Als zelfs de Israëlische ambassadeur niet welkom is op een Shoahherdenking (Analyse)
De komst van de Israëlische ambassadeur Zvi Aviner Vapni naar een Shoahherdenking in Rotterdam leidt tot protest. Twee politieke partijen en tientallen organisaties willen dat hij wegblijft vanwege de oorlog in Gaza. Waar gaat het naartoe als de Israëlische ambassadeur zelfs bij het herdenken van de Holocaust niet meer welkom is?
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Twee politieke partijen en tientallen organisaties willen de Israëlische ambassadeur weg bij een Shoahherdenking in Rotterdam. Joodse organisaties vrezen dat de herdenking zo een “referendum over actuele politiek” wordt.
Op 30 juli herdenkt Rotterdam de 6.790 Joodse inwoners die vanaf die dag in 1942 werden gedeporteerd. Vanuit Loods 24 werden ze weggevoerd naar doorgangs-, concentratie- en vernietigingskampen. Slechts weinigen overleefden de oorlog. Op het Joods Kindermonument staan de namen van 686 vermoorde Joodse kinderen uit Rotterdam.
Nederland draagt overigens een bijzonder zware historische erfenis als het om de Jodenvervolging gaat. Van alle door nazi-Duitsland bezette landen in West-Europa kende Nederland procentueel het hoogste aantal Joodse slachtoffers. Ongeveer 104.000 van de circa 140.000 Joden in Nederland werden tijdens de Holocaust vermoord, de meesten na deportatie. Dat is zo’n 74 procent, tegenover ongeveer 38 procent in België.
Politiek verzet tegen komst ambassadeur
Met die gruwelijke geschiedenis in het achterhoofd zou je enig historisch bewustzijn mogen verwachten. Toch ligt nu uitgerekend de aanwezigheid van de Israëlische ambassadeur op een Shoahherdenking onder vuur.
Twee politieke partijen, Denk en de Partij voor de Dieren, willen niet dat ambassadeur Zvi Aviner Vapni aan de herdenking deelneemt. Denk richt zich vooral op kiezers met een migratieachtergrond. De Partij voor de Dieren is links-progressief. Beide partijen zitten in de Rotterdamse gemeenteraad en nemen een uitgesproken pro-Palestijns standpunt in.
Ze verwijzen naar wat ze omschrijven als “de genocide die de staat Israël pleegt, waarbij veel kinderslachtoffers zijn gevallen”. Ook vragen ze of burgemeester Carola Schouten bereid is zelf weg te blijven als Vapni aanwezig is. Drie Rotterdamse wijkraden boycotten bovendien de kranslegging.
De herdenking van de Jodenvervolging wordt daarmee rechtstreeks gelinkt aan de oorlog in Gaza. Vanwege het beleid van de huidige Israëlische regering moet nu ook de Israëlische ambassadeur wegblijven. Nochtans is een vertegenwoordiger van Israël al jaren een vaste gast op deze herdenking.
Pro-Palestijnse organisaties voeren de druk op
Intussen hebben ook 63 organisaties zich tegen de komst van Vapni gekeerd. Onder hen zijn tal van pro-Palestijnse en islamitische verenigingen. Ze noemen het “moreel verwerpelijk” dat een officiële vertegenwoordiger van Israël een prominente rol krijgt bij een herdenking van slachtoffers van de Holocaust.
De ondertekenaars willen dat burgemeester Carola Schouten de organisatoren vraagt om de uitnodiging in te trekken. Gebeurt dat niet, dan moet ze zelf wegblijven, vinden ze. Ook enkele Joodse organisaties en personen verzetten zich tegen Vapni. Ze leggen daarbij een verband tussen de vermoorde Joodse kinderen die in Rotterdam worden herdacht en de Palestijnse kinderen die in Gaza zijn gedood.
Burgemeester “begrijpt” bezorgdheid
Carola Schouten was eerder vicepremier voor de ChristenUnie. Die christelijke partij heeft traditioneel sterke banden met Israël en de Joodse gemeenschap. Toch zegt Schouten dat ze steeds meer bezorgde reacties krijgt over de aanwezigheid van de Israëlische ambassadeur. “En die bezorgdheid begrijp ik.”
Schouten wil met de organisatoren bespreken “hoe we de waardigheid van de herdenking zo veel mogelijk kunnen waarborgen”. Tegelijk benadrukt ze dat het die dag moet gaan over “de slachtoffers van toen” en het leed dat hen en hun families werd aangedaan. Of de uitnodiging aan Vapni moet worden ingetrokken, zegt ze niet.
Organisatoren houden vast aan uitnodiging
De organisatoren zien geen reden om Vapni te weren. Een vertegenwoordiger van Israël is al jaren aanwezig bij de herdenking, omdat daar vanuit de Joodse gemeenschap behoefte aan is. Soms komt de ambassadeur, soms een plaatsvervanger.
“Het gaat ons in de eerste plaats om de waardigheid en het herdenken van de Rotterdamse Joodse slachtoffers”, zegt voorzitter Theo Kemperman. “Jammer dat deze zaken er nu opeens bijgehaald worden.” Wel is aan de ambassade gevraagd om Vapni een korte, niet-politieke toespraak te laten houden.
Ook in de Rotterdamse gemeenteraad is niet iedereen opgezet met de pogingen om Vapni te weren. Een liberaal VVD-raadslid noemt die “volstrekt ongepast”. “Dit gaat om een herdenking van de Holocaust en die moet niet vermengd raken met hedendaagse politieke discussies”, zegt ze. “Het is niet aan het college eisen te stellen aan de organisatie over wie zij wel en niet mogen uitnodigen.”
“Geen referendum over actuele politiek”
Verschillende Joodse organisaties verzetten zich resoluut tegen de oproep om Vapni te weren. “Deze plek is geen politieke arena; de herdenking is geen referendum over actuele politiek”, schrijven ze. “Herdenken we de slachtoffers van de Shoah, of maken we de herinnering aan die gruwelen afhankelijk van nationaliteit of van welgevallige politieke standpunten?”
De aanwezigheid van een Israëlische vertegenwoordiger heeft bovendien een historische betekenis en is voor de Joodse organisaties zeker “geen politiek statement”. Israël ontstond mede uit de as van de Holocaust, “als toevluchtsoord voor een volk dat bijna was uitgeroeid”. Dat uitgerekend de vertegenwoordiger van die staat nu ongewenst zou zijn op een Shoahherdenking, vinden ze volstrekt onbegrijpelijk.
Ze waarschuwen ook voor een “gevaarlijk precedent”. Als een band met Israël volstaat om iemand bij een Holocaustherdenking te weren, zouden straks ook “Joodse organisaties, gemeenschappen of sprekers met een band met Israël” als ongewenst kunnen worden beschouwd.
“Laat de Israëlische ambassadeur welkom zijn, zoals in voorgaande jaren”, schrijven ze. Dat zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn. Niet omdat de Israëlische regering boven kritiek staat, maar omdat een herdenking van de Shoah geen stemming is over het beleid van de Israëlische regering.
Zover is het dus gekomen
Over de oorlog in Gaza en het beleid van de Israëlische regering kan een scherp debat worden gevoerd. Maar wie de aanwezigheid van de Israëlische ambassadeur op deze herdenking afhankelijk maakt van de politiek van vandaag, doet exact datgene wat de Joodse organisaties aanklagen: van de herinnering aan de Shoah een “referendum over actuele politiek” maken.
Zover is het dus gekomen: zelfs op een herdenking van duizenden gedeporteerde en vermoorde Joden staat de aanwezigheid van de vertegenwoordiger van de Joodse staat ter discussie.