Meerwaardebelasting: kies je best voor opt-in of opt-out?
Sinds 1 januari 2026 is de nieuwe meerwaardebelasting van kracht. Hoe ze werkt, hebben we eerder al toegelicht. Maar voor beleggers blijft één heel concrete vraag overeind: kies je best voor het opt-in- of het opt-out-systeem?
Gepubliceerd door Vanille Dujardin
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
Sinds 2026 geldt de nieuwe meerwaardebelasting. Kies je voor opt-in of opt-out? Dit zijn de voor- en nadelen voor beleggers.
Even een korte opfrissing. Sinds dit jaar worden particulieren die hun spaargeld beleggen in aandelen, obligaties of andere financiële instrumenten belast op de meerwaarde bij verkoop. Er geldt wel een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro.
De vraag is dan hoe die belasting wordt geïnd. Er zijn twee mogelijkheden: ofwel regel je alles zelf (opt-out), ofwel laat je je bank de afhandeling doen (opt-in). Belangrijk om te weten: opt-in wordt het standaardregime. Wie in opt-out wil blijven, moet dat dus uitdrukkelijk aan zijn bank laten weten.
Opt-in: eenvoudig en discreet
Bij opt-in geef je je bank de toestemming om automatisch 10% in te houden op de gerealiseerde meerwaarde, volgens de nieuwe belasting. Bij je belastingaangifte, een jaar later, kan je vervolgens beslissen of je de jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro al dan niet toepast. In dat geval moet je wel rekening houden met een wachttijd van (maximaal) twee jaar voordat die vrijstelling effectief wordt verrekend.
Voordelen: Opt-in is de meest eenvoudige keuze. De belasting wordt aan de bron ingehouden, zonder dat je zelf bijkomende stappen moet zetten. Het is ook de meest discrete oplossing: de fiscus krijgt geen gedetailleerd zicht op je individuele beleggingen, aangezien die niet apart moeten worden aangegeven. Minder berekeningen, minder vakjes invullen, minder administratie.
Nadelen: Die eenvoud heeft een keerzijde. Met opt-in kan het gebeuren dat je belasting betaalt die je eigenlijk niet meteen verschuldigd bent. Stel dat je in een jaar een meerwaarde van 7.000 euro realiseert. Zonder verdere actie wordt automatisch 10% ingehouden, terwijl dat bedrag binnen de jaarlijkse vrijstelling valt. Je kan die vrijstelling nadien wel recupereren, maar je moet dan twee jaar wachten vooraleer ze effectief wordt toegekend.
Opt-out: meer controle, maar ook meer administratie
Wie zelf de controle wil behouden over zijn fiscale situatie, kan kiezen voor opt-out. In dat geval grijpt de bank niet in. Aan het einde van het jaar geef je zelf je meerwaarden aan in je belastingaangifte en vraag je, indien van toepassing, de vrijstelling aan.
Voordelen: Met opt-out moet je de vrijstelling niet voorfinancieren. Je berekent zelf je netto meerwaarde, rekening houdend met eventuele verliezen en de jaarlijkse vrijstelling. Een voorbeeld: je belegt via meerdere banken. Bij de ene realiseer je een meerwaarde van 23.000 euro, bij de andere een verlies van 15.000 euro. In je aangifte geef je dan een globale meerwaarde van 8.000 euro aan en pas je de vrijstelling toe. Resultaat: geen belasting verschuldigd, zonder te moeten wachten op een latere terugbetaling.
Nadelen: Dit systeem vraagt meer administratief werk. Je moet extra rubrieken invullen in je belastingaangifte, bewijsstukken bijhouden en de aangegeven bedragen kunnen staven. Het is bovendien minder discreet, aangezien je beleggingen uitgebreider worden toegelicht aan de fiscus.
Vergeet niet: bewaar je documenten van 31 december 2025
Of je nu kiest voor opt-in of opt-out, één regel geldt voor iedereen: bewaar je fiscale documenten zorgvuldig. Het is cruciaal om een bewijs te hebben van de waarde van je beleggingen op 31 december 2025. Die “momentopname” vormt immers het referentiepunt voor de berekening van toekomstige meerwaarden.
Kort samengevat: informeer je goed, bewaar je documenten en vraag bij twijfel advies aan een financiële instelling. Die zijn er tenslotte ook om je daarin te begeleiden.