Schandaal rond Anderlechtse Haard: Karine Lalieux (PS) ziet het probleem niet
Brussels staatssecretaris voor Wonen Karine Lalieux (PS) houdt vol dat er "geen voorkeursbehandeling" heeft plaatsgevonden in het dossier van de Anderlechtse Haard. Ze ziet vooral een poging om "de sociale huisvesting te ondermijnen".
Gepubliceerd door Bram Bombeek
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
- Karine Lalieux ziet vooral een aanval op de sociale huisvesting in het schandaal rond de PS'er Lofti Mostefa.
Brussels staatssecretaris voor Wonen Karine Lalieux (PS) houdt een opvallend starre verdedigingslinie in het cliëntelisme-schandaal bij de Anderlechtse Haard. Ondanks de opeenvolgende onthullingen, de pijnlijke berichten die wijzen op politieke tussenkomsten in verkiezingstijd en de meerdere lopende onderzoeken, blijft de socialiste volhouden dat er "geen voorkeursbehandeling" is geweest. Ze ziet in deze affaire vooral een poging om "de sociale huisvesting te ondermijnen". Dat zegt ze aan de collega’s van La Libre.
Het contrast is treffend. Al wekenlang stapelen de onthullingen zich op rond de Anderlechtse Haard. Berichten gepubliceerd door La Libre tonen hoe socialistisch verkozene Lotfi Mostefa aan bepaalde kandidaat-huurders liet verstaan dat hij kon tussenkomen bij de toewijzing van sociale woningen - soms in een uitgesproken electorale context. Formuleringen als "we hebben veel voor haar gedaan" en "het zijn verkiezingen" zorgden voor grote verontwaardiging, ook ver buiten de politiek.
In zowat elke andere publieke sector zouden zulke berichten onmiddellijk één vraag oproepen: hoe kunnen burgers nog geloven in een strikte neutraliteit van de procedures, wanneer politieke mandatarissen zelf de indruk wekken dat ze persoonlijk kunnen ingrijpen? Net die vraag lijkt Lalieux te willen omzeilen.
"Geen voorkeursbehandeling"
In haar interview herhaalt de minister meermaals dat er geen onregelmatigheden zijn vastgesteld in de toewijzingsprocedures. Ze zegt van de BGHM een schriftelijke bevestiging te hebben ontvangen dat de regels werden nageleefd, en wijst op het geanonimiseerde en gecontroleerde karakter van de dossiers.
Want het schandaal rond de Anderlechtse Haard draait niet alleen om een mogelijke administratieve of strafrechtelijke inbreuk. Het draait om een systeem waarin bepaalde verkozenen de indruk lijken te wekken dat een sociale woning kan afhangen van politieke nabijheid, van netwerken of van electorale steun.
Lalieux erkent overigens zelf dat die berichten "argwaan wekken". Maar in één en dezelfde beweging herleid ze de affaire tot een "politieke instrumentalisering" , gericht tegen de sociale huisvesting zelf. Dat is waar haar redenering moeilijk te volgen wordt.
De strategie van de politieke ontkenning
De kritiek zou vooral ingegeven zijn door een ideologische vijandigheid tegenover sociale huisvesting. Bepaalde partijen zouden proberen "de sector te blokkeren of te ondermijnen".
Dat argument laat toe het werkelijke kernvraagstuk te omzeilen: waarom gedragen politieke mandatarissen zich alsof ze persoonlijk woningen kunnen "bezorgen" aan burgers?
Want zelfs als alle administratieve procedures formeel correct werden gevolgd, volstaat het feit dat verkozenen die indruk wekken al om het publieke vertrouwen ernstig te beschadigen.
In een stad waar meer dan 60.000 gezinnen wachten op een sociale woning, is dit onderwerp bijzonder explosief. Wonen is geen gewoon “technisch” dossier, het is een van de voornaamste punten van sociale en democratische spanning in Brussel. Elk vermoeden van cliëntelisme krijgt er dan ook extra ampleur.
De oude Brusselse reflex
Deze episode roept ook een oud patroon op uit de Brusselse politieke cultuur: de neiging om externe kritiek steevast te bestempelen als "Brussels bashing", als karikaturisering of als ideologische vijandigheid.
Lalieux gebruikt die uitdrukking overigens zelf in het interview. Brussel zou "600 dagen bashing" hebben ondergaan en het imago van de stad zou moeten worden opgepoetst.
Maar net dat is de kern: de beste manier om het imago van de Brusselse instellingen te herstellen, is allicht niet om alarmsignalen stelselmatig te minimaliseren wanneer ze opduiken.
Blijven bouwen… zonder het onbehagen echt aan te pakken
Lalieux benadrukt tot slot haar wil om volop te blijven bouwen. "We gaan in de komende jaren sociale woningen blijven bouwen", herhaalt ze meermaals.
Over de omvang van de Brusselse nood aan betaalbare woningen bestaat weinig discussie. Maar de centrale vraag blijft onbeantwoord: hoe overtuig je burgers van de volkomen onpartijdigheid van het systeem, wanneer politieke mandatarissen zelf de tegenovergestelde indruk wekken?
Dat is misschien wel het meest opvallende aan dit interview: de wil om het bestaande model koste wat het kost te verdedigen, zonder echt te peilen hoe diep het wantrouwen dat deze affaire zaait intussen al is doorgedrongen bij een groeiend deel van de Brusselse bevolking.