Na zes jaar Vandenbroucke: meer langdurig zieken en ondernemingen betalen de rekening
In deze vrije tribune voor 21News waarschuwt Irina De Knop, federaal parlementslid voor Anders, dat het beleid rond langdurige ziekte faalt en dat ondernemingen steeds vaker de rekening krijgen. Meer dan 500.000 mensen zijn vandaag langdurig ziek. De kost is opgelopen tot ongeveer 11 miljard euro per jaar en een structurele kentering blijft uit.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
Het aantal langdurig zieken blijft stijgen en kost de samenleving ondertussen ongeveer 11 miljard euro per jaar. In plaats van het systeem structureel te hervormen, schuift de regering volgens federaal parlementslid Irina De Knop (Anders) steeds meer kosten door naar ondernemingen. Bedrijven willen meewerken aan re-integratie, maar vragen een efficiënter systeem en een beleid dat hen als partner behandelt.
Na zes jaar bevoegdheid van minister Frank Vandenbroucke moeten we eerlijk durven vaststellen dat het huidige systeem zijn doel mist. In plaats van een duidelijke daling van het aantal langdurig zieken zien we vooral een steeds hogere factuur en een beleid dat weinig structurele vooruitgang boekt. Het beleid rond langdurige ziekte dreigt zo zelf ziek te worden.
Werk biedt perspectief
Dat langdurig zieken opnieuw perspectief moeten krijgen op werk, daar is geen discussie over. Werk betekent inkomen, maar ook structuur, sociale contacten en opnieuw vooruit kunnen kijken. Wie mensen met arbeidsmogelijkheden jarenlang langs de zijlijn laat staan, helpt hen niet vooruit. Uit cijfers van IDEWE blijkt dat 80 procent van de langdurig zieken opnieuw aan de slag wil.
Maar waarom slaagt het beleid er niet in hen te activeren?
De rekening doorschuiven naar ondernemingen
In plaats van het systeem grondig te hervormen, kiest de regering opnieuw voor een andere reflex: de rekening doorschuiven naar ondernemingen.
Bedrijven krijgen almaar meer verplichtingen opgelegd en moeten steeds vaker ook financieel mee opdraaien voor langdurige ziekte. De recente beslissing om ondernemingen een “solidariteitsbijdrage” van 30 procent van de ziekte-uitkering te laten betalen, past perfect in die logica. In mijn ogen heeft dit niets met solidariteit te maken, maar is het vooral een platte verhoging van de loonkosten.
Maar de redenering gaat nog verder. Vandaag dreigt een onderneming zelfs financieel mee verantwoordelijk te worden wanneer een werknemer langdurig uitvalt na een ongeval buiten het werk. Wie tijdens het weekend een sportongeval heeft en maanden uitvalt, kan dus toch een kost veroorzaken voor zijn bedrijf.
Voor veel ondernemers en mijn partij is dat simpelweg onbegrijpelijk.
Bedrijven hebben geen controle over wat iemand doet op een voetbalveld, op de skipiste of tijdens een fietstocht op zondag. Toch worden ondernemingen steeds vaker behandeld als de automatische financier van een systeem dat al jaren onder druk staat. Volgens Vandenbroucke is dit de bluts met de buil nemen. Voor mij is dat stigmatiserend beleid dat contraproductief werkt.
Het karikatuurbeeld van de ondernemer
Het zegt ook iets over hoe sommige partijen naar ondernemingen kijken. In het socialistische wereldbeeld lijken ondernemers soms nog altijd de mensen die rustig aan hun zwembad zitten terwijl anderen het werk doen. Wie zo naar bedrijven kijkt, komt al snel tot de conclusie dat er nog wel een extra bijdrage kan worden gevraagd wanneer het systeem vastloopt.
De werkelijkheid ziet er natuurlijk anders uit. Ondernemers zijn mensen die risico nemen, investeren en jobs creëren. Mensen die elke maand opnieuw proberen hun bedrijf draaiende te houden in een van de zwaarst belaste economieën van Europa.
Wie met ondernemers spreekt, hoort een ander verhaal dan het karikatuurbeeld dat soms wordt geschetst. Ondernemers willen hun werknemers net zo snel mogelijk opnieuw perspectief geven op werk. Niet alleen omdat dat economisch logisch is, maar ook omdat niemand gebaat is bij langdurige uitval.
Wie dagelijks met ondernemers spreekt, merkt hetzelfde: bedrijven willen meewerken aan re-integratie, maar niet opdraaien voor een systeem waar ze zelf nauwelijks vat op hebben.
Hervormen waar het systeem vastloopt
Maar dan moet het beleid wel werken. Vandaag is het systeem te versnipperd. Er zijn te veel actoren, te weinig duidelijke verantwoordelijkheden en te weinig uniforme controle. Het gevolg is dat mensen vaak jarenlang in een systeem blijven hangen zonder duidelijk traject richting werk.
Daarom moeten we het anders aanpakken.
De arbeidsarts moet de lead krijgen in de re-integratie. Die kent de werkvloer en kan het best inschatten welke mogelijkheden iemand nog heeft en hoe aangepast werk kan worden georganiseerd. Na enkele weken moet een plan van aanpak voor re-integratie worden opgesteld. Indien re-integratie in de onderneming niet mogelijk is, moet er gekeken worden naar mogelijkheden bij een andere werkgever.
Daarnaast hebben we objectieve en onafhankelijke controles nodig. Wie echt niet kan werken, verdient bescherming en rust. Maar wie nog mogelijkheden heeft, moet ook worden aangemoedigd om opnieuw stappen richting werk te zetten.
En ondernemingen moeten eindelijk als partner worden behandeld in plaats van als melkkoe. Bedrijven die investeren in preventie, werkbaar werk en succesvolle re-integratie verdienen ondersteuning in plaats van nieuwe bijdragen.
De re-integratie van langdurig zieken is een van de grote sociale uitdagingen van de komende jaren. Maar een beleid dat vooral nieuwe facturen richting ondernemingen stuurt, zal het aantal langdurig zieken niet doen dalen. Integendeel: het ondergraaft het vertrouwen van bedrijven die nochtans een cruciale rol spelen in elke succesvolle terugkeer naar werk. Wie langdurig zieken echt opnieuw perspectief wil geven, moet het systeem hervormen waar het fout loopt. Niet door ondernemingen telkens opnieuw naar voren te schuiven wanneer de rekening van een falend beleid moet worden betaald.