“Iran is slechts een pion in het grote spel tussen Trump en China”
Volgens journalist en essayist Yves Mamou, oprichter van Décryptages, is het een vergissing om enkel te kijken naar de dreigementen van Donald Trump of de mogelijke onderhandelingen met Teheran. In een interview met Mosaïque stelt hij dat Iran slechts één element is van een veel bredere confrontatie: die tussen de Verenigde Staten en China.
Gepubliceerd door A.G.
Samenvatting van het artikel
Volgens Yves Mamou is Iran niet het einddoel van Donald Trump, maar een strategische schakel in de bredere confrontatie tussen de Verenigde Staten en China.
Volgens Mamou is de kans op een echte overeenkomst tussen Washington en het Iraanse regime klein. In de Amerikaanse pers circuleren berichten over een beperkt nucleair akkoord: de ontmanteling van gevoelige installaties, strengere inspecties, een verbod op ondergrondse nucleaire sites en een moratorium van twintig jaar op uraniumverrijking. Zo’n akkoord zou de macht van de mollahs echter ongemoeid laten. Voor Israël zou dat een zware mislukking zijn. Ook voor Trump.
Mamou gelooft niet dat de Amerikaanse president de aard van het Iraanse regime onderschat. Volgens hem hebben de leiders in Teheran al decennialang de gewoonte om akkoorden te ondertekenen om ze vervolgens te omzeilen. Als Trump blijft spreken over onderhandelingen, is dat volgens Mamou minder uit naïviteit dan om te kunnen aantonen dat hij alle diplomatieke pistes heeft uitgeput vóór een eventuele nieuwe offensieve fase.
Trump tegen de globalisering
Waar Mamou’s analyse volgens hemzelf origineel wordt, is wanneer hij Iran koppelt aan Trumps bredere strijd tegen de globalisering. Sinds zijn terugkeer naar het Witte Huis zou de Amerikaanse president veertig jaar van strategische verzwakking proberen terug te draaien: massale immigratie, overdracht van soevereiniteit aan internationale instellingen, “woke”-invloeden aan universiteiten, maar vooral de industriële delokalisaties.
Voor Mamou is een land dat zijn geneesmiddelen, elektronische componenten, strategische metalen of militaire uitrusting niet meer zelf produceert, niet langer echt soeverein. De coronacrisis maakte volgens hem duidelijk hoe afhankelijk het Westen was geworden van China voor mondmaskers, bepaalde medicijnen en andere essentiële producten. Wat ooit als economische rationaliteit werd gezien, bleek plots een strategisch risico.
De invoerheffingen van Trump zouden daarom geen improvisatie zijn, maar deel uitmaken van een defensieve strategie tegenover China. Hetzelfde geldt volgens Mamou voor de strijd rond zeldzame aardmetalen, die essentieel zijn voor de technologische en militaire industrie en vandaag grotendeels onder Chinese controle staan.
Iran als energieleverancier van China
In die denkwijze is Iran voor Washington belangrijk omdat het grote hoeveelheden olie levert aan China, soms via ondoorzichtige netwerken van zogenaamde “spookschepen”. Teheran verzwakken betekent volgens Mamou dus niet alleen een islamistisch regime treffen, maar ook een belangrijke energiebron voor Peking afsnijden.
Hij trekt daarbij een parallel met Venezuela, eveneens een belangrijke leverancier van China, en met het Panamakanaal, waar de Verenigde Staten de Chinese invloed probeerden terug te dringen. Havens, olie, handelsroutes en zeldzame metalen: volgens Mamou probeert Trump de strategische steunpunten terug te winnen die de VS in het verleden aan China hebben laten ontglippen.
Een volgende ontmoeting tussen Trump en Xi Jinping zou volgens hem zelfs kunnen uitmonden in een soort nieuw “Jalta”: niet langer tussen Washington en Moskou, maar tussen de Verenigde Staten en China, met een hertekening van de mondiale invloedssferen tot gevolg.
Europa buitenspel
Tegenover die terugkeer van de machtspolitiek staat Europa volgens Mamou grotendeels aan de zijlijn. Terwijl landen als de Verenigde Staten, China, Rusland, India en verschillende staten in het Midden-Oosten opnieuw denken in termen van macht, grenzen, industrie en nationale belangen, zou de Europese Unie vasthouden aan multilateralisme, vrijhandel en de geleidelijke uitholling van de natiestaat.
Hij vreest zelfs dat Europa steeds meer in de Chinese invloedssfeer terechtkomt, omdat sommige Europese leiders volgens hem Xi Jinping als een meer aanvaardbare partner beschouwen dan Trump.
Volgens Mamou ligt daar de kern van de Europese machteloosheid: een natie die zichzelf versterkt, wint aan invloed; een natie die zichzelf uitwist, verliest haar strategische slagkracht.
Israël en de prijs van haat
Vanuit Israël ziet Mamou in de huidige periode ook een heropleving van de Joodse soevereiniteit. De oorlog zou het Joodse en zionistische fundament van de Israëlische samenleving hebben versterkt: mensen die het land verdedigen, in het leger dienen, religieuze tradities onderhouden en hun nationale identiteit omarmen.
Hij wijst daarnaast op de groeiende samenwerking tussen Israël en de Verenigde Arabische Emiraten op het vlak van veiligheid, wetenschap, economie en innovatie. Landen die hun beleid daarentegen bouwen op vijandigheid tegenover Israël, betalen daar volgens hem uiteindelijk zelf de prijs voor.
Iran is volgens Mamou daarvan het duidelijkste voorbeeld. Terwijl het regime tientallen miljarden dollars investeerde in raketten, milities en de strijd tegen Israël, raakte het land zelf steeds verder in verval. Zijn conclusie: haat tegenover Joden heeft een prijs. Niet alleen voor Israël, maar ook voor degenen die zich eraan overgeven.