De VRT krijgt 278 miljoen euro belastinggeld. Waarom stellen we daar zo weinig vragen bij?
Met 278 miljoen euro belastinggeld per jaar behoort de VRT tot de grootste publiek gefinancierde instellingen van Vlaanderen. Toch wordt zelden onderzocht welke maatschappelijke meerwaarde die investering oplevert. Een analyse van Stichting Merito opent een debat dat al te lang wordt vermeden.
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
De VRT moet haar jaarlijkse overheidsdotatie van 278 miljoen euro beter verantwoorden door duidelijker af te bakenen welke activiteiten werkelijk tot haar publieke opdracht behoren.
Stichting Merito publiceerde onlangs een doorlichting van Vlaamse overheidsuitgaven en subsidies. Op basis van cijfers uit onder meer het Vlaamse subsidieregister onderzoekt de denktank hoe efficiënt belastinggeld wordt besteed en welke maatschappelijke opbrengst daar tegenover staat. Daarbij komt ook de VRT aan bod, een instelling die jaarlijks 278 miljoen euro overheidsgeld ontvangt maar zelden onderwerp is van een fundamenteel debat over haar opdracht, prestaties en impact op het medialandschap.
De best gefinancierde speler van Vlaanderen
De VRT neemt een uitzonderlijke plaats in binnen het Vlaamse medialandschap. De openbare omroep ontvangt jaarlijks ongeveer 278 miljoen euro overheidsgeld, goed voor zo'n 42 euro per Vlaming. Daarmee behoort ze tot de grootste structureel gefinancierde instellingen van Vlaanderen. Bovendien komt meer dan 60 procent van haar inkomsten rechtstreeks van de overheid. Daarnaast haalt de omroep ook inkomsten uit reclame, commerciële samenwerkingen en andere activiteiten.
Dat maakt de positie van de VRT fundamenteel anders dan die van haar concurrenten. Mediagroepen zoals DPG Media, Mediahuis en Play Media moeten hun inkomsten grotendeels op de markt verdienen. Zij zijn afhankelijk van advertenties, abonnementen en het succes van hun programma's. De VRT beschikt daarentegen over een gegarandeerde geldstroom van honderden miljoenen euro's. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar het maakt een grondige evaluatie van haar opdracht des te belangrijker.
Doet de VRT nog waarvoor ze ooit werd opgericht?
Vanuit die analyse komt Merito bij een vraag die zelden expliciet wordt gesteld. Waarom heeft Vlaanderen vandaag nog een openbare omroep nodig in een wereld waarin burgers toegang hebben tot Netflix, Disney+, YouTube, TikTok en honderden televisiezenders? Historisch was het antwoord eenvoudig. Radio- en televisiefrequenties waren schaars en burgers beschikten over een beperkt aantal informatiebronnen. Vandaag is die situatie volledig veranderd.
Volgens Merito ligt de rechtvaardiging van de VRT daarom niet langer in schaarste, maar in haar maatschappelijke rol. Europa laat publieke financiering van openbare omroepen toe omdat zij een democratische, culturele en educatieve opdracht vervullen. Dat principe staat niet ter discussie. De vraag is echter hoe breed die opdracht vandaag wordt geïnterpreteerd en waar de grenzen ervan liggen.
Nieuwsuitzendingen, duidingsprogramma's, kindertelevisie en cultuurprogramma's hebben een duidelijke maatschappelijke meerwaarde. Over andere onderdelen van het aanbod bestaat meer discussie. In welke mate behoren entertainment, BV-programma's, quizzen en dure sportrechten nog tot de kern van een publieke opdracht? Het zijn vragen die volgens Merito veel vaker gesteld zouden moeten worden.
278 miljoen euro, maar waar zijn de meetbare resultaten?
Wanneer een overheid jaarlijks honderden miljoenen euro's investeert, is het logisch dat daar duidelijke doelstellingen tegenover staan. Toch merkt Merito op dat het debat over de VRT vaak draait rond budgetten en besparingen, terwijl veel minder aandacht gaat naar de vraag welke resultaten worden bereikt en hoe die worden gemeten.
Dat is opvallend. Voor bedrijven, scholen, ziekenhuizen en tal van andere instellingen worden prestaties voortdurend geëvalueerd. Bij de openbare omroep gebeurt dat veel minder zichtbaar. Nochtans gaat het om een van de grootste publieke investeringen binnen het Vlaamse medialandschap.
Ivan Van de Cloot wijst er in het voorwoord van het rapport op dat bijna één op de drie Vlaamse begrotingseuro's via subsidies wordt uitgegeven. "Goed bestuur betekent dat belastinggeld zinvol wordt besteed", schrijft hij. Volgens hem zijn kritische evaluaties noodzakelijk omdat publieke middelen beperkt zijn en beleidsmakers voortdurend keuzes moeten maken. Die logica geldt volgens Merito evenzeer voor de VRT.
Wanneer een instelling jaarlijks bijna 300 miljoen euro ontvangt, is het niet onredelijk om te vragen welke maatschappelijke doelstellingen worden bereikt. De vraag is niet hoeveel de VRT kost, maar hoe overtuigend ze kan aantonen welke waarde zij daarvoor teruggeeft aan de samenleving.
Wanneer wordt publieke steun marktverstoring?
Daarnaast stelt het rapport vragen over de impact van de VRT op de mediasector. Vlaamse mediabedrijven bevinden zich vandaag in een bijzonder moeilijke markt. Ze concurreren niet alleen met elkaar, maar ook met internationale spelers zoals Google, Meta, Netflix en TikTok. Die buitenlandse platformen nemen steeds grotere delen van de advertentiemarkt in beslag.
Tegelijk moeten Vlaamse private spelers concurreren met een openbare omroep die jaarlijks honderden miljoenen euro's publieke middelen ontvangt. Dat zorgt voor een spanningsveld. Hoe meer de VRT zich begeeft op terreinen waar ook commerciële spelers actief zijn, hoe vaker de vraag opduikt waar de publieke opdracht eindigt en de markt begint.
De discussie gaat daarbij niet over het bestaansrecht van een openbare omroep. Wel gaat ze over de vraag of belastinggeld moet worden ingezet voor activiteiten die ook perfect door private spelers kunnen worden aangeboden. Volgens Merito verdient dat debat veel meer aandacht dan vandaag het geval is.
Dat debat wordt bovendien steeds relevanter. Terwijl private mediabedrijven moeten besparen, herstructureren en vechten voor advertentie-inkomsten, beschikt de VRT over een structurele financiële zekerheid die geen enkele andere Vlaamse mediaspeler geniet. Dat verschil mag niet genegeerd worden wanneer men spreekt over een gelijk speelveld.
Wat als 80 procent van de journalisten links stemt?
Een ander opvallend onderdeel van het rapport gaat over pluralisme binnen de media. Daarbij verwijst Merito naar het meest recente Portret van Belgische Journalisten. Uit dat onderzoek blijkt dat ongeveer 79 procent van de journalisten zichzelf situeert tussen uiterst links en centrumlinks. Ongeveer 21 procent plaatst zichzelf tussen centrumrechts en uiterst rechts.
Dat betekent uiteraard niet dat journalisten hun werk niet professioneel uitvoeren. Het onderzoek vermeldt zelf dat veel journalisten zich bewust zijn van hun persoonlijke voorkeuren en proberen die te compenseren. Toch zijn de cijfers opvallend genoeg om vragen op te roepen over diversiteit van perspectieven binnen redacties.
Voor een openbare omroep is die discussie extra relevant. De VRT wordt immers gefinancierd door belastingbetalers van uiteenlopende politieke overtuigingen. Daarom mag verwacht worden dat verschillende maatschappelijke visies voldoende aan bod komen. Volgens Merito verdient ook dat aspect een grondige evaluatie.
Pluralisme gaat immers niet alleen over het aantal stemmen dat wordt gehoord, maar ook over de verscheidenheid aan ideeën, overtuigingen en invalshoeken die een publiek gefinancierde instelling aan bod laat komen. Net daarom blijft het een belangrijk aandachtspunt voor een openbare omroep.
De vraag die niemand durft te stellen
De grootste verdienste van de Merito-doorlichting is misschien niet dat ze alle antwoorden geeft. Wel dat ze een debat opent dat in Vlaanderen te vaak wordt vermeden. Wat is vandaag precies de kerntaak van de VRT? Welke activiteiten behoren tot haar publieke opdracht? Welke maatschappelijke meerwaarde levert zij op? En hoe kunnen die prestaties objectief worden gemeten?
Dat zijn geen radicale vragen. Integendeel, het zijn vragen die bij elke grote publieke uitgave vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Wanneer een instelling jaarlijks 278 miljoen euro belastinggeld ontvangt, mag van haar worden verwacht dat ze duidelijk uitlegt welke waarde zij daarvoor teruggeeft aan de samenleving.
Of zoals Ivan Van de Cloot het formuleert: goed bestuur begint bij de bereidheid om kritisch te kijken naar hoe publieke middelen worden besteed. Voor de VRT zou dat niet anders mogen zijn.