Militairen op straat: de coulissen van de clash die de Arizona-meerderheid doet wankelen (ANALYSE)
Achter de inzet van militairen om plaatsen die door de Joodse gemeenschap worden bezocht te beveiligen na de aanslag in Luik, schuilt veel meer dan een loutere veiligheidsmaatregel. De beslissing, genomen zonder volledige afstemming binnen de regering, legt de diepe breuklijnen binnen de Arizona-meerderheid bloot over de aanpak van veiligheid en de werking van de macht.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Samenvatting van het artikel
— De inzet van militairen na de aanslag in Luik veroorzaakt spanningen binnen de meerderheid
— MR en N-VA omzeilen CD&V en forceren een beslissing zonder volledig overleg
— De kwestie onthult diepere breuklijnen over veiligheid en regeringswerking
De beslissing lijkt evident gezien de veiligheidssituatie. Een week na de aanslag op een synagoge in Luik, en terwijl ook in Nederland verschillende aanvallen gericht waren tegen Joodse instellingen, heeft de federale regering ervoor gekozen militairen in te zetten om synagogen en Joodse scholen in België te beveiligen. In een klimaat gekenmerkt door een toename van antisemitische daden en een opnieuw tastbare terroristische dreiging, lijkt de maatregel moeilijk te betwisten.
Maar naast haar veiligheidslogica onthult deze beslissing ook steeds zichtbaarder en hoorbaarder wordende spanningen binnen de Arizona-meerderheid.
Een krachtmeting?
Deze inzet is immers niet alleen een operationele reactie op een dreiging. Ze is ook het resultaat van een vorm van politieke krachtmeting. De keuze van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) en minister van Defensie Theo Francken (N-VA) om dit mechanisme te activeren zonder voorafgaand overleg met minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) vormt een keerpunt. Door gebruik te maken van een wettelijke bepaling die de federale politie toelaat het leger in te schakelen, hebben zij de politieke impasse doorbroken die het dossier al maanden blokkeerde.
Het buitenspel zetten van de minister van Justitie, die al verzwakt was door de i-Police-affaire, is geen louter communicatieprobleem. Het legt een fundamenteel meningsverschil bloot tussen de coalitiepartners. Al maanden koppelt CD&V zijn akkoord voor de inzet van militairen op straat aan concrete vooruitgang inzake de overbevolking in de gevangenissen. En op dat vlak spreken de cijfers voor zich: meer dan 600 gedetineerden slapen vandaag op de grond in Belgische gevangenissen, wat de staat blootstelt aan veroordelingen en mogelijk zware financiële sancties.
Het oude spookbeeld van autoritaire ontsporing
De positie van de minister van Justitie past binnen een coherente logica: men kan de repressieve actie niet versterken zonder zich ervan te vergewissen dat het penitentiaire systeem de gevolgen kan opvangen. Maar door deze dossiers aan elkaar te koppelen, heeft CD&V bijgedragen aan het blokkeren van een beslissing die door haar partners als urgent werd beschouwd. Het is precies deze blokkering die MR en N-VA hebben doorbroken door de kwesties te ontkoppelen en alleen verder te gaan.
Deze krachtmeting gaat echter verder dan het beheer van één dossier. Ze onthult een diepere breuklijn over de visie op openbare veiligheid. Aan de ene kant verdedigen liberalen en Vlaams-nationalisten een pragmatische aanpak, waarbij het tijdelijke gebruik van het leger ter ondersteuning van de politie wordt aanvaard. Aan de andere kant blijft CD&V — net als andere centrumpartijen en linkse formaties — vasthouden aan een meer restrictieve visie, gekenmerkt door een historisch wantrouwen tegenover de aanwezigheid van militairen in de openbare ruimte.
Deze terughoudendheid vindt deels haar oorsprong in ideologische en historische overwegingen. Maar ze botst vandaag op een andere realiteit. België wordt niet geconfronteerd met een risico op autoritaire ontsporing, en eerdere ervaringen, met name na de aanslagen van 2016, hebben aangetoond dat dit soort inzet kan worden omkaderd, tijdelijk kan blijven en beperkt kan worden tot duidelijk afgebakende opdrachten.
Op het terrein pleit het operationele argument overigens in het voordeel van de maatregel. Militairen vervangen de politie niet: zij zorgen voor een statische aanwezigheid waardoor politiecapaciteit vrijkomt voor onderzoeks- en ordehandhavingstaken. In een context van budgettaire beperkingen en verhoogde veiligheidsdruk lijkt deze complementariteit een pragmatische oplossing. Ze geniet bovendien een aanzienlijk draagvlak in de publieke opinie, die gevoelig is voor veiligheidskwesties en de bescherming van doelwitten.
Verlinden: “Iedereen moet in de spiegel kijken”
Maar precies daar ligt het paradox. Hoewel de beslissing inhoudelijk verdedigbaar is en zelfs op brede steun kan rekenen, verzwakt ze politiek de meerderheid die haar heeft genomen.
Door zonder overleg te handelen, hebben MR en N-VA de interne disfuncties van de Arizona-coalitie zichtbaar gemaakt. Het conflict tussen de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, dat al voelbaar was in andere dossiers zoals i-Police, krijgt hier een nog symbolischere dimensie. Het gaat niet langer om een technisch meningsverschil, maar om een in vraag stellen van de collegiale werking van de regering. Wie Annelies Verlinden dinsdagochtend ontmoette, sprak van “grote irritatie”, zelfs van woede en een gevoel van vernedering. “Iedereen moet in de spiegel kijken en zich afvragen of dit is hoe wij beslissingen nemen binnen de regering”, reageerde de minister van Justitie.
Bart De Wever: “Een logische beslissing”
De gematigde reactie van premier Bart De Wever, die de beslissing “logisch” noemde maar tegelijk de irritatie van minister Verlinden erkende, illustreert het fragiele evenwicht waarin de uitvoerende macht zich bevindt. Enerzijds moet een moeilijk aanvechtbare veiligheidsmaatregel worden verdedigd. Anderzijds moet geprobeerd worden de regeringscohesie te bewaren die door deze episode onder druk staat.
In werkelijkheid lijkt deze zaak op een strategie van het voldongen feit. Door vooruit te gaan zonder een globaal akkoord, hebben MR en N-VA CD&V voor een moeilijke keuze geplaatst: zich openlijk verzetten tegen een populaire veiligheidsmaatregel, of aanvaarden dat men gemarginaliseerd werd in het besluitvormingsproces.
Op korte termijn heeft de veiligheid de overhand genomen. Maar op middellange termijn staat de geloofwaardigheid van de Arizona-meerderheid op het spel. Want los van de kwestie van militairen op straat, stelt deze episode een fundamentelere vraag: is de regering nog in staat om met één stem te spreken over kernbevoegdheden van de staat?