Peter De Keyzer: “Europa wil geopolitiek meetellen, maar mist snelheid”
Terwijl zaterdagochtend de raketten insloegen en het conflict in het Midden-Oosten escaleerde, besloot Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de Europese veiligheidsvergadering pas maandag bijeen te roepen. Voor econoom Peter De Keyzer was het tekenend. “Europa wil geopolitiek weer meetellen,” schreef hij op X, “maar liefst alleen in de week en tijdens kantooruren.” In zijn ogen is dat symptomatisch voor een breder probleem: een continent dat hoge ambities formuleert, maar moeite heeft om snel en slagkrachtig te handelen.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Peter De Keyzer waarschuwt dat Europa terrein verliest door trage besluitvorming, hoge energiekosten en overregulering. Volgens hem ondermijnen de Green Deal en een gebrek aan strategische snelheid de concurrentiekracht van de Europese industrie. Hij pleit voor minder regels, meer pragmatische samenwerking en een ondernemender Europa dat sneller durft te handelen.
In dit interview met 21News stelt econoom Peter De Keyzer (Growth Inc.) dat Europa zich geen tijd meer kan permitteren. Groei, industrie en strategische autonomie staan onder druk, terwijl de politieke besluitvorming in Europa uitblinkt in traagheid. Op de recente Europese Industrietop in Antwerpen en tijdens de bijeenkomst in Alden Biesen was er een brede consensus over het verlies aan competitiviteit. Maar consensus alleen houdt geen chemiefabrieken open. Precies daar begint volgens hem het probleem.
21News: De Antwerpse haven staat onder druk na de sluiting van chemiebedrijf Envalior en de beslissing van groene plasticproducent Vioneo om niet in Antwerpen, maar in China te investeren. Wat zegt dit volgens u over wat er structureel misloopt?
Peter De Keyzer: Dit gaat veel verder dan Envalior en Vioneo. Wie een jaar terugkijkt, ziet gelijkaardige beslissingen bij TotalEnergies, BASF en ExxonMobil, en eerder al bij Arlanxeo. Dat zijn geen losstaande dossiers. Europa wilde een wereldwijd klimaatprobleem oplossen, maar intussen is vooral onze industrie aan het ‘oplossen’. Wat hier structureel misloopt, is een samenloop van factoren die elkaar versterken. Om te beginnen is er de opkomst van China. We hebben ons lang wijsgemaakt dat China goedkoop zou blijven produceren, terwijl de toegevoegde waarde bij ons zou blijven. Dat blijkt een misrekening.
Daarnaast is de positie van de VS fundamenteel veranderd. Energie is er veel goedkoper en bedrijven worden geconfronteerd met aanzienlijk minder regels. Ten slotte heeft Europa te lang gedacht dat de rest van de wereld vanzelf op ons zou gaan lijken. Handelsakkoorden, regels en standaarden opleggen: dat was jarenlang ons succesmodel. En vijfentwintig tot dertig jaar geleden werkte dat ook. Het klimaatakkoord was daar de bekroning van: als wereldgemeenschap afspraken maken om een mondiaal probleem aan te pakken.
21News: Tot we moesten vaststellen dat de rest van de wereld onze Green Deal niet volgt?
Peter De Keyzer: Inderdaad. En vandaag zien we welke prijs we daarvoor betalen. Europa legt die Green Deal vooral aan zichzelf op, terwijl de rest van de wereld haar eigen koers vaart. Wij maken energie duurder door CO₂-uitstoot te belasten. Daarbovenop heeft de oorlog in Oekraïne de energieprijzen verder opgedreven. Tegelijk gingen we ervan uit dat kernenergie overbodig zou worden. Ik zeg niet dat dit van tevoren gedoemd was te mislukken, maar een opeenstapeling van keuzes en externe schokken heeft ons gebracht waar we nu staan. Energie- en chemieclusters zoals Antwerpen voelen dat als eerste, omdat zij permanent grote hoeveelheden betaalbare energie nodig hebben.
21News: Op de top in Antwerpen en tijdens de bijeenkomst in Alden Biesen klonk een brede consensus over het verlies aan competitiviteit. Is dat nog recht te zetten of zitten we vast in een vicieuze cirkel?
Peter De Keyzer: We leggen gigantisch veel regels op aan allerlei industrieën, waardoor ze minder concurrentieel worden. Vervolgens proberen we dat te corrigeren met subsidies en handelsbeperkingen voor concurrenten. Maar als je het probleem bij de oorzaak wilt oplossen, moet je stoppen met overregulering. Europa kondigde vijf jaar geleden triomfantelijk de Green Deal aan en kan niet zomaar vijf jaar later 180 graden draaien. Dan zou men moeten toegeven dat men zich vergist heeft. Het duurt een tijd voor de realiteit doordringt, voor mensen doorhebben wat de impact echt is.
21News: Europa had een erg competitieve auto-industrie die nu een zware crisis doormaakt. Ziet u hier hetzelfde patroon?
Peter De Keyzer: De autosector is een duidelijk voorbeeld van hoe Europese economische belangen ondergeschikt worden gemaakt aan een wereldwijd klimaatprobleem. De kernvraag is: hoeveel lokale pijn is een burger, een belastingbetaler, een ondernemer bereid te dragen voor een probleem dat wereldwijd moet worden opgelost? In het tijdperk van globalisering kon je denken dat iedereen mee zou stappen in dat verhaal, maar zo werkt de wereld niet. Dat voluntarisme was te ambitieus. Alles draait uiteindelijk om lokale jobs, lokale welvaart en een sociale zekerheid die met lokale productie gefinancierd moet worden.
21News: Wat is er terechtgekomen van de belofte dat de Green Deal Europa energie-onafhankelijk zou maken?
Peter De Keyzer: In de praktijk zien we net het omgekeerde. Er zijn weliswaar voor miljarden aan investeringen in groene technologie aangekondigd, maar onze zonnepanelen, omvormers, thuisbatterijen en windmolens komen vandaag vooral uit China. De Green Deal heeft Europa dus niet onafhankelijker, maar afhankelijker gemaakt.
Het paradoxale is dat China zelf geen Green Deal heeft, nog altijd nieuwe steenkoolcentrales bouwt, en tegelijk uitblinkt in de klimaattechnologie waarvan wij dachten dat ze hier zou ontstaan. Europa zou beter de markt zijn werk laten doen. Waar vraag is, ontstaat vanzelf aanbod. Zo zijn alle eerdere energietransities verlopen: van hout naar kolen, van kolen naar olie, van olie naar gas. Telkens omdat het alternatief goedkoper en efficiënter was. Wat we nu meemaken, is de eerste energietransitie die van bovenaf is opgelegd. En dat zien we aan het resultaat.
21News: In het publieke debat gaat veel aandacht naar de VS. Maar is China niet een veel grotere uitdaging voor Europa?
Peter De Keyzer: Absoluut. China beschikt over een groot deel van de kritieke mineralen die vandaag essentieel zijn. Tweehonderd jaar geleden stelde dat weinig voor. Toen draaide rijkdom om landbouw, wol en wijnranken, en daar was Europa sterk in. Vandaag liggen de machtsbronnen elders, en daarin zijn wij veel minder goed bedeeld. Europa heeft weinig mineralen, terwijl China niet alleen de ontginning, maar ook de raffinage controleert. Dat geeft hen een enorm structureel voordeel.
En het gaat niet alleen over grondstoffen. China wordt bestuurd met een uitgesproken ingenieursmentaliteit. Veel leden van het Centraal Comité zijn ingenieurs. Xi Jinping is opgeleid als chemisch ingenieur. Dat staat in schril contrast met Europa, waar het denken veel legalistischer is: eerst de regels, dan de realiteit.
21News: De zwakke punten van Europa zijn al vaak benoemd, onder meer in het rapport van Mario Draghi, dat ook in Antwerpen en Alden Biesen opnieuw centraal stond. Gaan we daar verkeerd mee om?
Peter De Keyzer: Ja. Dat rapport legt de problemen zeer helder bloot. Je kan daar defensief op reageren en zeggen: ‘Europa wordt onterecht afgeschreven.’ Maar de juiste reflex is net: ‘We moeten beter doen.’ Vandaag zien we een combinatie van overregulering, subsidies en handelsheffingen, terwijl de groei verder afneemt. Dat is een negatieve spiraal. Wat we nodig hebben, is een radicaal ambitieuze mindset. De vraag zou moeten zijn: hoe zorgen we ervoor dat wij over tien jaar degene zijn die de meeste commerciële satellieten in een baan rond de aarde brengen? Dat vraagt minder regelgevers en meer ondernemers.
21News: U vindt het model van een sterk gecentraliseerde Europese Unie achterhaald en pleit voor vrijwillige samenwerking tussen gelijkgestemde landen. Waarom?
Peter De Keyzer: Omdat we vandaag vooral snelheid nodig hebben. Als we wachten tot alle Europese wetgeving volledig is geharmoniseerd, zijn we honderd jaar verder. Europa is ooit begonnen als een pragmatisch samenwerkingsverband tussen een beperkt aantal landen, met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Gaandeweg zijn we geëvolueerd naar wat ik een ‘imperial overstretch’ zou noemen.
Maar Europa is geen Verenigde Staten van Europa, en dat moeten we ook niet proberen te worden. De enigen die ooit uniforme wetgeving over een heel rijk konden opleggen, waren de Romeinen en Napoleon. Dat model past niet bij Europa. We moeten terug naar de kern: waar zijn we het over eens, en wie wil samen vooruit? Dat hoeft ook niet altijd met iedereen tegelijk. Bij Euroclear waren niet alle lidstaten het eens, maar er is wél een beslissing genomen. Dat soort pragmatisme hebben we opnieuw nodig.
21News: Hebben we te lang gedacht dat een sterk Europa automatisch een sterke Europese Unie vereist?
Peter De Keyzer: Ja. Ik geloof veel meer in een model waarin lidstaten kijken met wie ze concreet vooruit willen. De Baltische staten, Scandinavië en Polen vinden elkaar rond defensie. Frankrijk en Spanje werken samen rond energie. Door zulke clusters te vormen, krijg je misschien geen sterkere Unie, maar wel een sterker Europa. En dat is wat telt.
21News: Ziet u daarin ook een rol voor de Benelux-landen?
Peter De Keyzer: Absoluut. Als Antwerpen en Rotterdam samenwerken, vormen ze samen de grootste havendelta ter wereld. Maar dan moeten we wel onze verschillen aanpakken. Bedrijven die zich vestigen in België, Nederland of Luxemburg zouden zo veel mogelijk met dezelfde spelregels te maken moeten krijgen.
We moeten vooral vermijden dat er een ‘achtentwintigste systeem’ ontstaat: nationale compliance- en rapportageregels boven op de Europese, zoals het Franse SA- of Duitse GDH-systeem. Dat maakt investeren nodeloos complex. Wat bedrijven nodig hebben, is één aanspreekpunt, snelle vergunningen en voorspelbaarheid.
We kunnen niet blijven hopen dat Europa met dé oplossing komt als we zelf niet vereenvoudigen. De Benelux heeft hier een troef: we liggen dicht bij elkaar, kennen elkaar goed en delen een vergelijkbare kijk op overheid en ondernemerschap. Als wij kunnen tonen dat het werkt, ben ik ervan overtuigd dat andere landen volgen.