De stille normalisering van surveillance in Europa
Online privacy staat opnieuw onder druk. In naam van veiligheid, terrorismebestrijding en efficiëntie worden steeds meer vormen van digitale surveillance genormaliseerd. Wie vragen stelt, krijgt vaak hetzelfde antwoord: “Als je niets te verbergen hebt, heb je niets te vrezen.” Maar die redenering mist de kern. Privacy is geen bescherming voor criminelen, maar een fundamentele voorwaarde voor vrijheid en democratie.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
- Online privacy brokkelt af in Europa, waar uitzonderlijke surveillancemaatregelen steeds vaker de norm worden.
- Het debat rond Chat Control en encryptie toont hoe moeilijk het evenwicht is tussen veiligheid en fundamentele rechten.
- Met de opkomst van AI-surveillance wordt controle structureel, wat risico’s inhoudt voor vrijheid, democratie en zelfexpressie.
In Europa is privacy geen luxe. Ze is expliciet verankerd in de EU-grondrechten, via het recht op privéleven en gegevensbescherming. Wetgeving zoals de GDPR, de Digital Services Act, de Digital Markets Act en recent ook de AI Act tonen dat Europa grenzen wil stellen aan technologische macht. Maar wetgeving alleen volstaat niet. Tegelijk zien we hoe uitzonderingen op die principes steeds vaker genormaliseerd raken. Meestal verpakt als tijdelijk, noodzakelijk of onvermijdelijk. Wat vandaag uitzonderlijk lijkt, wordt morgen standaard.
Chat Control: goed bedoeld, maar gevaarlijk
Het Europese debat rond Chat Control is daar een treffend voorbeeld van. Onder het nobele doel van de strijd tegen online kindermisbruik stelde de Europese Commissie voor om digitale communicatie, inclusief privéberichten, systematisch te laten scannen. In de praktijk zou dit het einde hebben betekend van end-to-end encryptie.
Om verder te lezen, abonneer u of gebruik een krediet.
Al abonnee? Inloggen