. Een goed voorbeeld is hoe in 2022 meer dan 70 procent van de Oekraïense vluchtelingen in Nederland aan het werk waren, terwijl dit in België op dat moment volgens de beschikbare cijfers niet meer dan een derde was. Ondanks het feit dat dit om vrijwel identieke profielen ging, in zeer gelijkaardige arbeidsmarkten, was er toch een immens verschil.
Cruciaal bleek dat die mensen in Nederland een leefloon zouden ontvangen dat slechts 60 procent bedroeg van het Belgische niveau. Dit geeft aan dat een negatieve fiscale bijdrage leveren en de vaak daarmee gepaard gaande moeizame integratie in de samenleving niet enkel de schuld zijn van de migrant, maar zeker ook van het beleid van het gastland.
Aanpassing van internationale verdragen
Migratie is van alle tijden, maar massamigratie is dat veel minder. De massamigratie die we in Europa de afgelopen dertig jaar hebben gezien was ook geen volledig natuurlijk proces, waarbij mensen migreren omdat ze een jobaanbieding hebben. Integendeel was die migratie deels gedreven door het vooruitzicht op uitkeringen. In een studie hierover stelt het Duitse IFO instituut: "We hebben aanwijzingen gevonden dat de vrijgevigheid van de verzorgingsstaat bij vrije migratie een negatief effect heeft op de vaardigheden van migranten"
Voorts werd de schending van migratieregels gefaciliteerd door bijzonder bedenkelijke interpretaties van het Europees mensenrechtenverdrag door rechters in Straatsburg. Bovendien was er daarbij ook een tolerantie voor evidente schendingen van asielrecht. Asielzoekers die reizen naar het land dat ze ontvlucht zijn, iets wat tot ophef leidde onder meer in Duitsland, hebben normalerwijze geen recht meer op het vluchtelingenstatuut, bijvoorbeeld. Toch wordt hier weinig tot niets tegen ondernomen.
Volgens de V.N. zijn er meer dan 120 miljoen vluchtelingen in de wereld. De huidige vluchtelingenverdragen - zoals de Conventie van Geneve – vereisen dat velen hiervan recht hebben op asiel, op basis van nogal arbitraire juridische interpretaties. Om daar een mouw aan te passen, maken Europese landen het dan maar bijzonder moeilijk om asiel aan te vragen. Asiel aanvragen kan bijvoorbeeld niet in ambassades. Echte politieke vluchtelingen kunnen dus bijna niet anders dan mensensmokkelaars te betalen.
De oorspronkelijke versie van de Conventie van Geneve uit 1951 gaf enkel rechten aan Europese vluchtelingen. Pas in 1967 werd dit uitgebreid naar niet-Europese vluchtelingen, door de voorziene geografische beperkingen te schrappen.
Dat Europeanen een veilige haven moeten bieden voor Oekraïense vluchtelingen voelt voor veel Europeanen veel logischer aan dan dat zij een veilige haven moeten bieden voor Syrische vluchtelingen, zeker wanneer rijke landen in de regio, zoals Saudi Arabië, hun grenzen zo goed als gesloten houden voor die laatsten.
Als er een politiek draagvlak zou zijn voor het opvangen van miljoenen vluchtelingen in Europa, zou het logisch zijn om een rechtskader te hebben dat dit oplegt aan Europese landen, maar zo’n draagvlak is er evident niet. De logische conclusie is dus dat het huidig internationaal rechtskader moet worden aangepast, onder meer dus de Conventie van Geneve, en in lijn worden gebracht met wat door Europeanen wordt aanvaard. Sommige vluchtelingen zullen dan geen opvang genieten in Europa als zo’n wijziging er komt, maar met de huidige asielchaos, met willekeur en verdrinkingsdoden, wordt komaf gemaakt.
Een oplossing die voor alle vluchtelingen soelaas kan bieden, ook voor zogenaamde “economische vluchtelingen”, zijn zogenaamde vluchtelingensteden. Dit zijn nieuwe op te richten jurisdicties beheerd door mogendheden die er een degelijk niveau van rechtstatelijke bescherming voorzien, ook dus voor economische vluchtelingen. Meer dan ooit kan dit een oplossing zijn, maar het is nogal evident dat dit vandaag de dag politiek compleet onrealistisch is.
Om de wereld te verbeteren, begint Europa dus beter eerst bij zichzelf. Nu er een eerste aanpassing is van het juridisch kader, moeten EU-lidstaten deze eerste stap in de richting van het Australische model eindelijk uitvoeren. Dat zal echter niet volstaan.