Drinkwater, niet olie, is de strategische zenuw van de Golf
De voorbije dagen ging in de media veel aandacht naar de economische gevolgen van een blokkade van de Straat van Hormuz. Op haar smalste punt is die slechts 39 kilometer breed, maar ze verwerkt wel twintig tot dertig procent van de dagelijkse wereldolieproductie. Minder bekend is dat de CIA al decennialang water omschrijft als dé strategische grondstof van het Midden-Oosten, belangrijker nog dan olie. Mocht Iran zijn raketten richten op de ontzoutingsinstallaties van de Golfstaten, dan kunnen honderd miljoen mensen binnen enkele dagen zonder drinkwater vallen.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
Water is in het Midden-Oosten een strategische grondstof die mogelijk nog belangrijker is dan olie. De Golfstaten zijn voor hun drinkwater vrijwel volledig afhankelijk van ontziltingsinstallaties langs de kust, infrastructuur die kwetsbaar is voor militaire aanvallen. Mocht Iran die installaties viseren, dan kunnen binnen enkele dagen tot honderd miljoen mensen zonder drinkwater komen te zitten.
In een geheime analyse van de CIA uit de jaren tachtig van vorige eeuw stond te lezen dat regeringsleiders in de Golfstaten voor het nationale welzijn water als belangrijker beschouwden dan olie. Decennialang bleef die boodschap binnenskamers, tot ze werd gedeclassificeerd. Nu de spanning tussen Iran en de westerse wereld gevaarlijk oploopt, staat het waterprobleem opnieuw bovenaan de agenda.
De cijfers laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Het Midden-Oosten is de meest watergekwelde regio ter wereld. Ruim 83 procent van de bevolking leeft al onder extreme waterstress, blijkt uit cijfers van het Center for Strategic and International Studies (CSIS).
Tegen 2050 zal elk land in de regio meer dan 80 procent van zijn beschikbare zoetwatervoorraden verbruiken. Klimaatverandering maakt het nog nijpender: bij een opwarming van 4 graden Celsius dreigt de beschikbaarheid van zoetwater in de regio nog eens met 75 procent te dalen, waarschuwt hetzelfde CSIS.
Ontzilting: het enige antwoord in een droge wereld
De Golfstaten hebben voor hun drinkwaterprobleem één oplossing gevonden: ontzilting. Bijna de helft van al het ontzoute drinkwater ter wereld wordt geproduceerd in de Arabische Golf. Volgens het Carnegie Endowment for International Peace zijn landen als Koeweit, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten er voor alle praktische doeleinden volledig van afhankelijk.
Ook Saudi-Arabië, dat wereldleider in ontzilting is, pompt via een pijpleidingenstelsel van 500 kilometer meer dan 90 procent van het drinkwater vanuit kustinstallaties naar het binnenland en de hoofdstad Riyad.
Die infrastructuur is indrukwekkend, maar ook indrukwekkend kwetsbaar. In 2008 lekte Wikileaks een diplomatieke kabel van de Amerikaanse ambassade in Riyad. Daarin stond te lezen dat “Riyad binnen een week geëvacueerd zou moeten worden als de installatie bij Jubail, haar pijpleidingen of de bijhorende energieinfrastructuur ernstig beschadigd of vernield zouden worden.”
Verder: “De huidige structuur van de Saoedische regering kan niet voortbestaan zonder de ontzoutingsinstallatie van Jubail.” De Saoedi’s hebben sindsdien miljoenen geïnvesteerd in extra beveiliging, maar de realiteit blijft onontkenbaar: alle ontzoutingsinstallaties in de regio liggen binnen het bereik van Iraanse raketten.
Iraans water als oorlogswapen
Waterinfrastructuur als militair doelwit, het klinkt ondenkbaar. De geschiedenis van het Midden-Oosten leert ons iets anders. In 1991 opende het Iraakse leger van Saddam Hoessein bewust de kranen van een Koeweitse oliepijpleiding, waardoor ruwe olie de Perzische Golf instroomde. Deze barbaarse actie diende een dubbel doel: Saddam wilde voorkomen dat de Amerikanen via de zee de Koeweitse kust zouden bereiken én hij wilde de nabijgelegen Saoedische ontzoutingsinstallaties verontreinigen. Zijn plan mislukte, maar de intentie was duidelijk.
Vandaag lijkt Iran niet vies van een vergelijkbare strategie. De Islamitische Republiek viel al een energiecentrale in het Emiraat Fujairah aan. Die centrale voorziet een van de grootste ontzoutingsinstallaties ter wereld van stroom. In Koeweit veroorzaakte puin van een neergeschoten drone brand in een van de lokale installaties. Al bij al nog geen directe aanvallen, al lijkt de drempel stilaan te dalen.
Een regio op het randje: van Teheran tot Jemen
De ironie is schrijnend, want Iran kampt zelf met een acute watercrisis. De waterreserves van het Karajstuwmeer, een van de vijf cruciale dammen die de Iraanse hoofdstad Teheran van water voorzien, daalden van 111 miljoen kubieke meter in september 2024 tot amper 28 miljoen kubieke meter een jaar later, berekende het Middle East Forum. President Pezeshkian waarschuwde recent nog de bevolking dat Teheran dreigde af te stevenen op een zogenaamde ‘Day Zero’: het moment waarop het stadsnet geen drinkwater meer kan leveren.
Elders in de regio is de situatie al van een andere orde. In het door oorlog verscheurde Jemen betaalden inwoners van de provincie Sa’ada in 2023 tot tien dollar per kubieke meter water. Dat terwijl Duitsers, met een inkomen dat meer dan honderd keer hoger ligt, slechts één dollar betalen, aldus het CSIS. Ook Egypte kampt met een jaarlijks watertekort van 7 miljard kubieke meter, volgens cijfers van Unicef. Het land is volledig afhankelijk van de Nijl, een rivier die zijn bronnen buiten de Egyptische grenzen heeft. De Carnegie Endowment berekende dan weer dat Irak door de Turkse stuwdammen 80 procent van zijn wateraanvoer uit de Tigris en Eufraat verloor ten opzichte van 1975.
Wat ooit ondenkbaar was, is dat niet meer
De ontzoutingsinstallaties van de Golf krijgen nauwelijks publieke aandacht, militaire kringen buiten beschouwing gelaten. De recente geschiedenis leert ons dat oorlog, ondanks de Conventie van Genève (1949), weinig regels respecteert. In november 2023 riep de VN-speciaalrapporteur voor drinkwater Israël op om water en brandstof door te laten naar Gaza, nadat pijpleidingen en ontzoutingsinstallaties waren stilgelegd, waardoor nog slechts 5 procent van de bevolking toegang had tot veilig drinkwater. Artikel 54 van het Aanvullend Protocol I verbiedt expliciet het aanvallen van objecten die onmisbaar zijn voor de overleving van de burgerbevolking, waaronder drinkwaterinstallaties. Een aanval op de ontzoutingsinstallaties van de Golf zou dus een oorlogsmisdaad zijn.
Als Iran in het nauw gedreven wordt, militair niet kan winnen maar ook niet wil capituleren, heeft het beperkte opties. “Een uitputtingsstrategie is operationeel logisch vanuit Iraans perspectief,” zegt Kelly Grieco, senior fellow bij denktank Stimson Center. Op die manier hoopt Iran de politieke wil van de Golfstaten te breken. In die strategie zijn zogenaamde ‘soft targets’, zoals energiecentrales, havens, vliegvelden én waterinstallaties, de voornaamste hefbomen.
Water is niet vervangbaar
Olie mag dan al strategisch zijn, water is existentieel. Als de ontzoutingsinstallaties in de Golf uitvallen, is er geen tijdelijke oplossing, geen strategische reserve die men kan aanspreken om weken of maanden stand te houden. Steden als Dubai en Riyad zouden binnen dagen in een humanitaire catastrofe terechtkomen. Honderd miljoen mensen, dat is de gezamenlijke bevolking van de zes GCC-landen (Saudi-Arabië, Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Qatar, Bahrein en Oman), zouden zonder betrouwbare drinkwatervoorziening komen te zitten.
Een aanval op waterinfrastructuur zou een enorme escalatie betekenen. Precies om die reden is het een effectief dreigmiddel. De vraag is niet of Iran de technische capaciteit heeft om de installaties te raken. Die is er. De vraag is of het bereid is die grens te overschrijden. Daar zijn voorlopig nog geen aanwijzingen voor, maar in een conflict dat zich steeds verder uitbreidt is de terughoudendheid van vandaag geen garantie voor morgen.