“Het Westen is een invalide geworden”: de topman van Axel Springer roept Europa op om in actie te komen
Mathias Döpfner, topman van de Duitse mediagigant Axel Springer, brengt in The Spectator een waar manifest voor de verdediging van het Westen. China, Rusland, islamisme, immigratie, wokisme, de Europese achteruitgang: hij beschrijft democratieën die zowel van buitenaf als van binnenuit verzwakt zijn en roept op tot een krachtdadige ommekeer.
Gepubliceerd door Harrison du Bus
Samenvatting van het artikel
Döpfner waarschuwt dat het Westen door externe dreigingen en interne verdeeldheid zijn politieke, economische en culturele kracht verliest en roept op tot een hernieuwd zelfbewustzijn en een krachtige verdediging van de westerse waarden, "omdat anders de tirannen zullen winnen."
“Waarom moeten we het Westen versterken?” Wanneer The Spectator hem die vraag voorlegt, begint Mathias Döpfner zich erover te verbazen dat die vraag tegenwoordig überhaupt gesteld moet worden.
De topman van Axel Springer, een van de machtigste mediagroepen van Europa, die onder meer Bild, Die Welt, Politico en Business Insider bezit, publiceert in het Britse weekblad een uitgebreid manifest over wat hij beschouwt als de politieke, economische en culturele neergang van de westerse wereld.
Zijn diagnose vat hij samen in een bijzonder harde formulering: “Het Westen is een invalide geworden.” Volgens hem moeten de verantwoordelijken zowel in Peking, Moskou en Teheran worden gezocht als in het hart van de westerse samenlevingen.
Athene, Rome, Jeruzalem en de Verlichting
Voor Döpfner is het Westen in de eerste plaats geen geografisch gegeven. Japan of Nieuw-Zeeland kunnen volgens hem er deel van uitmaken: het gaat bovenal om een politieke beschaving.
Hij schrijft er vier pijlers aan toe: Athene voor de democratie, Rome voor de rechtsstaat, Jeruzalem voor de joods-christelijke waarden en de waardigheid van het individu, en ten slotte de Verlichting voor het humanisme, de individuele vrijheden, de scheiding der machten en de scheiding van kerk en staat.
Het principe dat het geheel verbindt, is individuele vrijheid, en in het bijzonder de vrijheid om nee te zeggen. “Democratieën zijn samenlevingen van het nee, terwijl dictaturen die van het ja zijn”, vat hij samen.
Maar deze beschaving zou gaandeweg het vertrouwen in zichzelf hebben verloren. Döpfner keert zich onder meer tegen het verdwijnen van het begrip “Westen” zelf, waarvoor tegenwoordig de categorieën “Mondiaal Noorden” en “Mondiaal Zuiden” in de plaats zouden komen.
Hij ziet daarin veel meer dan een verandering in het woordgebruik: een manier om het Westen systematisch met koloniale schuld te associëren.
“Een pretpark voor Aziatische toeristen”
Maar het gevaarlijkste offensief komt volgens hem van buitenaf. Döpfner wijst drie grote tegenstanders aan: China, Rusland en het islamisme, met name het islamisme dat door Iran wordt gesteund.
Zijn analyse van China is bijzonder streng. De toetreding van Peking tot de Wereldhandelsorganisatie in 2001 zou “de grootste fout van het westerse handelsbeleid” zijn geweest.
De westerse landen zouden hebben geloofd dat economische openheid China geleidelijk dichter bij hun politieke model zou brengen. Het tegenovergestelde zou zijn gebeurd: Peking heeft de mechanismen van de vrijhandel gebruikt om zijn macht te vergroten zonder afstand te doen van zijn autoritaire systeem.
Döpfner haalt met name de Duitse auto-industrie als voorbeeld aan, die lange tijd afhankelijk was van de productie in en de markt van China, om vervolgens geconfronteerd te worden met Chinese autofabrikanten die massaal door Peking worden gesteund.
En hoewel de Verenigde Staten zich volgens hem inmiddels bewust beginnen te worden van het gevaar, zou Europa in ontkenning blijven verkeren.
Zijn formulering is vernietigend: het continent zou geleidelijk afglijden naar de status van “een pretpark voor Aziatische toeristen”, met behoud van een hoge levenskwaliteit, maar met een geleidelijk verlies aan productiviteit en het vermogen om welvaart te creëren.
De volgende strijd zal die om AI zijn. Ook daar vreest Döpfner dat het Westen zichzelf zal verzwakken door zijn regelgeving en zijn technologische wantrouwen, terwijl Peking vooruitgaat zonder dezelfde politieke of ethische beperkingen.
Oekraïne: het Westen zou zijn “moment van glorie” hebben laten voorbijgaan
De Duitse mediabaas heeft ook bijzonder harde woorden voor de westerse aanpak van de oorlog in Oekraïne.
Vladimir Poetin zou er weliswaar niet in zijn geslaagd de snelle militaire overwinning te behalen die hij nastreefde, maar er toch in zijn geslaagd twee doelstellingen te bereiken: de Verenigde Staten van Europa weg te drijven en een deel van de westerse militaire voorraden uit te putten.
Volgens Döpfner had de invasie nochtans “het mooiste uur van het Westen” kunnen zijn. Hij is van mening dat de bondgenoten van Oekraïne de eerste weken van de oorlog hadden moeten aangrijpen om Kiev alle mogelijke militaire middelen te leveren en Rusland een voldoende snelle nederlaag toe te brengen om het Kremlin onder druk te zetten.
In plaats daarvan zou het Westen “timide” zijn geweest, verlamd door de angst voor escalatie en voortdurend achter de feiten aanlopend.
Immigratie en islamisme
Döpfner legt vervolgens een bijzonder direct verband tussen ongecontroleerde immigratie, islamisme en de culturele verzwakking van Europa.
Hij verwerpt echter de beschuldiging van “islamofobie” en maakt een onderscheid tussen moslims die zich vreedzaam willen integreren in de westerse samenlevingen en islamistische bewegingen die de principes daarvan proberen te bestrijden.
Volgens hem heeft een “onvoorzichtig en ongecontroleerd” migratiebeleid het mogelijk gemaakt dat islamistische milieus zich binnen de Europese samenlevingen zelf konden ontwikkelen.
Illegale immigratie zou zo, schrijft hij, bijdragen aan “de culturele overgave” van het Westen en tegelijkertijd, als reactie daarop, het populisme en extremisme aanwakkeren.
Hij haalt zelfs Michel Houellebecq en diens roman Soumission uit 2015 aan, waarvan het beeld van een uitgeput en geleidelijk geïslamiseerd Frankrijk hem vandaag minder als pure dystopie lijkt.
Wokisme, “paard van Troje” van het anti-westerse denken
Maar de dreiging komt niet alleen van buitenaf. Döpfner wijdt een aanzienlijk deel van zijn tekst aan de woke-beweging, die hij omschrijft als “het paard van Troje” van een antiwesters denken waar autoritaire regimes van zouden profiteren.
Hij erkent dat de doelstellingen die de beweging naar voren schuift op het eerste gezicht deugdzaam kunnen lijken: racisme bestrijden, seksuele minderheden beschermen, de klimaatverandering tegengaan, privileges ter discussie stellen of het koloniale erfgoed bestuderen.
Het zijn de methoden en de wereldvisie die hem gevaarlijk lijken. Hij beschuldigt deze stroming ervan cultureel relativisme en een westers zelfverwijt in stand te houden, waardoor de waarden waarop liberale samenlevingen hun welvaart hebben gebouwd, op hun kop worden gezet.
Zijn kritiek wordt dan bijna filosofisch: “In het Westen was succes vroeger te verkiezen boven mislukking. Rijkdom was te verkiezen boven armoede. Schoonheid boven lelijkheid. Onder de woke-ideologie wordt dat allemaal omgekeerd.”
Hij omschrijft de beweging als een “handleiding voor de westerse zelfafschaffing”, die paradoxaal genoeg is ontstaan binnen de meest bevoorrechte kringen van de samenlevingen die ze bekritiseert.
“Anders zullen de tirannen winnen”
De conclusie van Döpfner is nochtans niet dat hij de neergang als onomkeerbaar beschouwt.
Hij herinnert eraan dat volgens Freedom House de politieke vrijheid wereldwijd in 2025 voor het twintigste jaar op rij is afgenomen en dat nog slechts 21% van de wereldbevolking in landen leeft die als “vrij” worden beschouwd.
De vraag is dan ook of de westerse democratieën op tijd zullen beseffen wat ze dreigen te verliezen.
Döpfner sluit zelfs niet uit dat de huidige crisis de noodzakelijke ommekeer teweeg kan brengen: geconfronteerd met de Chinese uitdaging, de Russische agressiviteit, het islamisme en zijn eigen ideologische verdeeldheid, zou het Westen uiteindelijk opnieuw kunnen beseffen wat het onderscheidt.
Zijn conclusie vat hij samen in één zin: “Waarom moeten we het Westen versterken? Omdat anders de tirannen zullen winnen.”