Van Quickenborne vreest explosieve stijging van inzages in rekeningenregister: “Het dreigt een grabbelton te worden”
Het gebruik van het Centraal Aanspreekpunt (CAP), het register van bankrekeningen en financiële contracten van Belgische burgers, rechtspersonen en vennootschappen, is tussen 2021 en 2025 meer dan verdubbeld. Met de invoering van Money Control, dat grootschalige datamining mogelijk maakt, voorspelt Vincent Van Quickenborne (Anders) dat het aantal inzages door de fiscus nog exponentieel zal toenemen. Hij pleit voor extra toezicht.
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
Het aantal raadplegingen van het Centraal Aanspreekpunt (CAP), het register van bankrekeningen, is tussen 2021 en 2025 meer dan verdubbeld. Volgens Vincent Van Quickenborne zal dat met de invoering van het dataminingsysteem Money Control nog sterk toenemen, mogelijk zelfs tot honderd keer meer inzages. Hij waarschuwt dat het CAP zo dreigt uit te groeien tot een soort “grabbelton” en stelt vragen over privacy en proportionaliteit, omdat controles voortaan kunnen starten op basis van data-analyse in plaats van een concreet vermoeden van fraude.
Opmerkelijk is dat het aantal CAP-raadplegingen door de FOD Financiën de afgelopen vijf jaar met ongeveer 120 procent steeg: van 51.911 inzages in 2021 naar 114.025 in 2025. Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) maakte die cijfers bekend in antwoord op een parlementaire vraag van Van Quickenborne.
“De sterke stijging tot 2025 is op zich al problematisch,” zegt het Kamerlid voor Anders aan 21News. Met de verdere uitrol van Money Control, het nieuwe dataminingsysteem dat rekeninggegevens uit het CAP vergelijkt met fiscale aangiftes, verwacht Van Quickenborne een explosieve toename van het gebruik.
Het aantal consultaties kan volgens hem “het honderdvoudige” worden zodra het systeem volledig operationeel is. “Het CAP dreigt een grabbelton te worden waarin iedereen zomaar kan grabbelen.”
Van reactief gebruik naar datamining
Het CAP werd ingevoerd in uitvoering van de Europese anti-witwasrichtlijn en wordt beheerd door de Nationale Bank. Het bevat de nummers en saldi van bankrekeningen en gegevens over financiële contracten. Tot voor kort kon het enkel worden geraadpleegd wanneer er vooraf een concrete aanwijzing van fraude bestond.
Met de wet diverse bepalingen van 18 december 2025 worden de CAP-gegevens systematisch geïntegreerd in het datawarehouse van de fiscus. Via datamining worden geanonimiseerde fiscale aangiftes vergeleken met rekeningstanden, waardoor sneller onregelmatigheden aan het licht komen.
Omkering van de bewijslast
Het vertrekpunt van de controle verschuift. Waar vroeger eerst een vermoeden van fraude moest bestaan om tot inzage in het CAP over te gaan, worden gegevens nu vooraf geanalyseerd om mogelijke risico’s te detecteren. Een concreet vermoeden kan zo het resultaat worden van data-analyse in plaats van het startpunt ervan. Dat roept vragen op over privacy en proportionaliteit.
Voor een individuele controle is nog altijd een concrete aanwijzing nodig. Alleen kan die nu het resultaat zijn van datamining. Van Quickenborne spreekt in dat verband van een omkering van de bewijslast. “Tot voor kort was men onschuldig tot de fiscus schuld aantoonde. Straks zal men zijn onschuld moeten bewijzen omdat men op basis van data als risicovol wordt aangemerkt.”
Strikte toegang, uitgebreide logging
Minister Jambon benadrukt dat de toegang tot het CAP juridisch strikt is afgebakend. Voor inkomstenbelastingen en btw is de raadpleging voorbehouden aan ambtenaren met een hoge rang, doorgaans een adviseur-generaal. In die dossiers is een voorafgaande, concrete aanwijzing van belastingontduiking vereist, die wordt opgenomen in het fiscaal dossier. Een redelijk vermoeden volstaat. Die wettelijke vereiste blijft gelden voor individuele dossiers, ook wanneer een controle voortvloeit uit eerdere data-analyse.
Voor de administratie Inning & Invordering gelden andere regels. In het kader van de invordering van fiscale en niet-fiscale schulden kan het CAP worden geraadpleegd na machtiging van minstens een adviseur-generaal, zonder voorafgaande aanwijzing van fraude.
Elke consultatie wordt geregistreerd via een beveiligd autorisatiesysteem. Identiteit, tijdstip, betrokken ambtenaar en motivering worden gelogd. Controle is mogelijk via interne inspectiediensten en externe toezichthouders zoals het Rekenhof en de Gegevensbeschermingsautoriteit. Automatische beslissingen worden niet genomen, aldus de minister.
Twijfel over proportionaliteit
Van Quickenborne erkent dat formele waarborgen bestaan, maar plaatst vraagtekens bij de praktische impact ervan. “Het beperken van de toegang tot ambtenaren met een bepaalde rang zal een doekje voor het bloeden worden. Er zijn bovendien geen cijfers over hoeveel raadplegingen effectief leiden tot bijkomende taxaties of sancties. We hebben totaal geen zicht op of het systeem proportioneel is. Dat is een fundamenteel probleem.”
De combinatie van meer dan verdubbelde consultaties en grootschalige dataverwerking maakt volgens hem extra toezicht noodzakelijk. Zijn partij Anders bereidt daarom een wetsvoorstel voor om een “Comité F” op te richten, naar analogie met het Comité P voor de politie en het Comité I voor de inlichtingendiensten. Dat orgaan moet toezien op de naleving van procedures en de proportionaliteit van het gebruik van fiscale data.
Peter Backx