België binnenkort onder de Franse nucleaire “paraplu”?
Nu het vertrouwen in de Verenigde Staten afneemt, wil Frankrijk zijn nucleaire afschrikking uitbreiden naar acht Europese landen, waaronder België. De vanzelfsprekendheid van de Amerikaanse veiligheidsparaplu staat niet langer buiten discussie. Uitspraken uit Washington en de veranderende geopolitieke verhoudingen dwingen Europese landen om na te denken over hun eigen verdedigingscapaciteit.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Samenvatting van het artikel
Frankrijk wil zijn nucleaire bescherming uitbreiden naar acht Europese landen, waaronder België. De Belgische regering heeft in principe ingestemd met deelname aan Franse nucleaire oefeningen. Door de twijfel over de Amerikaanse veiligheidsgaranties kan dit initiatief het strategisch evenwicht in Europa verschuiven.
“Wie vrij wil zijn, moet afschrikken.” Met die woorden kondigde Emmanuel Macron een koerswijziging aan in de Franse nucleaire doctrine. Vanuit de streng beveiligde basis van Île Longue in Bretagne, waar de Franse nucleaire onderzeeërs liggen, stelde hij het concept van “geavanceerde afschrikking” voor.
Het doel: de Franse nucleaire paraplu uitbreiden naar acht “geïnteresseerde” landen — België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Polen, Griekenland, Zweden en Denemarken.
Concreet kunnen die landen deelnemen aan Franse nucleaire oefeningen en strategische expertise uitwisselen. Parijs gaat nog verder: het overweegt Rafale-gevechtsvliegtuigen die kernwapens kunnen dragen te stationeren op het grondgebied van partners. De beslissing om een kernwapen in te zetten blijft wel uitsluitend in Franse handen.
België geeft groen licht
Volgens regeringsbronnen werd België vorige week door Parijs benaderd. Het kernkabinet gaf vrijdag zijn principiële goedkeuring. Premier Bart De Wever (N-VA) noemt het “een belangrijke stap naar een sterkere Europese defensie”.
Voorlopig zijn er geen extra kosten verbonden aan de deelname. België kan deelnemen aan Franse nucleaire oefeningen. In ruil zou Frankrijk Belgische luchtmachtbasissen kunnen gebruiken voor het opstijgen van Rafales met nucleaire raketten. Of er permanent Franse vliegtuigen of kernwapens in België komen, is nog niet beslist. Sommige landen, waaronder Duitsland, met bondskanselier Friedrich Merz die zich open opstelde, krijgen mogelijk voorrang om politieke en strategische redenen.
Europa twijfelt aan Washington
Het Franse voorstel komt op een moment dat het Europese vertrouwen in de VS wankelt. Tijdens het presidentschap van Donald Trump zaaiden uitspraken twijfel over een automatische Amerikaanse tussenkomst bij een aanval op een Europese bondgenoot.
Tot nu toe steunde de nucleaire afschrikking van de NAVO vooral op het Amerikaanse arsenaal. Sinds de terugtrekking uit de geïntegreerde NAVO-commandostructuur in 1966, onder Charles de Gaulle, bewaart Frankrijk zijn volledige nucleaire autonomie. Macron benadrukt dat de Franse afschrikking een aanvulling blijft op die van de NAVO, geen vervanging.
Versterking van het Franse arsenaal
Frankrijk beschikt over ongeveer 290 kernkoppen. De meeste bevinden zich op nucleaire onderzeeërs met ballistische raketten. Ongeveer vijftig kunnen worden afgevuurd door Rafale-gevechtsvliegtuigen via de ASMP-A-raket. Macron kondigde een uitbreiding van het arsenaal aan, maar gaf geen cijfers. Parijs zal bovendien niet langer het exacte aantal kernwapens publiek maken.
Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland werken ook aan een nieuwe langeafstandsraket, ELSA, om de Europese slagkracht te versterken.
Politieke gevolgen
Voor België staat er veel op het spel. Het kan zijn veiligheid versterken in een instabiele geopolitieke context, maar moet ook de politieke gevolgen dragen van een mogelijke stationering van buitenlandse kernwapens. Er is nog geen beslissing over een permanente inzet. Toch betekent alleen al de deelname aan dit systeem een duidelijke strategische koerswijziging. De Europese defensie zet een volgende stap. De vraag blijft hoe ver de lidstaten willen gaan.