De Belgische Joden, de Amerikaanse ambassadeur en de antisemitische ‘rabbi’ (Opiniebijdrage)
Tussen gerechtelijke vervolgingen tegen mohels die rituele besnijdenissen uitvoeren, politieke beslissingen die als discriminerend worden ervaren en een opeenstapeling van antisemitische dossiers die zonder gevolg worden geklasseerd, groeit het wantrouwen tegenover de instellingen.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
- Joël Rubinfeld herleidt de zaak van de mohels tot de klacht van Moshe Friedman, lid van Neturei Karta, een ultraorthodoxe antizionistische Joodse beweging, die in de tekst wordt voorgesteld als een “valse rabbijn” die al bekendstaat om zijn provocaties.
-Hij herinnert eraan dat Friedman in 2006 deelnam aan een negationistische conferentie in Teheran en sinds zijn vestiging in Antwerpen talrijke procedures tegen de Joodse gemeenschap heeft aangespannen.
-De opiniebijdrage verdedigt vervolgens de Brit Milah als een fundamenteel ritueel van het jodendom, uitgevoerd door opgeleide mohels, en stelt vragen bij de gerechtelijke hardnekkigheid tegenover deze praktijk.
-Tot slot breidt de tekst de beschuldiging uit naar een Belgische dubbele standaard: strengheid tegenover Joodse rituelen, toegeeflijkheid tegenover antisemitische uitspraken of daden, en consulaire maatregelen die als discriminerend worden beschouwd tegenover bepaalde Belgische Joden in Israël.
In deze opiniebijdrage hekelt Joël Rubinfeld, voorzitter van de Belgische Liga tegen Antisemitisme, wat hij beschouwt als een dubbele standaard van justitie en de Belgische politieke macht, zodanig dat zelfs de Amerikaanse ambassadeur in België publiek tussenbeide kwam.
“Antisemitisme is onaanvaardbaar in al zijn vormen en moet uit onze samenleving worden uitgeroeid. President Donald Trump, vicepresident JD Vance, minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio en ikzelf roepen heel België op om het op dit vlak veel beter te doen!” Met die woorden, gepubliceerd op 16 februari 2026 op zijn X-account, herinnerde Bill White, ambassadeur van de Verenigde Staten in België, vicepremier en minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke aan zijn verantwoordelijkheden.
Een lijst van Joodse kinderen
De Amerikaanse ambassadeur, die alarm sloeg over de golf van antisemitisme die in België sinds 7 oktober 2023 zichtbaar is, verwees in zijn bericht naar de huiszoekingen die in mei 2025 werden uitgevoerd bij twee rabbijnen en mohels (personen die zijn opgeleid in de uitvoering van de Brit Milah, de Joodse rituele besnijdenis) door de Antwerpse politie. Daarbij werden instrumenten in beslag genomen die nodig zijn om deze eeuwenoude ritus voort te zetten, en werd geëist dat een lijst werd overhandigd van de kinderen die door de mohels waren besneden - een lijst van Joodse kinderen.
Op 6 mei eiste het Antwerpse parket de doorverwijzing van beide mohels naar de correctionele rechtbank wegens “opzettelijke slagen en verwondingen met voorbedachten rade tegen minderjarigen” en “illegale uitoefening van de geneeskunde”. De Amerikaanse ambassadeur reageerde verontwaardigd en noemde deze beslissing “een schandvlek voor België, dat voortaan wereldwijd als antisemitisch zal worden gezien”.
Hoe zijn we zover gekomen? Waarom voelt de ambassadeur van een vreemd land zich verplicht de autoriteiten van het gastland publiek terecht te wijzen? Waarom geeft het gerechtelijk apparaat, dat de Joodse minderheid van het koninkrijk zou moeten beschermen, vandaag de indruk haar te vervolgen?
Moshe Friedman, geboren in 1972 in New York, is lid van de ultraorthodoxe en antizionistische sekte Neturei Karta, die in koor met de Iraanse mollahs oproept tot de vernietiging van de Joodse staat.
Om dit te begrijpen, moeten we teruggaan naar de oorsprong van de ‘zaak van de mohels’, namelijk de klacht die in 2024 werd ingediend door Moshe Friedman. Maar wie is deze man, die in 2014 door RTL TVI werd omschreven als een “valse rabbijn” en een “bedrieger”?
Het habijt maakt de rabbijn niet
Moshe Friedman, geboren in 1972 in New York, is lid van de ultraorthodoxe en antizionistische sekte Neturei Karta, die net als de Iraanse mollahs pleit voor de vernietiging van de staat Israël.
In 2006 nam Friedman deel aan de negationistische conferentie die in Teheran werd georganiseerd door de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad - de man die beloofde Israël “van de kaart te vegen”. Tijdens die antisemitische bijeenkomst, waaraan een zestigtal Holocaustontkenners deelnamen - onder wie Robert Faurisson en neonazi David Duke - trok Friedman het aantal van zes miljoen vermoorde Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog in twijfel en herleidde hij het tot “ongeveer één miljoen”.
In 2011 vestigde Friedman zich in Antwerpen en sindsdien probeert hij, zoals hij eerder al in Wenen deed, de Joodse gemeenschap te ondermijnen via rechtszaken, provocaties en lasterlijke beschuldigingen.
In 2012 startte Friedman een rechtszaak tegen een orthodox-joodse meisjesschool om twee van zijn zonen toegang te geven tot die school. In 2014 woonde hij het proces bij van een lid van de terroristische groepering Sharia4Belgium, samen met de vader van de beklaagde, om zijn steun te betuigen.
Hoe kan Friedman immers verklaren dat hij koste wat kost de Brit Milah aan elk van zijn zonen oplegde, indien er volgens hem al vanaf de eerste besnijdenis complicaties waren opgetreden?
In 2018 raakte hij betrokken bij een internationaal schandaal rond wat hij omschreef als “zijn beste vriendin”, een Marokkaanse spionne die door de Staatsveiligheid werd beschouwd als “een bedreiging voor de nationale veiligheid”. En in 2024 diende hij klacht in tegen de Antwerpse mohels, die hij ervan beschuldigde lichamelijke verminkingen bij minderjarigen uit te voeren.
In een interview met de VRT op 17 februari 2026 verklaarde Friedman dat zijn “drie zonen slachtoffer waren geworden van besnijders, die in werkelijkheid echte slagers zijn, en medische gevolgen ondervinden van hun traditionele besnijdenis”. Alleen al die uitspraak had volgens de auteur de argwaan van de Antwerpse onderzoekers moeten wekken.
Waarom liep Friedman, in hetzelfde jaar waarin hij klacht indiende tegen deze “slagers”, alle Antwerpse mohels af - die hem allemaal weigerden - om uiteindelijk een Brusselse mohel te zoeken om zijn kleinzoon, geboren in april 2024, te laten besnijden?
Wat is de Brit Milah?
De Brit Milah is een van de 613 geboden van het jodendom - een ritueel dat teruggaat tot Abraham en het fysieke teken vormt van het verbond tussen God en het Joodse volk. Het is een eeuwenoude traditie die tot de belangrijkste geboden behoort. Het is precies deze fundamentele praktijk van het jodendom die Friedman heeft aangevallen, daarbij volgens de auteur geholpen door het Belgische gerecht.
In werkelijkheid zijn mohels de meest gekwalificeerde personen om besnijdenissen uit te voeren. Dit eeuwenoude ritueel is strikt gereglementeerd en mohels krijgen een grondige opleiding, zowel in de praktijk van de besnijdenis als in de naleving van hygiënische voorschriften.
Ook de Britse koninklijke familie vergiste zich daarin niet toen zij in 1948 beroep deed op mohel rabbijn Jacob Snowman om de besnijdenis uit te voeren van de huidige koning Charles III. Waarom zou wat veilig genoeg wordt geacht voor de Britse kroon, niet veilig genoeg zijn voor gewone Joodse burgers?
Nog iets: een eenvoudige Google-zoekopdracht toont aan dat verschillende sterfgevallen hebben plaatsgevonden tijdens christelijke dooprituelen, onder meer in de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, Roemenië, Ghana, Moldavië en de Democratische Republiek Congo.
Hebben die tragedies geleid tot het in vraag stellen van deze tweeduizend jaar oude traditie? Heeft iemand ooit geëist dat dit sacrament uit handen van priesters zou worden genomen en aan redders zou worden toevertrouwd? Uiteraard niet, omdat zo’n eis absurd zou lijken.
De auteur benadrukt bovendien dat in België nog nooit een overlijden werd geregistreerd dat verband hield met de praktijk van de Brit Milah.
Waarom dan deze hardnekkigheid wanneer het om een eeuwenoude Joodse praktijk gaat? Wat rechtvaardigt deze uitzonderingsbehandeling die enkel voor Joden lijkt te gelden?
De dubbele standaard
De zaak van de mohels illustreert volgens de auteur de dubbele standaard die geldt wanneer het over Joden gaat binnen de Belgische magistratuur.
Enerzijds toont het gerecht volgens hem een verdachte ijver wanneer het één van de pijlers van het jodendom viseert. Anderzijds getuigt het van een laakbare laksheid wanneer het gaat om antisemitische dossiers.
In 2025 sprak de correctionele rechtbank van Gent schrijver Herman Brusselmans vrij nadat hij in het tijdschrift Humo had geschreven: “Ik ben zo kwaad dat ik een scherp mes in de keel wil steken van elke Jood die ik tegenkom.”
Datzelfde jaar seponeerde het Brusselse parket een klacht tegen Fouad Ahidar, voorzitter van de gelijknamige politieke partij, nadat hij tijdens een interview op een communautaire webtelevisie een lange antisemitische tirade had gehouden.
In 2024 bevestigde het Brusselse parket zelfs niet eens de ontvangst van een klacht van de Belgische Liga tegen Antisemitisme na een manifestatie in Brussel op 7 oktober 2024, waar duizenden mensen samenkwamen om de eerste verjaardag van de pogroms van Hamas in Israël te “vieren”.
Tijdens die bijeenkomst scandeerde een islamistische prediker in het Arabisch: “Allah, verbrand de Joden!”, waarop de menigte met Palestijnse vlaggen “Amen” antwoordde. Ironisch genoeg werd de auteur, nadat hij de feiten had aangeklaagd in Belgische en Franse media, zelf door de politie verhoord na een klacht van de organisator van de manifestatie.
Een oude reflex
Volgens de auteur zijn deze voorbeelden geen nieuw fenomeen. Al in 2016 seponeerde het parket van Luik een klacht tegen een Belgisch-Turkse caféhouder die op de gevel van zijn zaak had geschreven: “Honden zijn welkom, Joden absoluut niet.”
In België, zo stelt de auteur, spreekt justitie degene vrij die zegt een mes in de keel van elke Jood te willen steken, negeert ze wie oproept om Joden te verbranden, en criminaliseert ze degene die één van de oudste en meest universeel nageleefde Joodse tradities uitvoert.
Geen paspoorten voor Joden
Volgens de auteur worden Belgische Joden niet alleen op het vlak van besnijdenissen uitzonderlijk behandeld.
Op 2 september maakte minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot het akkoord bekend van de beperkte ministerraad met een reeks sanctiemaatregelen tegen Israël, maar ook tegen Joodse onderdanen, door het “einde van de uitgebreide consulaire diensten voor Belgen die in de nederzettingen wonen” af te kondigen.
Concreet betekent dit dat Belgen die in Judea-Samaria of in Oost-Jeruzalem wonen onder meer hun paspoort niet langer kunnen vernieuwen via de bevoegde diensten. Hoewel het akkoord spreekt over Belgen in het algemeen, geldt de maatregel volgens de auteur in werkelijkheid enkel voor Joden.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken ontkende elk discriminerend karakter van de maatregel en verklaarde dat ze “voor alle Belgen geldt, zonder onderscheid op basis van geloof of eventuele dubbele nationaliteit”. Volgens de auteur houdt dat argument echter geen stand, aangezien de betrokken inwoners in Judea-Samaria uitsluitend Joods zijn.
En wat met Belgische inwoners van Oost-Jeruzalem? Neem twee burgers - één Joods, één Arabisch - die in dezelfde straat van de oude stad van Jeruzalem wonen. Voor de eerste zou de verlenging van het paspoort worden geweigerd; voor de tweede zou het slechts een formaliteit zijn.
Voor Belgen die in andere betwiste of bezette gebieden in de wereld wonen, lijken dergelijke consulaire beperkingen volgens de auteur niet te bestaan.
Een België zonder Joden?
In 2000 telde België naar schatting 40.000 Joden. Vandaag zouden dat er nog ongeveer 30.000 zijn, of zowat 0,25% van de totale bevolking.
De Joodse gemeenschap staat volgens de auteur op een kruispunt. Zonder een onmiddellijke en radicale reactie van de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht dreigt haar toekomst een structurele neergang te volgen, vergelijkbaar met wat de afgelopen vijfentwintig jaar gebeurde in landen zoals Turkije - waar de Joodse gemeenschap gehalveerd werd - of Rusland en Venezuela, waar driekwart van de gemeenschap verdween.
Indien dat scenario werkelijkheid wordt, zullen historici over enkele decennia volgens de auteur wellicht een hoofdstuk wijden aan de gerechtelijke vervolging van de mohels en aan wat hij beschouwt als een discriminerende behandeling van Joodse Belgische burgers door Maxime Prévot, omdat zij ervoor kozen te leven op hun “voorouderlijk land” - het woord “Jood” betekent etymologisch immers “afkomstig uit Judea”.
Joël Rubinfeld