Belgische arbeidsmarkt houdt goed stand, maar de winsten zijn ongelijk verdeeld
De Belgische arbeidsmarkt houdt stand: werkzekerheid stijgt, autonomie neemt toe en opleidingskansen verbeteren. Maar meer dan de helft van de werknemers kampt met fysieke klachten, en de winsten zijn ongelijk verdeeld.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
De Belgische arbeidsmarkt houdt stand: werkzekerheid stijgt, autonomie neemt toe en opleidingskansen verbeteren. Maar meer dan de helft van de werknemers kampt met fysieke klachten, en de winsten zijn ongelijk verdeeld.
Dat is de kern van een uitgebreide studie die KU Leuven, VUB en ULB publiceerden op basis van de Europese Enquête naar de Arbeidsomstandigheden (EWCS) van 2024. De onderzoekers volgden de Belgische arbeidsmarkt over drie peilmomenten: 2010, 2015 en 2024. Het beeld dat opduikt is genuanceerder dan de headlines die arbeidsmarktonderzoek doorgaans halen.
Werkzekerheid verbetert, autonomie neemt toe
Aan de positieve kant valt op dat de werkzekerheid sterk verbeterd is. Amper 3,7 procent van de werknemers voelde zich in 2024 onzeker over zijn of haar baan, tegenover 7,5 procent in 2010. Tegelijk nam de taakautonomie toe: meer werknemers bepalen zelf wanneer, hoe en in welk tempo ze werken. Opleidingskansen stegen van 37,2 procent in 2010 naar 60,5 procent in 2024, en ook de carrièreperspectieven verbeterden. Leidinggevenden worden steeds vaker als coachend ervaren, en het gevoel eerlijk behandeld te worden is na een dieptepunt in 2015 opnieuw aan het stijgen. Financiële problemen namen af van 28,6 naar 22,6 procent. Op vlak van dagelijkse werkomgeving is er duidelijk vooruitgang geboekt.
Meer dan 50% heeft fysieke klachten
Toch zijn er hardnekkige knelpunten. De meest verontrustende evolutie is de scherpe stijging van musculoskeletale aandoeningen (MSA). Dat wil zeggen klachten aan rug, nek, schouders en ledematen. In 2010 rapporteerde 38,1 procent van de werknemers dergelijke klachten; in 2024 is dat opgelopen tot 54,9 procent. Meer dan de helft van de Belgische werknemers heeft dus fysieke klachten die verband houden met het werk. Zwaar tillen, repetitieve bewegingen en langdurig zitten zijn de voornaamste oorzaken, afhankelijk van de sector. Al is dat zeker geen probleem waar België een patent op heeft.
Intensiteit van werk neemt toe
Werk-privéconflicten nemen eveneens toe, ondanks een opvallend stabiele werk-privébalans van 86 procent. Die paradox verdient toelichting: mensen slagen er structureel in om hun tijd te verdelen, maar de intensiteit van het werk neemt toe, en dat wringt thuis. Sectoren als onderwijs, zorg en financiën scoren hier het slechtst. Het mentaal welzijn, gemeten via de WHO-5 index, bleef in de Belgische arbeidsmarkt stabiel maar daalde licht ten opzichte van 2015.
Zes types werksituaties
De studie identificeert zes types van werksituaties. De twee best scorende profielen, "verrijkt kwalitatief hoogstaand werk" en "autonoom werk", nemen een groter aandeel in dan vijf jaar geleden. Tegelijk groeit ook het profiel "digitaal intensief werk". Dat is een categorie waarin technologie nieuwe taken creëert, prestaties bewaakt via algoritmen en de werkdruk verhoogt zonder dat de autonomie navenant stijgt.
Technologie: probleem én oplossing
Technologie is daarmee zowel oplossing als oorzaak van nieuwe problemen. Videoconferentie en kunstmatige intelligentie (AI) hangen samen met meer autonomie en betere opleidingskansen. Maar algoritmisch management, waarbij software bepaalt wie wat wanneer doet, vergroot de controle op de werkvloer. Dat verzwakt het gevoel van inspraak en sociale steun.
Beleid richten op wie achterblijft
Voor kwetsbare groepen blijft de arbeidsmarkt ongelijk. Jongeren, laaggeschoolden en werknemers van buitenlandse herkomst worden systematisch vaker geconfronteerd met onzekere contracten, hogere fysieke belasting en minder toegang tot opleiding of telewerk. Voor die groepen zijn de positieve trends grotendeels onzichtbaar.
De studie besluit dat verdere verbetering van jobkwaliteit mogelijk is, maar alleen als beleid zich richt op wie achterblijft. Sectorgerichte preventiemaatregelen voor MSA, een recht op deconnectie dat ook gehandhaafd wordt, en levenslang leren voor iedereen vormen daarvoor de beproefde hefbomen. Bijna de helft van de werknemers heeft al toegang tot kwalitatief hoogstaand of autonoom werk.