Elke Van den Brandt, de groene steen in de schoen van Ecolo
Ecolo probeert zich te heropbouwen na de verkiezingsnederlaag. Maar in Brussel maken de polemieken rond Groen-minister Elke Van den Brandt het de Franstalige groenen extra moeilijk.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Samenvatting van het artikel
Terwijl Ecolo zich probeert te herpakken na de verkiezingsnederlaag, zorgen de mobiliteitsdossiers van Elke Van den Brandt voor extra spanningen en imagoschade bij de Franstalige groenen.
In Brussel proberen de ecologisten nog altijd de zware verkiezingsnederlaag van de stembusgangen van 2024 te verwerken. Verzwakt in het Gewest, in verschillende gemeenten, links voorbijgestoken door de PS en de PTB op het stedelijke terrein en in het centrum door Les Engagés, is Ecolo het favoriete electorale jachtterrein geworden van zijn vele concurrenten. In die negatieve spiraal zoekt de partij nu naar een strategie om een steeds kritischere Brusselse achterban opnieuw voor zich te winnen.
Maar die poging tot wederopbouw zou bemoeilijkt kunnen worden door een politica die zelf ecologiste is: Elke Van den Brandt, Groen-minister van Mobiliteit in de Brusselse regering van Boris Dilliès.
Een reeks polemieken die aan de groenen blijft kleven
De voorbije maanden kwam de minister centraal te staan in verschillende voorstellen en discussies rond de Brusselse mobiliteit die sterke politieke en mediatieke reacties uitlokten.
Daarbij waren er onder meer de debatten rond de Louizalaan, die regelmatig het middelpunt vormt van spanningen over autoverkeer, fietspaden en de verdeling van de openbare ruimte. Meer recent veroorzaakte ook het idee van een tweede autoloze dag op Moederdag onmiddellijk een golf van kritiek, zowel vanuit de oppositie als binnen de meerderheidspartijen zelf.
Telkens opnieuw werden die voorstellen snel bespot of frontaal aangevallen, wat het beeld voedde van een beleid dat volgens sommigen losstaat van de dagelijkse bekommernissen van een deel van de Brusselaars.
Het imagoprobleem voor Ecolo
In principe zou Ecolo gespaard moeten blijven van beslissingen die gedragen worden door een minister uit de regering-Dilliès, die bovendien geen mandataris van de partij is. Maar in de praktijk straalt dat indirect toch af op Ecolo, omdat in de publieke opinie het onderscheid tussen Ecolo en Groen vaak vaag blijft. “De aanwezigheid van Groen in de meerderheid is op zich al problematisch voor Ecolo”, zegt een lokaal verkozene ons, “want hoewel de Vlamingen vrij zijn om hun meerderheid te vormen, vertroebelt dat de boodschap en geeft het Brusselaars de indruk dat wij nog altijd aan de macht zijn.”
Hoewel Elke Van den Brandt dus wel degelijk een Groen-minister is, worden haar projecten en verklaringen rechtstreeks gelinkt aan de volledige Brusselse ecologische familie. Resultaat: “Elke polemiek rond mobiliteit straalt ook af op de Franstalige ecologisten en haalt opnieuw de geest van Good Move naar boven”, vat een militant samen.
Onder die omstandigheden is het niet eenvoudig om degelijk oppositiewerk te voeren. “Sommige van die standpunten worden gedeeld door ecologische mandatarissen en militanten, waardoor wij soms in een moeilijke positie terechtkomen”, vervolgt de verkozene.
Na hun electorale nederlaag zijn verschillende Ecolo-kopstukken, al gaat het lang niet om een meerderheid, er privé van overtuigd dat de partij in Brussel alleen opnieuw kan groeien door een pragmatischer en rustiger discours aan te nemen, dat minder wordt gezien als bestraffend voor automobilisten of de stedelijke middenklasse.
De verleiding van radicaliteit
Daar begint de strategische kloof zichtbaar te worden.
Enerzijds vindt een deel van de ecologisten dat er een harde lijn moet worden aangehouden op het vlak van mobiliteit en milieu, zelfs als dat op korte termijn impopulaire maatregelen betekent. Anderzijds pleiten sommigen voor een meer gematigde koers om kiezers terug te winnen die zijn overgestapt naar de Mouvement Réformateur, Les Engagés of zelfs naar onthouding.
In die context worden de mediaoptredens van minister Van den Brandt een gevoelig onderwerp voor Ecolo. Want ze houden precies het beeld in stand dat de partij vandaag probeert recht te zetten: dat van een ecologisme dat als ideologisch, rigide en soms los van de leefrealiteit van een deel van de Brusselaars wordt gezien.
Een wederopbouw die nog broos blijft
De uitdaging voor de Brusselse ecologisten is nu duidelijk: hun ecologische DNA verdedigen zonder over te komen als een partij van permanente beperkingen.
Maar zolang bepaalde polemieken de Brusselse actualiteit blijven domineren, zou de politieke wederopbouw van Ecolo moeilijker kunnen blijven dan verwacht. En in die vergelijking zou Elke Van den Brandt, wellicht ongewild, wel eens de steen in de schoen van de Franstalige groenen kunnen worden.
De PS van Ahmed Laaouej heeft dat goed begrepen en aarzelt nooit om te tonen dat het een andere koers wil varen op die thema’s. Zo steunt de partij vaak minister van Begroting Dirk De Smedt (Anders) in zijn wens om bepaalde subsidies te schrappen, of kiest ze op mobiliteitsdossiers expliciet een andere politieke richting dan de groenen, omdat ze weet dat haar electoraat het beruchte Good Move-plan niet langer wil verdedigen. De eco-socialistische tendens binnen de Brusselse PS lijkt dan ook duidelijk voorbij.