Benoît van den Hove: “De meerwaardebelasting is al van kracht terwijl we de toepassingsdetails niet kennen. Dat is surrealistisch.”
Nu de meerwaardebelasting officieel van kracht is, terwijl de parlementaire besprekingen over de concrete uitvoeringsmodaliteiten nog altijd aanslepen, blijft de onzekerheid groot. Voor Benoît van den Hove, CEO van Euronext Brussels, is het risico duidelijk: in haar huidige vorm dreigt deze taks beursgenoteerde kmo’s zwaar te treffen, hun liquiditeit te doen opdrogen en hun toegang tot financiering op lange termijn te verzwakken.
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
Benoît van den Hove (Euronext Brussels) waarschuwt dat de meerwaardebelasting liquiditeit van beursgenoteerde kmo’s bedreigt en financiering duurder maakt.
Inhoud
- 21News: Hoe kijkt Euronext vandaag naar de meerwaardebelasting?
- 21News: Wat betekent dat concreet voor die kmo’s?
- 21News: Heeft deze belasting ook impact op buitenlandse investeerders?
- 21News: De belasting wordt voorgesteld als een bijdrage van de “sterkste schouders”. Klopt dat?
- 21News: Er wordt gesproken over “kafkaiaanse” situaties. Gaat u daarin mee?
- 21News: Hebben andere Europese landen betere oplossingen gevonden?
- 21News: Wat is volgens u de oplossing voor België?
- 21News: Wat als die aanpassing er niet komt?
21News: Hoe kijkt Euronext vandaag naar de meerwaardebelasting?
Benoît van den Hove: In de budgettaire context waarin we ons bevinden, moet iedereen bijdragen aan de gezamenlijke inspanning. Daar bestaat geen twijfel over. Dat principe ondersteunen wij ook. Waar wij ons zorgen over maken, is dat de meerwaardebelasting een disproportionele impact kan hebben op beursgenoteerde kmo’s. We zien nu al dat Belgische particuliere beleggers hun rechtstreekse aandelenposities verkopen en die vervangen door fondsen of ETF’s. Ze doen dat om de administratieve rompslomp van deze belasting te vermijden. Wie via een fonds belegt, ziet het totaalrendement, in plaats van per aandeel meer- en minwaarden te moeten bijhouden. Maar fondsen en trackers investeren doorgaans in zeer liquide aandelen, vaak grote beurskapitalisaties. En wie verliest dan aan liquiditeit en aantrekkelijkheid bij Belgische particuliere beleggers? De beursgenoteerde kmo’s.
21News: Wat betekent dat concreet voor die kmo’s?
Benoît van den Hove: Deze kmo’s zijn vandaag sterk afhankelijk van de liquiditeit die particuliere beleggers aanbrengen. Zij vertegenwoordigen 40 tot 50 procent van de liquiditeit van deze ondernemingen. Ter vergelijking: bij bedrijven uit de BEL 20 bedraagt dat aandeel slechts 1 à 2 procent. Als die liquiditeit zelfs maar gedeeltelijk opdroogt, is de impact aanzienlijk. Minder liquiditeit betekent een moeilijkere en vaak lagere waardering. En een lagere waardering vertaalt zich in hogere financieringskosten. Om hetzelfde bedrag op te halen, moeten bedrijven meer aandelen uitgeven. Dat maakt financiering duurder. Als deze belasting ongewijzigd blijft, dreigen we de beurs voor kmo’s minder toegankelijk te maken door hen een essentieel financieringskanaal te ontnemen.
21News: Heeft deze belasting ook impact op buitenlandse investeerders?
Benoît van den Hove: Indirect wel. De belasting geldt enkel voor Belgische particuliere beleggers. Buitenlandse investeerders vallen onder hun eigen fiscale regime. Maar als de liquiditeit van bepaalde bedrijven daalt, kan dat uitsluitingseffecten hebben. Stel dat een internationaal fonds enkel investeert in ondernemingen met een dagelijkse liquiditeit van minstens 500.000 euro. Als die liquiditeit door deze belasting zakt van 500.000 naar 250.000 euro per dag, dan valt dat bedrijf uit de selectiecriteria. Dat heeft dus wel degelijk een indirect effect op de aantrekkelijkheid van sommige Belgische bedrijven voor internationale investeerders.
21News: De belasting wordt voorgesteld als een bijdrage van de “sterkste schouders”. Klopt dat?
Benoît van den Hove: De vraag stellen is ze beantwoorden. De vrijstelling ligt op 10.000 euro. Neem een koppel met een portefeuille van 100.000 euro. Dat is geen uitzonderlijke situatie: twee leerkrachten of twee kaderleden kunnen daar perfect in terechtkomen. Als zij vorig jaar investeerden in BEL 20-aandelen, met een rendement van ongeveer 20 procent, vallen zij vandaag al onder deze belasting. Wie daarentegen zijn onderneming verkoopt, valt onder een volledig ander regime. Dat koppel investeerde nochtans geld dat afkomstig is uit arbeid of een erfenis, en dus al belast werd.
21News: Er wordt gesproken over “kafkaiaanse” situaties. Gaat u daarin mee?
Benoît van den Hove: Ja. De slogan “we voeren een meerwaardebelasting in België in” klinkt eenvoudig. Maar de uitvoering is bijzonder complex. Een voorbeeld: sommige aandelen worden verhandeld op wat men de Expert Market noemt, een platform waar aandelen van niet-beursgenoteerde ondernemingen, vaak familiale bedrijven, worden uitgewisseld. Voor die aandelen wordt als referentiewaarde soms de laatste beschikbare koers genomen, per 31 december 2025. In sommige gevallen heeft er al jaren geen transactie plaatsgevonden, soms zelfs tien jaar lang. Dan baseert men zich vandaag op een oude prijs om een meerwaarde te berekenen. Dat zijn typisch problematische situaties die deze belasting creëert. Een belastingaangifte invullen is voor veel mensen al niet eenvoudig. Hier voegen we nog een extra laag complexiteit toe.
21News: Hebben andere Europese landen betere oplossingen gevonden?
Benoît van den Hove: In Frankrijk bestaat bijvoorbeeld het PEA-PME-regime, dat meerwaarden op investeringen in kmo’s vrijstelt. Daar leeft het besef dat zulke ondernemingen kwetsbaarder zijn op de beurs en dat hun liquiditeit ondersteund moet worden via particuliere beleggers. Het is een manier om budgettaire doelstellingen te verzoenen met steun aan het economische weefsel, in een land dat zelf ook met stevige begrotingsuitdagingen kampt.
21News: Wat is volgens u de oplossing voor België?
Benoît van den Hove: Het grootste deel van de opbrengst van de meerwaardebelasting zal niet van kmo’s komen. Hen vrijstellen zou dus budgettair weinig kosten. Maar het zou wel ons kernsegment beschermen: ongeveer twee derde van de beursgenoteerde bedrijven, zo’n 75 à 80 ondernemingen. Door investeringen in kmo’s vrij te stellen, kan men de sterkste schouders laten bijdragen en tegelijk de financiering van deze bedrijven beschermen.
21News: Wat als die aanpassing er niet komt?
Benoît van den Hove: Laten we over een jaar opnieuw samen zitten om de balans op te maken. Maar ik verwacht geen positief gesprek. Ik vrees vooral dat we waarde zullen hebben vernietigd voor deze ondernemingen, voor een uiteindelijk beperkte budgettaire opbrengst.