Helft van de geschrapte werklozen krijgt andere uitkering
Een nieuwe studie van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), die HLN kon inkijken, analyseert wat er met 45.000 geschrapte werklozen is gebeurd. Ruim de helft (53 procent) belandde bij het OCMW of op de ziekenkas, maar amper 1 op 10 ging aan de slag.
Gepubliceerd door Bram Bombeek
Samenvatting van het artikel
- De helft van de geschrapte langdurig werklozen krijgt een nieuwe uitkering.
- Slechts 1 op 10 ging ook echt aan de slag, 4 op 10 verdwijnt uit de statistieken.
Begin dit jaar voerde de regering-De Wever een van haar meest ingrijpende hervormingen door: wie zonder job zit, krijgt voortaan nog maximaal twee jaar een werkloosheidsuitkering. Om de overgang geleidelijk te laten verlopen, worden langdurig werklozen in zes golven geschrapt, te beginnen bij wie al het langst stempelt. Op 1 januari verloren mensen die langer dan twintig jaar werkloos waren hun uitkering, op 1 maart volgde de groep tussen de acht en twintig jaar. Volgende week, op 1 juli, is iedereen aan de beurt die tussen één en vier jaar werkloos is.
Een nieuwe studie van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), die HLN kon inkijken, analyseert wat er met de eerste twee golven is gebeurd. Het gaat om 45.591 langdurig werklozen die in de eerste drie maanden van dit jaar hun uitkering verloren. Concreet krijgen bijna 20.000 mensen (43,5 procent) nu een leefloon van het OCMW. De regels voor het leefloon zijn strenger dan voor de werkloosheidsuitkering, omdat er een vermogensonderzoek gebeurt en er bijstandsverplichting geldt tussen samenwonenden. Wie met andere woorden een werkende partner heeft, kan geen leefloon krijgen. Nog eens 4.336 mensen (9,5 procent) stapten over naar een ziekte- of invaliditeitsuitkering. Het gaat in die gevallen over "niet-toeleidbare" werklozen, mensen waarvan men al wist dat ze niet beschikbaar waren voor de arbeidsmarkt. Bijna vier op de tien verdwenen uit alle statistieken: ze vonden geen werk, kregen geen leefloon en belandden niet op de ziekenkas.
Er zijn ook opvallende regionale verschillen. In Wallonië belandde de helft op een leefloon, maar slechts 7 procent op de ziekenkas. In Vlaanderen was het omgekeerde het geval: slechts een derde ging naar het OCMW, maar maar liefst één op de vijf belandde op de ziekenkas. Arbeidseconomist Stijn Baert (UGent) wijst op een mogelijke verklaring: in Vlaanderen heeft men vaker een werkende partner, waardoor een leefloon niet aan de orde is en de ziekteverzekering de enige uitkeringsoptie overblijft.
Minister van Werk David Clarinval (MR) noemt de cijfers toch bemoedigend. De eerste twee golven betroffen de moeilijkste groep van mensen die al meer dan acht jaar werkloos waren. Bij de derde golf, mensen tussen vier en acht jaar werkloos, vond al 27 procent werk, zo blijkt uit eerste VDAB-cijfers. "Tegen eind dit jaar zullen we ongeveer landen op een derde dat werk vindt", voorspelt Clarinval bij HLN.
Om verder te lezen, abonneer u of gebruik een krediet.
Al abonnee? Inloggen