Kan Rossel echt stoppen met papier? Wat er schuilgaat achter de dreiging van Bernard Marchant
De geplande afschaffing van de distributiesteun baart Bernard Marchant, CEO van de mediagroep Rossel, zorgen. Hij waarschuwt voor gevolgen voor de druk, de werkgelegenheid en de abonnementsprijzen.
Gepubliceerd door Demetrio Scagliola
Samenvatting van het artikel
Rossel-CEO Bernard Marchant waarschuwt dat de geplande afbouw van de distributiesteun het voortbestaan van papieren kranten en honderden banen kan bedreigen.
Inhoud
- Van Bpost naar de belastingvermindering
- Een moeilijke overgang
- Op federaal niveau ligt de machtsverhouding moeilijk
- Marchant spreekt niet langer alleen namens Le Soir of Sudinfo
- 200 banen en tot 150 euro extra voor een abonnement
- Borsus en Galant geven de boodschap door
- “We haten subsidies”... Echt?
- Een uitspraak die wellicht geen toeval is
- De tweede machtsstrijd: de hervorming van de perssteun
- Digitale bezoekersaantallen storten in
- Een dominante positie die alles verandert
Het is een waarschuwing, bijna een vorm van dreiging. Bernard Marchant, CEO van Rossel, waarschuwde de politieke wereld dinsdag tijdens de nieuwjaarsreceptie van L’Avenir in het Waals Parlement: zonder een geloofwaardige oplossing om de perssector te helpen de kosten van de distributie van kranten aan abonnees te dragen, zegt de man die na de fusie tussen Rossel en IPM nu vrijwel de volledige Franstalige dagbladpers controleert, bereid te zijn om op termijn te stoppen met het “maken van papieren kranten."
“Als die belastingvermindering stopt, maken we over drie jaar geen papieren kranten meer! Als we ze niet meer kunnen distribueren, stoppen we ermee”, verklaarde Bernard Marchant. “Voor Wallonië gaat het bij die belastingvermindering om 11 miljoen euro. Realiseren we ons wel naar welke ramp we afstevenen? We kunnen het geld waarmee we onze bedrijven laten draaien niet uit het niets creëren.”
Een spectaculaire verklaring, maar die kan niet los worden gezien van de nieuwe machtspositie van degene die ze uitspreekt.
Van Bpost naar de belastingvermindering
Om de krachtmeting te begrijpen, moeten we enkele jaren teruggaan. Lange tijd werd de distributie van kranten georganiseerd via een concessie die aan Bpost was toevertrouwd en door de federale overheid werd gefinancierd. Daardoor konden uitgevers hun dagbladen tegen vergelijkbare voorwaarden bij abonnees laten bezorgen, ongeacht of die in het centrum van een grote stad of in een landelijk gebied woonden.
Volgens Bernard Marchant kostte dat systeem de staat ongeveer 175 miljoen euro per jaar.
Maar het model kwam steeds meer onder vuur te liggen, vooral in het noorden van het land. Vlaamse mediagroepen zijn om verschillende redenen minder afhankelijk van dat systeem: een historisch dynamischere markt, grotere publieksbereiken en oplages, maar ook een grotere bevolkingsdichtheid in veel regio’s, waardoor de distributiekosten automatisch lager liggen.
Enkele honderden kranten bezorgen in een dichtbevolkt stedelijk gebied is iets heel anders dan een ronde door sommige zeer dunbevolkte delen van de provincies Luxemburg of Namen, waar meerdere kilometers tussen twee abonnees kunnen liggen.
Onder druk van onder meer de Vlaamse politiek en met het oog op besparingen besloot de regering-De Croo een einde te maken aan de concessie. Na protest van de Franstalige uitgevers werd uiteindelijk een tijdelijke regeling met een belastingvermindering ingevoerd, zodat zij de tijd kregen om andere distributiekanalen te vinden.
Een moeilijke overgang
Private spelers profiteerden van de openstelling van de markt. PPP breidde zijn activiteiten uit, terwijl Rossel en IPM Direct Press oprichtten om de distributie van hun verschillende titels geleidelijk te coördineren met meerdere operatoren.
Maar de opstart verloopt moeizaam.
Veel abonnees klagen regelmatig dat ze hun krant niet ontvangen. Die problemen zijn meer dan een logistieke kwestie: ze ondermijnen het vertrouwen van de lezer en kunnen leiden tot opzeggingen. En abonnementen zijn een essentiële inkomstenbron voor mediagroepen. Dat geldt in het bijzonder voor L’Avenir, waarvan een groot deel van het model steunt op abonnees en waarvan de distributie duurder wordt door het grote aantal lezers in landelijke gebieden.
PPP erkent overigens dat de start moeilijk was. CEO Michel d’Alessandro verklaarde enkele dagen geleden aan L’Echo dat de kwaliteitsgraad van het bedrijf tijdens de eerste maanden van de overgang was gedaald tot 95 procent, om volgens PPP vervolgens weer op te klimmen tot ongeveer 99,5 procent. Het bedrijf benadrukt zelf hoe moeilijk het is om over te schakelen van een hoofdzakelijk stedelijk model naar gebieden waar er soms een kilometer tussen twee brievenbussen zit.
Op federaal niveau ligt de machtsverhouding moeilijk
Dan is er nog de politieke kwestie. En op dit moment zijn de signalen niet bepaald gunstig voor de Franstalige uitgevers.
De Vlaamse partijen tonen weinig enthousiasme voor een verlenging van de regeling. Aan Franstalige zijde houden MR en Les Engagés zich op de vlakte. Dat betekent niet dat ze tegen een oplossing zijn, maar tot dusver is er geen duidelijke bereidheid om van dit dossier een breekpunt te maken met hun Vlaamse coalitiepartners. Volgens onze informatie staan de liberalen evenmin te springen om deze strijd aan te gaan.
En de politieke geschiedenis van dit dossier is complexer dan de traditionele tegenstelling tussen het noorden en het zuiden van het land.
De beslissing om de concessie af te schaffen werd genomen onder de Vivaldi-regering. De PS, die toen deel uitmaakte van de federale meerderheid, verzette zich daar niet tegen. Volgens onze informatie wilde de toenmalige minister van Economie, de socialist Pierre-Yves Dermagne, niet luisteren naar de argumenten van de mediagroepen en zou hij zelfs hebben geweigerd hun vertegenwoordigers te ontmoeten. Ecolo probeerde zich van zijn kant tegen de beslissing te verzetten, maar slaagde er niet in de meerderheid van koers te doen veranderen.
Vandaag maakt de federale begrotingssituatie de vergelijking nog moeilijker. De regering moet tegen 2029 ongeveer 10 miljard euro besparen. In die context is het moeilijk voorstelbaar dat Bart De Wever spontaan zou instemmen met een extra uitgave die vooral bedoeld is om Franstalige media te ondersteunen.
Een verlenging blijft mogelijk als MR en Les Engagés beslissen er tijdens de federale onderhandelingen een prioriteit van te maken. Maar een begrotingsonderhandeling is ook een kwestie van machtsverhoudingen: een toegeving op dit dossier kan betekenen dat er op andere dossiers toegevingen moeten worden gedaan.
Op dit moment is een federale tussenkomst dus verre van zeker.
Marchant spreekt niet langer alleen namens Le Soir of Sudinfo
Maar Bernard Marchant richtte zich dinsdag niet tot de federale regering. Hij sprak in het Waals Parlement.
En precies daar krijgt zijn uitspraak een andere dimensie.
De CEO van Rossel heeft nooit bekendgestaan om zijn diplomatie wanneer hij zich tot de politieke wereld richt, die hij geregeld stevig aanpakt. Maar deze keer ging het niet alleen om een verzoek. Het was ook een machtsvertoon.
Sinds de fusie met IPM controleert Rossel Le Soir, Sudinfo, L’Avenir, La Libre en La DH/Les Sports. Volgens de groep zelf vertegenwoordigt het nieuwe geheel meer dan 90 procent van de Franstalige kranten.
Met andere woorden: Bernard Marchant staat vandaag aan het hoofd van een groep met een vrijwel monopolistische positie in de Franstalige dagbladpers.
Zijn machtspositie tegenover de politiek is dan ook niet meer dezelfde als vroeger.
Wanneer hij eraan herinnert dat hij zou kunnen stoppen met papieren kranten, dreigt hij niet langer alleen een editie te schrappen of een titel om te vormen. Hij brengt potentieel het grootste deel van de gedrukte dagbladpers in Wallonië en Brussel in de weegschaal, met de gevolgen voor werkgelegenheid, pluralisme en de democratische en maatschappelijke belangen die daarmee gepaard gaan.
Daarbij is het risico berekend. Want hoewel papier vandaag nog altijd een belangrijke bron van inkomsten is, en bij sommige uitgevers zelfs de belangrijkste, weten we dat het model zijn einde nadert en dat er tegen 2029, zelfs met een belastingvermindering, misschien nog maar weinig overblijft om te distribueren... Sommige titels hebben al financiële prognoses gemaakt om het aantal verschijningsdagen te verminderen of zelfs de papieren versie volledig te schrappen...
Om terug te komen op de uitspraak van Bernard Marchant: het is precies die machtspositie die degenen zorgen baarde die zich zorgen maakten over de concentratie van vrijwel de volledige Franstalige pers in één groep.
De vrijwel monopolistische positie van Rossel wordt zo zelf een element in de politieke machtsverhouding.
200 banen en tot 150 euro extra voor een abonnement
Bernard Marchant heeft de mogelijke gevolgen overigens zorgvuldig becijferd.
Rossel beschikt over twee drukkerijen, in Nijvel en Beauraing. Het stopzetten van de papieren krant zou volgens hem ongeveer 200 directe en indirecte banen kosten, los van de gevolgen voor distributie en transport.
Voor de lezers zou het alternatief een forse verhoging van de abonnementsprijs zijn: volgens de CEO van Rossel tot 150 euro extra per jaar. Marchant waarschuwt bovendien dat een abonnement op termijn in een landelijk gebied duurder zou kunnen worden dan in een stedelijke omgeving.
De boodschap aan de politiek is duidelijk: als ze niet langer een deel van de extra distributiekosten financieren, zullen ze de economische, sociale en democratische gevolgen van het nieuwe model moeten dragen.
Borsus en Galant geven de boodschap door
De Waalse parlementsleden tot wie Bernard Marchant zich richtte, hebben uiteraard geen zeggenschap over een federale belastingvermindering.
Maar ze zijn evenmin volledig machteloos.
Voorzitter van het Waals Parlement Willy Borsus (MR) herinnerde eraan dat regionale politici de vragen kunnen doorspelen aan hun partijen en hun vertegenwoordigers in de federale regering.
Ook parlementslid Stéphane Hazée van Ecolo bracht de kwestie politiek onder de aandacht. Nadat er een resolutievoorstel was ingediend, bevestigde minister van Media Jacqueline Galant (MR) in het Parlement dat ook zij de federale regering over de kwestie had aangesproken.
Marchant kiest dus zijn publiek. Door zich tot de Waalse parlementsleden te richten, probeert hij ook meerdere politieke kanalen te activeren die druk kunnen uitoefenen op de federale regering.
“We haten subsidies”... Echt?
De CEO van Rossel benadrukt nochtans één punt: hij wil niet afhankelijk zijn van overheidsgeld.
“We gaan niet om geld bedelen, we haten subsidies, onze onafhankelijkheid moet voortkomen uit onze economische kracht”, verklaarde hij volgens Sudinfo.
Die uitspraak verdient echter enige nuancering.
Want de grote Franstalige mediagroepen ontvangen al overheidssteun. De bedragen zijn uiteraard niet te vergelijken met de financiering van de RTBF, waarvan de jaarlijkse dotatie meer dan 350 miljoen euro bedraagt, maar ze zijn evenmin verwaarloosbaar.
Naast de vroegere Bpost-concessie, die vandaag is vervangen door de regeling met een belastingvermindering, bedraagt de jaarlijkse rechtstreekse steun aan de pers in de Fédération Wallonie-Bruxelles bijna 12,8 miljoen euro. Rossel en IPM zijn historisch gezien de belangrijkste begunstigden. Daar komen verschillende diversificatieprojecten, partnerschappen en andere vormen van overheidssteun nog bij.
De kwestie is des te belangrijker omdat de fusie de hele situatie verandert: een zeer groot deel van die steun kan voortaan terechtkomen bij verschillende titels die tot één en dezelfde groep behoren.
Een uitspraak die wellicht geen toeval is
Precies daar wordt de uitspraak van Bernard Marchant bijzonder interessant.
Wanneer de CEO van Rossel tegenover politici benadrukt dat de belastingvermindering in Wallonië 11 miljoen euro bedraagt, richt hij zich uiteraard tot de federale regering.
Maar misschien niet alleen tot haar.
Want tegelijkertijd staat de Fédération Wallonie-Bruxelles op het punt haar systeem van perssteun te herzien. Een regeling waarvan de fundamenten teruggaan tot het begin van de jaren 2000, toen de media-economie er helemaal anders uitzag.
Het verdienmodel steunde toen nog grotendeels op papier. De GAFAM hadden nog geen gigantisch aandeel van de advertentie-inkomsten en het publiek veroverd. Sociale media waren nog geen van de belangrijkste toegangspoorten tot informatie. En generatieve artificiële intelligentie bestond uiteraard nog niet als nieuwe tussenpersoon die journalistieke content kan samenvatten zonder gebruikers noodzakelijkerwijs naar de sites te sturen die die content hebben geproduceerd.
In twintig jaar is alles veranderd. Maar het systeem van steun is nog grotendeels gebaseerd op de oude wereld.
De tweede machtsstrijd: de hervorming van de perssteun
De concentratie van Rossel en IPM roept nu een bijkomende vraag op.
Tot nu toe werd de overheidssteun verdeeld over verschillende concurrerende uitgevers. Voortaan behoort het grootste deel van de Franstalige dagbladpers tot één en dezelfde groep.
Het politieke risico is duidelijk: hoe valt een systeem te rechtvaardigen waarin vrijwel het volledige bedrag van een overheidsenveloppe van bijna 12,8 miljoen euro rechtstreeks of onrechtstreeks terechtkomt bij de titels van één private groep?
De aangekondigde hervorming zal dus verschillende vragen tegelijk moeten beantwoorden: moet de steun primair op papier gericht blijven? Hoe kan journalistieke productie worden ondersteund zonder de concentratie nog verder te versterken? Hoe kan het pluralisme worden gegarandeerd? Moet de steun al dan niet worden gekoppeld aan “echte” banen voor journalisten? Hoe moeten nieuwe digitale media worden geïntegreerd? En hoever kan overheidsgeld een private speler ondersteunen die een vrijwel monopolistische positie heeft verworven?
Ook daarom moeten de uitspraken van Bernard Marchant worden bekeken vanuit een breder perspectief dan alleen het distributiedossier.
De topman van Rossel legt zijn kaarten op tafel voordat verschillende onderhandelingen beginnen die bepalend kunnen zijn voor zijn groep.
Digitale bezoekersaantallen storten in
Daarvoor beschikt hij over een economisch argument dat moeilijk terzijde kan worden geschoven: de Franstalige pers maakt een diepe crisis door.
De digitale bezoekersaantallen van Franstalige media zijn de afgelopen twee jaar sterk gedaald. De meeste titels zagen hun dagelijkse webpubliek, gemeten in unieke bezoekers per dag, halveren.
Sudinfo blijft boven de grens van 300.000 unieke dagelijkse bezoekers, maar dat is ver verwijderd van de pieken van 700.000 tot 800.000 die de voorbije jaren werden bereikt. De andere grote titels zitten doorgaans, behalve bij uitzonderlijke gebeurtenissen, onder de 200.000 unieke dagelijkse bezoekers.
Bovenop de structurele daling van de verkoop van papieren kranten komen dus de verzwakking van het digitale aanbod, het aandeel van de advertentie-inkomsten dat door platformen wordt opgeslokt en nu ook de concurrentie van artificiële intelligentie om toegang tot informatie.
De economische moeilijkheden waar Marchant naar verwijst, zijn dus reëel.
Maar dat neemt niets weg van de strategische dimensie van zijn interventie.
Een dominante positie die alles verandert
Enkele weken na de concretisering van de fusie tussen Rossel en IPM bevindt de topman van de nieuwe groep zich in een ongeziene positie.
Enerzijds moet de federale regering beslissen of ze overheidsgeld blijft uittrekken voor de ondersteuning van de krantenbedeling.
Anderzijds moet de Fédération Wallonie-Bruxelles een systeem herzien van bijna 12,8 miljoen euro aan jaarlijkse perssteun, waarvan de belangrijkste begunstigde voortaan automatisch de Rossel-groep zal zijn.
Daartussenin herinnert Bernard Marchant eraan dat hij zonder een levensvatbaar economisch model zou kunnen stoppen met drukken.
De hele situatie lijkt dan ook minder op een eenvoudige vraag om steun dan op het opzetten van een machtsstrijd.
De concentratie van de Franstalige dagbladpers geeft Rossel vandaag een hefboom waarover geen enkele Franstalige mediagroep tot nu toe op deze schaal beschikte. Als Marchant dreigt met het stopzetten van de papieren krant, kan de politieke wereld niet langer denken dat een concurrent de plaats zal innemen of dat het probleem beperkt zal blijven tot één titel...