Hoe de overheid ondernemers uitput: de regeldruk die groei verstikt
België telt meer dan een miljoen ambtenaren, heeft een overheid die 28% duurder is dan het Europees gemiddelde en legt bedrijven een regeldruk op die in geen enkel buurland zijn weerga vindt.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
De Belgische overheid is 28% duurder dan het Europees gemiddelde en legt bedrijven een opeenstapeling van verplichtingen op die de competitiviteit structureel ondermijnt.
Een Belgische kmo die één werknemer in dienst neemt, staat meteen voor een papierberg. Voor die persoon aanvangt, moet de werkgever een DIMONA-melding indienen bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dat voor aanvang van de eerste werkdag, anders volgen boetes tot 3.000 euro. Vervolgens komen de kwartaalaangiften via DmfA, de aansluiting bij een sociaal secretariaat, de naleving van de sectorale cao (collectieve arbeidsovereenkomst), de loonaanpassing aan de automatische indexering, de verplichte bijdragen aan het vakantiegeld en de arbeidsongevallenverzekering. Op dat moment heeft de ondernemer niet eens een eerste factuur verstuurd.
Duurder dan buurlanden
De loonkost in België behoort structureel tot de hoogste van Europa. Werkgevers betalen 27 à 28% bovenop het brutoloon aan socialezekerheidsbijdragen, plus een verplichte dertiende maand, dubbel vakantiegeld en maaltijdcheques. Het totale kostenplaatje ligt daardoor 40 à 45% boven het jaarbrutoloon. In Duitsland bedragen de werkgeversbijdragen 20 à 21%, in Nederland 18 à 20%. Een bedrijf dat in België een medewerker aanwerft aan een brutoloon van 4.000 euro per maand, betaalt effectief ruim 5.600 euro. Dat alles vooraleer één euro omzet is gedraaid.
Internationaal onderzoek bevestigt het bredere probleem. De Nationale Bank stelde in 2021 vast dat de Belgische uitgaven voor algemeen bestuur 1,8 procentpunt van het bbp hoger liggen dan bij de buurlanden, vooral door de loonkosten bij de diensten voor buitenlandse zaken, binnenlandse zaken en financiën. Volgens berekeningen op basis van die studie, gepubliceerd door FD Magazine, komt dat overeen met een overheidsadministratie die voor hetzelfde werk 28% duurder uitvalt. Ambtenaren verdienen gemiddeld 919 euro per maand meer dan vergelijkbare profielen in de privésector. Ondertussen is het aantal overheidsjobs in dertig jaar met 45% gestegen — van 728.000 naar 1.062.000. De Wereldbank concludeerde dat België half zo efficiënt presteert als Zwitserland of Denemarken.
'Onredelijk, onwerkbaar en onnodig'
De gevolgen voor ondernemers zijn tastbaar. Meer dan 60% van de Europese bedrijven ziet regelgeving als een investeringsobstakel; bij kmo's loopt dat op tot 55%. In België is de druk bijzonder zwaar. Naast de fiscale aangifteverplichtingen ontvangt de helft van alle gecontroleerde kmo's een naheffing na fiscale controle. Verder moeten bedrijven ook voldoen aan GDPR-regels voor personeelsbeheer en NIS2-cyberbeveiligingsverplichtingen voor bepaalde sectoren. Sinds 2026 moet ook worden voldaan aan verplichte e-facturatie voor alle B2B-transacties. Wie ook maar één werknemer heeft, moet de arbeidsduurwetgeving kennen van het bevoegde paritair comité. Vanaf 2027 komt daar bovenop een verplichting tot elektronische tijdsregistratie. Een zoveelste maatregel die UNIZO omschrijft als 'onredelijk, onwerkbaar en onnodig'.
In de praktijk betekent dit dat een kmo met tien medewerkers gemiddeld een aanzienlijk deel van zijn capaciteit besteedt aan louter administratieve conformiteit. Dat om te voldoen aan verplichtingen die niets bijdragen aan de kernactiviteit. Voka noemde de tijdsregistratie treffend 'pure kafka'. Het probleem zit echter dieper: de opeenstapeling van afzonderlijke maatregelen, elk op zich verdedigbaar, creëert samen een systeem dat voor kleine bedrijven nauwelijks beheersbaar is.
Competitiviteit op de tocht
De competitiviteitsindex van het IMD (International Institute for Management Development) maakt de schade zichtbaar: België zakte in twee jaar van de 22ste naar de 42ste plaats op 69 landen. Het criterium waar België het slechtst op scoort, is de efficiëntie van de overheidsadministratie. Harvard-onderzoek toont aan dat die efficiëntie een grotere impact heeft op het ondernemings- en investeringsklimaat dan subsidies. Lange vergunningsprocedures, wijzigende regelgeving en trage overheidsdiensten maken een regio onaantrekkelijk voor binnenlandse en buitenlandse investeerders.
Het federale KMO-plan dat eind 2025 werd goedgekeurd, bevat 89 maatregelen voor administratieve vereenvoudiging. Een erkenning van het probleem, maar ook een bevestiging van de schaal ervan: 89 maatregelen zijn nodig om een systeem bij te sturen dat decennialang gegroeid is. Ondertussen wordt zelfs voor fiscale fraude een nieuw precedent gezet: het Hof van Cassatie oordeelde op 28 mei 2026 dat de fiscus onrechtmatig verkregen bewijzen mag gebruiken, ook wanneer die opzettelijk zijn verzameld in strijd met het verzet van de belastingplichtige. Meer controle, meer verplichtingen, minder rechtsbescherming. Het is een combinatie die de verhouding tussen overheid en ondernemer fundamenteel tekent. En die steeds meer mensen doet vertrekken of afzien van ondernemerschap.