Grondwettelijk Hof zet rem op strenger migratiebeleid van de regering
Het Grondwettelijk Hof schorst twee kernmaatregelen van het asielbeleid van minister Anneleen Van Bossuyt. In het geding: hun verenigbaarheid met het Europees recht en het risico op een “ernstig en moeilijk te herstellen nadeel” voor de betrokken verzoekers.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
Het Grondwettelijk Hof schorst twee sleutelmaatregelen van het asielbeleid van de regering omdat ze mogelijk strijdig zijn met het Europees recht en een ernstig nadeel kunnen veroorzaken voor de betrokken verzoekers, in afwachting van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Het migratiebeleid van de regering krijgt een forse klap. Het Grondwettelijk Hof schorst twee kernmaatregelen uit het migratiepakket van de regering. Het gaat om bepalingen die afgelopen zomer werden goedgekeurd om de opvang van asielzoekers in België in te perken.
Centraal staat de vraag naar de verenigbaarheid van deze maatregelen met het recht van de Europese Unie en met verschillende fundamentele rechten. Het Hof oordeelt dat de betwiste bepalingen een “ernstig en moeilijk te herstellen nadeel” kunnen veroorzaken voor de betrokken personen, wat een onmiddellijke schorsing rechtvaardigt in afwachting van een uitspraak ten gronde.
De “M-statuten” in het hart van het geschil
De eerste maatregel liet het agentschap Fedasil toe om materiële hulp – opvang of financiële steun – te weigeren aan asielzoekers die al internationale bescherming hebben verkregen in een andere lidstaat van de Europese Unie, de zogeheten “M-statuten”.
De regering verdedigde deze beslissing met een lezing van het Europees recht die lidstaten zou toestaan in dergelijke gevallen opvang te weigeren. Het Grondwettelijk Hof volgt een andere redenering: het meent dat er ernstige twijfel bestaat over de verenigbaarheid van deze maatregel met het Unierecht en beslist de kwestie voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie voordat het definitief uitspraak doet.
Het wijst er in het bijzonder op dat het weigeren van materiële hulp aan personen die al als vluchteling erkend zijn, met name in Griekenland, onmiddellijke en zware gevolgen kan hebben, zoals dakloosheid zonder alternatief.
Ook gezinshereniging en opvang geschorst
De tweede schorsing betreft de verstrenging van de voorwaarden voor gezinshereniging. De tekst verhoogde de inkomensdrempel voor de referentiepersoon, verlengde de referteperiode om de stabiliteit van de bestaansmiddelen aan te tonen en verhoogde aanzienlijk de administratieve kosten.
Ook hier acht het Hof het noodzakelijk om meerdere prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie om de verenigbaarheid van de nieuwe vereisten met het Europees recht te toetsen. In afwachting daarvan worden de betwiste bepalingen geschorst.
Daarnaast wordt ook de afschaffing van de mogelijkheid om in bepaalde omstandigheden financiële steun te verlenen in plaats van materiële opvang als potentieel schadelijk beschouwd, met name voor verzoekers die geconfronteerd worden met de chronische overbelasting van het opvangnetwerk.
Een uitspraak met politieke impact
Minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt had deze maatregelen voorgesteld als noodzakelijk om de instroom te beheersen en de geloofwaardigheid van het asielsysteem te herstellen. De regering verwees daarbij naar de druk op de opvangcapaciteit en de noodzaak om “aanzuigeffecten” te vermijden.
De beslissing van het Hof beslecht de zaak ten gronde nog niet, maar schorst wel de toepassing van deze bepalingen in afwachting van het antwoord van de Europese rechter. Ze vormt echter een duidelijk signaal: de nationale beleidsruimte op het vlak van asiel blijft strikt begrensd door het Unierecht en de bescherming van fundamentele rechten.
Discussie nog lang niet afgerond
De zaak illustreert de blijvende spanning tussen politieke doelstellingen inzake migratiecontrole en het Europese juridische kader. Ze komt er in een context van toenemende polarisatie van het publieke debat over immigratie in België.
De komende maanden zal het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie doorslaggevend zijn. Dat zal bepalen of de regering de grenzen van het Europese recht heeft overschreden, dan wel over een ruimere beoordelingsmarge beschikte dan het Grondwettelijk Hof momenteel aanneemt.
In afwachting daarvan zet de opgelegde schorsing twee pijlers van de huidige migratiestrategie tijdelijk op losse schroeven en heropent ze een juridisch en politiek debat dat verre van beslecht is.