Peter Vandekerckhove: heeft België de grenzen van de herverdeling bereikt? (vrije tribune)
In deze opiniebijdrage stelt Peter Vandekerckhove zich de vraag of België de grenzen van de herverdeling heeft bereikt. Hij verdedigt de stelling dat een duurzame welvaartsstaat niet alleen steunt op solidariteit en fiscaliteit, maar evenzeer op economische groei, investeringen en ondernemerschap.
Gepubliceerd door Externe Bijdrage
Samenvatting van het artikel
De auteur is van mening dat België de grenzen van de herverdeling heeft bereikt. Hij pleit voor een beter evenwicht tussen solidariteit, een beheersing van de overheidsuitgaven en een groeibevorderend beleid, zodat de financiering van de welvaartsstaat ook op lange termijn verzekerd blijft.
Debatten over ongelijkheid beginnen vaak met een bekende slogan: belast de rijken. Veel minder vaak vertrekken ze vanuit een fundamentelere vraag: wat voor samenleving willen we opbouwen? Vereist rechtvaardigheid een gelijke verdeling van de rijkdom, of eerder gelijke rechten, gelijke kansen en de vrijheid om een beter leven uit te bouwen? Dat zijn twee fundamenteel verschillende uitgangspunten.
Een vrije samenleving belooft niet voor iedereen dezelfde uitkomst. Ze garandeert gelijke kansen, bescherming tegen tegenslag en gelijkheid voor de wet. Rijkdom zal nooit perfect gelijk verdeeld zijn, omdat ook talent, inzet, ambitie en de bereidheid om risico's te nemen ongelijk verdeeld zijn. Die verschillen wegwerken vergt een grotere overheid en een hogere belastingdruk.
Dat brengt ons bij België
België heeft die keuze al lang gemaakt. De overheidsuitgaven bedragen ongeveer 55 procent van het bbp en de belastingdruk op arbeid, inkomen en kapitaal behoort tot de hoogste van de ontwikkelde wereld. Toch blijft het politieke antwoord op de meeste maatschappelijke uitdagingen vaak hetzelfde: de welvaartsstaat verder uitbreiden en de hoogste inkomens nog zwaarder belasten.
Daarmee wordt de kern van het debat omgedraaid. De fundamentele vraag is niet hoeveel belastingen nog kunnen worden geheven, maar hoe groot de overheid moet zijn. Pas wanneer die vraag is beantwoord, kan worden bepaald wat een billijke bijdrage van burgers en bedrijven is.
Elke samenleving zoekt haar eigen evenwicht tussen publieke dienstverlening en individuele verantwoordelijkheid. Eén beperking geldt echter overal: uitgaven moeten worden gefinancierd. Als de overheidsuitgaven onbeperkt blijven stijgen, moeten ook de belastingen volgen. Zodra de belastingdruk haar grenzen bereikt, vertraagt de economische groei, krimpt de belastingbasis en komt uiteindelijk ook de welvaartsstaat zelf onder druk te staan. Dat is een eenvoudige economische realiteit.
Dit is geen pleidooi tegen herverdeling, maar wel tegen het idee dat die onbeperkt kan blijven groeien.
De financiële crisis toonde de excessen op de wereldwijde financiële markten aan, en er moet gekeken worden naar de toenemende ongelijkheid
België is echter geen economie die wordt gedomineerd door de immense rijkdom van miljardairs. De welvaart van het land steunt op ondernemers, hoogopgeleide werknemers en competitieve bedrijven.
Toch wordt succes in het publieke debat steeds vaker als een probleem voorgesteld. Belastingen dienen dan niet langer alleen om de openbare dienstverlening te financieren, maar ook om economische uitkomsten bij te sturen, ongeacht hoe die tot stand zijn gekomen. Op dat punt verschuift het debat van een economische naar een morele discussie.
Tegelijk blijven de verwachtingen ten aanzien van de overheid toenemen. De roep om subsidies, garanties en bescherming tegen risico's klinkt steeds luider. Sommige van die verwachtingen zijn terecht, vele andere niet. Samen voeden ze het beeld van een overheid die de samenleving tegen elke vorm van onzekerheid moet beschermen.
Maar risico is een wezenlijk onderdeel van een markteconomie. Zonder risico zijn er weinig ondernemers, weinig innovatie en weinig economische groei. Een welvaartsstaat moet mensen beschermen tegen tegenslag, maar niet elk risico uit de samenleving proberen weg te nemen.
De kernvraag is niet óf wie succesvol is meer moet bijdragen — dat staat buiten kijf — maar wel wat een billijke bijdrage precies inhoudt.
Rechtvaardigheid draait om evenwicht, niet om bestraffing. Een progressief belastingstelsel is verdedigbaar, maar vormt geen rechtvaardiging voor een onbegrensde herverdeling.
In een geglobaliseerde economie zijn kapitaal, talent en investeringen mobiel. Landen concurreren met elkaar om die drie aan te trekken. Geen enkele overheid kan die realiteit negeren.
Het doel van overheidsbeleid zou niet moeten zijn om de rijken armer te maken, maar om de armen rijker te maken. Het eerste vertrekt van de herverdeling van de taart, het tweede van het vergroten van die taart.
Economische groei en solidariteit gaan hand in hand
Economische groei financiert solidariteit. Zonder rendabele ondernemingen zijn er geen banen; zonder banen zijn er geen belastingbetalers; en zonder belastingbetalers is er geen welvaartsstaat.
België staat daarom voor een keuze. Het kan blijven vertrouwen op steeds hogere belastingen om almaar grotere overheidsambities te financieren, of erkennen dat de grenzen van de herverdeling zijn bereikt en sterker inzetten op economische groei, productiviteit en investeringen.
Die keuze houdt geen afbouw van de welvaartsstaat in. Integendeel: ze is bedoeld om hem op lange termijn veilig te stellen, door de overheidsuitgaven onder controle te houden, een competitief belastingstelsel te behouden en economische groei te stimuleren.
Een duurzame samenleving steunt zowel op economische groei als op solidariteit. Maar rijkdom moet eerst worden gecreëerd voordat ze kan worden herverdeeld.
België heeft zich lange tijd vooral gericht op herverdeling. Het is nu tijd om evenveel aandacht te besteden aan de voorwaarden die die herverdeling überhaupt mogelijk maken.