Xi Jinping zet grootschalig in op Xinjiang en Tibet
Peking investeert massaal in Xinjiang en Tibet om van beide regio’s nieuwe economische, energetische en strategische groeipolen te maken. Achter de aanleg van infrastructuur, gigantische dammen en de toeristische ontwikkeling schuilt een veel bredere ambitie: deze gevoelige gebieden definitief verankeren in het hart van de Chinese macht.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
China pompt miljarden in Xinjiang en Tibet om de regio’s economisch te ontwikkelen, strategisch te versterken en nauwer te integreren in de Chinese staat.
Jarenlang werden Xinjiang en Tibet beschouwd als afgelegen uithoeken van China. De uitgestrekte berg- en woestijngebieden werden vooral geassocieerd met etnische spanningen, identiteitskwesties en veiligheidsproblemen. Onder impuls van president Xi Jinping wil Peking dat beeld nu volledig veranderen.
Volgens een uitgebreid onderzoek van de Financial Times voert China momenteel een ongeziene transformatie van het westen van het land door. Daarbij wil het de economische ontwikkeling versnellen, de integratie met de nationale economie versterken, de westelijke grenzen beter beveiligen en de impact van westerse kritiek op mensenrechten verminderen.
Van achterland naar strategische grensregio
Analisten spreken van een fundamentele verschuiving in de Chinese strategie. Waar de westelijke regio’s vroeger vooral werden gezien als leveranciers van grondstoffen en goedkope arbeidskrachten, worden ze vandaag voorgesteld als een nieuwe economische en geopolitieke frontier.
Xinjiang en Tibet beslaan samen bijna een derde van het Chinese grondgebied. Door hun ligging aan de grenzen met onder meer India, Pakistan, Afghanistan en Rusland spelen ze een sleutelrol in de Chinese handelsroutes en het project van de Nieuwe Zijderoutes.
Peking ziet de ontwikkeling van deze gebieden ook als een antwoord op de westerse strategie van “de-risking”, waarbij landen hun afhankelijkheid van China proberen te verminderen. De bedoeling is om het westen van China onmisbaar te maken voor bepaalde wereldwijde bevoorradingsketens.
Gigantische energieprojecten
Energie vormt een van de belangrijkste pijlers van het plan. In Tibet verrijst onder meer de enorme Yarlung Tsangpo-dam, die volgens de plannen bijna drie keer meer elektriciteit zou kunnen produceren dan de beroemde Drieklovendam.
Tegelijk groeit Xinjiang uit tot een belangrijk centrum voor zonne- en windenergie. Nieuwe hoogspanningsverbindingen moeten die elektriciteit naar de industriële centra in Oost-China transporteren. Daarmee wil China niet alleen zijn energietransitie versnellen, maar ook zijn afhankelijkheid van buitenlandse energiebronnen verminderen.
Toerisme als integratiemiddel
Ook het binnenlandse toerisme kent een explosieve groei. Vorig jaar trok Xinjiang volgens de cijfers een recordaantal van 323 miljoen bezoekers, tegenover ongeveer 210 miljoen vóór de pandemie. Tibet zag eveneens een sterke stijging van het aantal toeristen.
Nieuwe skigebieden, hotels, snelwegen en recreatieve voorzieningen verschijnen in regio’s die vroeger relatief geïsoleerd waren. Internationale hotelketens openen steeds vaker vestigingen in Xinjiang. Volgens de beschikbare gegevens zijn er inmiddels meer dan 160 hotels van grote internationale groepen actief of in ontwikkeling.
Voor de Chinese overheid heeft dat een dubbel voordeel: het stimuleert de lokale economie en helpt tegelijk het imago van de regio’s te normaliseren, ondanks de aanhoudende internationale kritiek op de behandeling van Oeigoeren en Tibetanen.
Controle blijft behouden
De economische opening betekent echter niet dat de politieke controle afneemt. Volgens het onderzoek blijven de uitgebreide surveillancesystemen in Xinjiang grotendeels operationeel. Hoewel veel van de detentiecentra die eind jaren 2010 internationale aandacht trokken gesloten zouden zijn, blijven een uitgebreid gevangenisnetwerk en geavanceerde controlesystemen bestaan.
Mensenrechtenorganisaties stellen dat China economische ontwikkeling combineert met politieke controle. Volgens hen vervangt economische groei de repressie niet, maar komt ze er bovenop. Ook in Tibet blijven zorgen bestaan over de zogenaamde “sinificatie”, waarbij lokale talen en culturen steeds meer plaats moeten maken voor de dominante Han-Chinese cultuur.
Ook militair van groot belang
De massale investeringen hebben daarnaast een duidelijke militaire dimensie. Nieuwe wegen, tunnels, bruggen, hogesnelheidslijnen, luchthavens en helihavens verschijnen dicht bij gevoelige grensgebieden. Verschillende analyses wijzen erop dat de voorbije jaren tientallen militaire en civiele luchtinstallaties werden gebouwd of gemoderniseerd in Xinjiang en Tibet.
Die infrastructuur ondersteunt niet alleen de economische ontwikkeling, maar versterkt ook de inzetbaarheid van het Chinese leger in regio’s waar de spanningen met India regelmatig oplaaien.
Xi's grote weddenschap
De transformatie van West-China behoort vandaag tot de meest ambitieuze projecten van het tijdperk-Xi. Het uiteindelijke doel gaat veel verder dan economische groei alleen. Peking wil Xinjiang en Tibet duurzaam verankeren binnen het politieke, culturele en strategische kader van China en tegelijk van deze regio’s bruggen maken naar Centraal-Azië en Europa.
Voor de Chinese overheid is dit een moderniseringsproject. Critici zien er vooral een manier in om de greep van de Communistische Partij op twee van de gevoeligste regio’s van het land verder te versterken. Wat vaststaat, is dat achter de dammen, spoorlijnen en toeristische ontwikkelingen een langetermijnvisie op de Chinese macht schuilgaat.