Wie werkt voor geld, wordt nooit rijk
Gen Z spaart meer dan welke generatie voor haar ook, belegt vroeger en wantrouwt de staat als pensioengarant. Maar spaargedrag alleen volstaat niet. In een economie waar de alleenstaande Belg de zwaarst belaste werknemer ter wereld is, wordt zelfredzaamheid best gecomplementeerd door een goede afkomst.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
Gen Z spaart meer dan elke generatie voor haar, maar de alleenstaande jonge Belg is de zwaarst belaste werknemer ter wereld en stoot tegelijkertijd op een vastgoedmarkt die hem structureel uitsluit, waardoor vermogensopbouw zonder ouderlijke steun een uitzondering wordt.
Het jongste vermogensrapport van Keytrade en de Universiteit Gent bevat een opvallende vaststelling: het mediaanvermogen van Gen Z'ers ligt twaalf procent hoger dan dat van millennials op dezelfde leeftijd. Belgische jongeren tussen 14 en 29 jaar hebben gemiddeld meer vermogen dan de groep die al tien jaar op de arbeidsmarkt zit. Bovendien spaart Gen Z maandelijks een groter deel van haar inkomen dan elke andere generatie.
Die voorsprong heeft twee verklaringen. Ten eerste ontvangen jongeren vaker en grotere schenkingen van hun ouders, goed voor twintig procent van het gemiddelde Gen Z-vermogen. Ten tweede schuiven ze grote schulden, zoals een hypotheek, steeds verder voor zich uit. Wie geen lening heeft, heeft op papier een hoger netto vermogen. Maar wie geen vastgoed bezit, mist ook de belangrijkste vermogenshefboom die de generaties voor hem rijk maakten.
De zwaarst belaste werknemer ter wereld
Voordat die jongere zelfs begint met sparen of beleggen, verliest hij al meer dan de helft van wat hij verdient. Uit het Taxing Wages-rapport van de OESO voor 2025 blijkt dat België voor het 25ste jaar op rij koploper is in belastingdruk op arbeid. Voor een alleenstaande werknemer zonder kinderen met een gemiddeld loon gaat 52,6 procent van de totale loonkost naar belastingen en sociale bijdragen. Geen enkel ander land van de 38 OESO-economieën overschrijdt de kaap van vijftig procent. Het wereldgemiddelde bedraagt 34,9 procent.
Het systeem is bijzonder ongunstig voor wie jong, alleenstaand en kinderloos is. Gezinnen met kinderen genieten van het huwelijksquotiënt, onbelaste kinderbijslag en hogere belastingvrije sommen. Voor de alleenstaande starter die net begint te werken, zijn die voordelen er nog niet. Hij betaalt de volle pot. Dat terwijl hij tegelijkertijd probeert te sparen voor een eigen woning in een markt die hem structureel uitsluit.
Voor de aankoop van een eigen woning is de formele drempel 10% van de aankoopprijs. Maar als je de bijkomende kosten erbij telt, kom je al snel op 18 à 22% eigen middelen. Voor een gemiddelde Vlaamse woning van 376.000 euro is dat 70.000 à 80.000 euro die je zelf moet hebben. Vóór de bank ook maar overweegt te lenen. Twee obstakels voor dezelfde persoon: eerst neemt de staat meer dan de helft van je loon, daarna vraagt de bank een berg spaargeld die je met dat resterende loon amper kunt opbouwen.
Van elke vijf euro die een alleenstaande Belg verdient, verdwijnen er meer dan twee rechtstreeks naar de staatskas. Dat is zeventien euro meer per honderd dan het gemiddelde in de OESO.’
Dat maakt de cijfers van econoom Stijn Baert (UGent) extra wrang. Een alleenstaande met een gemiddeld loon betaalt gemiddeld zeventien euro meer belasting per honderd euro loonkost dan zijn OESO-collega's. Die druk is tussen 2019 en 2024 bovendien niet gedaald, ondanks herhaalde verkiezingsbeloften. Ze steeg licht, van 52,3 naar 52,6 procent.
De pensioenangst als motor
Onderzoek van bankenfederatie Febelfin uit 2025 laat zien dat 43 procent van de Belgische jongeren soms wakker ligt van geldzorgen. Het rapport van Keytrade en de UGent bevestigt dat alle generaties twijfelen aan de houdbaarheid van het pensioenstelsel. Wat eruit springt is dat jongere generaties nog pessimistischer zijn. In de Verenigde Staten hebben jongwerkenden op pensioenrekeningen drie keer zoveel gespaard als de generatie voor hen op dezelfde leeftijd. In Nederland spaarden studenten in 2024 gemiddeld 251 euro per maand, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2011. De financiële zelfredzaamheid is geen vrije keuze meer. Ze is een reactie op een systeem dat jongeren niet langer als vanzelfsprekend kunnen vertrouwen.
Beleggen: vroeger maar niet altijd beter
In ons land is 56 procent van de beginnende beleggers tussen 18 en 34 jaar. Ze kiezen vaker voor hogere risicoprofielen en halen hun beleggingsinspiratie in eerste instantie van sociale media, bronnen die niet te boek staan als neutraal of betrouwbaar. Zolang het onderwijs en de ouders financiële geletterdheid niet systematisch aanbieden, blijft die kloof bestaan.
Columnist Véronique Bockstal formuleert het in Trends scherp: de middenklasse, waar de meeste jonge starters in belanden, zit structureel klem. Ze verdient te veel voor subsidies, te weinig voor gesofisticeerde fiscale optimalisatie. Vermogensbelasting- en pensioendebatten hebben bewezen dat de overheid niet wakker ligt van het individuele 'later'. Het zijn de burgers zelf die de rekening moeten doen kloppen, van een stelsel dat hen al een kwarteeuw zwaarder belast dan wie dan ook ter wereld.
De conclusie is ongemakkelijk. Gen Z doet het goed op de parameters die ze zelf kan beheersen: spaargedrag, beleggingsdiscipline, langetermijndenken. Maar de parameters die er het meest toe doen, erfenissen, schenkingen, vastgoed en kapitaalinkomen, worden bepaald door de ouders en grootouders. Wie voor zijn loon werkt, betaalt er de hoogste belasting op ter wereld. De belasting op vermogen blijft een politieke discussie, maar de Belg leeft in een systeem dat gebouwd werd voor een ander tijdperk, met andere gezinsstructuren en een andere arbeidsmarkt, en dat sindsdien onvoldoende is bijgestuurd.