Europa hoeft geen chips te maken om toch onmisbaar te zijn
Toen Ursula von der Leyen in 2022 de European Chips Act aankondigde, klonk het alsof Europa werd klaargestoomd om technologisch aan een inhaalbeweging te beginnen: "Europa is het continent waar alle industriële revoluties zijn begonnen. En Europa kan ook de thuisbasis zijn van de volgende industriële revolutie."
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
Europa's chipstrategie faalt door onrealistische zelfvoorzieningsdoelen, maar het continent kan echte technologische macht verwerven door cruciale schakels in de mondiale chipketen te controleren.
De realiteit schetst een ander beeld: terwijl de beslissende AI- en technologiegroepen, van OpenAI tot Google en Nvidia, uit de VS komen, domineert China grote delen van de industriële productie. De modernste high-performance chips worden dan weer vooral in Taiwan gemaakt. En Europa? Als het gaat om technologische suprematie, steekt het continent bleek af.
Toch toont een nieuwe analyse van de Brusselse denktank Bruegel hoe Europa, ondanks zijn eigen zwaktes, meer geopolitieke en technologische invloed kan verwerven. De belangrijkste inzichten:
Europa's chipstrategie vertrok vanuit een denkfout
Europa zette te sterk in op nieuwe fabrieken. Volgens Bruegel kan de infrastructuur van moderne chipproductie niet zomaar naar Europa worden verplaatst: "Leading-edge chip production in the EU is unrealistic in the near future." Hoge kapitaalkosten spelen een rol, maar dat is niet het volledige verhaal. Chipproductie vereist een dicht toeleveringsecosysteem dat zich over decennia heeft opgebouwd in Azië. Bovendien beschikken producerende landen als Taiwan en Zuid-Korea over stilzwijgende proceskennis die berust bij een kleine wereldwijde pool van ervaren ingenieurs. Die landen hebben weinig strategisch belang bij het delen van die kennis.
Daar komt nog bij dat de European Chips Act haar eigen doelstellingen al mist. Intel annuleerde in juli 2025 een geplande chipsfabriek in het Duitse Magdeburg, aanvankelijk het paradepaardje van de wet. Een gebrek aan concrete afnamegaranties van klanten, aldus het bedrijf zelf.
Europa verwerft soevereiniteit door onmisbaarheid
Het Nederlandse bedrijf ASML, Europa's meest waardevolle beursgenoteerde onderneming, speelt daarin een centrale rol. Het bedrijf heeft een monopolie op EUV-lithografiesystemen (extreem ultraviolet lithografie) waarmee krachtige en energiezuinige microchips worden gemaakt. Zonder die systemen kunnen moderne chips vandaag nauwelijks worden geproduceerd.
Dat monopolie heeft reële geopolitieke gevolgen: zelfs de Amerikaanse exportbeperkingen tegen China werken alleen dankzij de medewerking van Nederland. Washington heeft de Nederlandse regering herhaaldelijk onder druk gezet om exportlicenties voor ASML-leveringen aan China in te trekken. ASML haalde in 2025 liefst 33 procent van zijn omzet uit de Chinese markt, wat de inzet voor alle partijen pijnlijk concreet maakt.
Bruegel pleit dan ook voor een fundamenteel andere aanpak: "Sovereignty through indispensability should be pursued: controlling inputs, capabilities or chokepoints that other players cannot route around." Kortom: Europa hoeft niet alles zelf te produceren. Het hoeft alleen onmisbaar te zijn in de stappen die anderen niet kunnen omzeilen.