VS: industriële opleving is een feit, maar niet degene waarop Trump gehoopt had
Amerika beleeft een industriële renaissance. Maar wie op een terugkeer van de klassieke fabrieksarbeider had gewed, komt bedrogen uit. Sinds begin 2025 zijn er in de Amerikaanse industrie circa 100.000 banen verloren gegaan. Tegelijkertijd steeg de industriële productie met 2,3 procent en de leveringen met 4,2 procent. Meer output, minder mensen: het is een paradox die precies illustreert wat er werkelijk gebeurt in de Amerikaanse economie. En het heeft weinig te maken met de invoertarieven van president Donald Trump.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
- De Amerikaanse industrie draait op volle toeren: de productie steeg met 2,3 procent en de leveringen met 4,2 procent, terwijl er tegelijkertijd 100.000 fabrieksarbeiders verdwenen.
- De motor achter die paradox is niet het tarievenbeleid van president Trump, maar de explosieve vraag naar infrastructuur voor kunstmatige intelligentie, van chips en servers tot koelsystemen voor datacenters.
- Op 20 februari 2026 verklaarde het Amerikaanse Hooggerechtshof Trumps wereldwijde invoertarieven ongrondwettelijk, waarna Trump diezelfde dag nieuwe tarieven aankondigde op basis van een andere, vijftig jaar oude handelswet, wat illustreert dat het debat over herindustrialisering via tarieven juridisch noch economisch beslecht is.
AI, altijd AI
De motor achter de opleving is artificiële intelligentie (AI). Meer bepaald de infrastructuur die nodig is om die te laten draaien. Denk aan de serverparken die grote taalmodellen als ChatGPT of Gemini aandrijven. Ook de chips die daarvoor vereist zijn en de koelsystemen die de hitte afvoeren. De productie van computers en elektronische apparatuur steeg met 7,7 procent. Dat terwijl de invoer in dezelfde sector met maar liefst 40,5 procent toenam. De VS bouwt dus geen zelfvoorzienende industrie op, maar profiteert als draaischijf in een wereldwijd verweven AI-waardeketen.
Een concreet voorbeeld: Vertiv is een Amerikaans bedrijf dat koeling en stroominfrastructuur levert aan datacenters. Het zag zijn omzet in de regio Noord- en Zuid-Amerika in 2025 met 42 procent stijgen. Het opende een nieuwe fabriek in South Carolina. Maar Vertiv produceert ook in Mexico, China, India en Europa. De "Amerikaanse" wedergeboorte speelt zich af over grenzen heen.
Amerika produceert meer, met minder mensen
De tarieven die Trump inzette als hefboom voor herindustrialisering leveren een wisselend resultaat. Voor staal en aluminium steeg de productie inderdaad, maar de payrolls in de sector computers en elektronische producten zijn al sinds 2000 gemiddeld met 2,3 procent per jaar gedaald, ondanks sterke productiegroei in die periode. Tarieven op auto's duwden de import omlaag met 14 procent, maar de binnenlandse productie daalde tegelijk met 3 procent. Brute tariefkracht werkt dus niet als men de markt tegemoet wil werken.
Het juridische verdict is intussen even vernietigend als het economische. Op 20 februari 2026 verklaarde het Hooggerechtshof Trumps wereldwijde invoertarieven ongrondwettelijk. Omdat de noodwet waarop Trump zich beriep hem niet de bevoegdheid gaf om dergelijke heffingen op te leggen. Trump kondigde diezelfde dag nieuwe tarieven aan op basis van een andere, vijftig jaar oude handelswet, tijdelijk en aan goedkeuring van het Congres onderworpen. De federale schatkist kijkt aan tegen een terugbetalingsplicht van circa 175 miljard dollar aan importeurs die te veel betaalden. Het debat over herindustrialisering via tarieven is daarmee juridisch, noch economisch beslecht.
AI-adoptie neemt tijd
In het derde kwartaal van 2025 sprong de Amerikaanse arbeidsproductiviteit 4,9 procent hoger, vergeleken met 1,9 procent een jaar eerder. Maar onderzoekers van Stanford en MIT waarschuwen voor overhaaste conclusies. AI-adoptie volgt een zogeheten J-curve: bedrijven zien aanvankelijk een productiviteitsdaling van gemiddeld 1,33 procentpunt, omdat nieuwe systemen tijd, training en herorganisatie vereisen voordat ze renderen.
Amerika produceert dus meer, maar de fabrieksarbeider die Trump centraal stelde in zijn economisch verhaal, plukt er de vruchten niet van. De gouden eeuw is er, maar speelt zich af in serverruimtes, niet in de fabriekshallen van de noodlijdende Rustbelt.
Niet iedereen deelt dit optimisme
Voormalig Bloomberg-columnist Noah Smith wijst erop dat de meest geciteerde groeicijfers niet gecorrigeerd zijn voor inflatie, en dat de reële productiegroei bij nader inzien bescheiden is. Belangrijker: de investeringen in de bouw van nieuwe fabrieken zijn onder Trump juist gedaald, na een piek onder Biden. Wie een echte opleving verwacht, zou het omgekeerde zien. De halfgeleiderboom, het meest concrete succesverhaal, is bovendien grotendeels het erfgoed van Bidens CHIPS Act van 2022, een wet die Trump bij zijn aantreden probeerde te schrappen. Het beeld dat ontstaat is dus genuanceerder dan het "renaissance"-verhaal suggereert: Amerika profiteert ironisch genoeg van Bidens erfenis en een historische AI-investeringsgolf, maar bouwt daar vooralsnog weinig structureel op voort.