De Belg werkt tot april voor de gepensioneerden en tot juni voor de staat
Er bestaan twee manieren om te meten hoeveel van je arbeid niet voor jezelf is. De Tax Freedom Day, die de dag aanduidt waarop je alle belastingen hebt afbetaald. Die valt voor België dit jaar op 14 juni. Dat is 45 procent van het jaar, zwaarder dan Duitsland, het Verenigd Koninkrijk of Canada. Maar er is een tweede, scherpere maatstaf: de dag waarop je ophoudt te werken uitsluitend voor gepensioneerden. Die valt op 14 april en lag in 1970 nog in februari.
Gepubliceerd door Dominique Dewitte
Samenvatting van het artikel
De Belgische werknemer stopt op 14 april met werken voor gepensioneerden en pas op 14 juni met werken voor de overheid — een dubbele last die structureel verzwaart.
Wat 14 april betekent voor pensioenen
Een mediane Belgische werknemer draagt via RSZ-bijdragen (werknemersdeel (13,07% van het brutoloon en werkgeversdeel gemiddeld 25% bovenop het brutoloon), naast zijn aandeel in de gezondheidszorgfinanciering voor 65-plussers, het equivalent van circa 37 procent van zijn totale loonkost af aan de intergenerationele solidariteit. Dat zijn 73 à 75 werkdagen op jaarbasis. Omgerekend kom je uit op half april.
De macro-economische realiteit bevestigt dat. In 2025 bedroegen de Belgische pensioenuitgaven meer dan 69 miljard euro, een stijging van 33 procent in vijf jaar. Als percentage van het bbp staat België op 11,2 procent, ruim boven het EU-gemiddelde van 10 procent en het OESO-gemiddelde van 8 procent. 65-plussers nemen de helft van de zorgconsumptie voor hun rekening terwijl ze een vijfde van de bevolking uitmaken.
Middenin Europa, wat zegt dat?
In de specifieke rangschikking van de bevrijdingsdag voor gepensioneerden scoort België op 14 april samen met Griekenland. Denemarken haalt die drempel al op 2 maart, Ierland op 3 maart, Nederland op 20 maart, Duitsland op 26 maart. Alleen Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk (4 mei) en Italië (15 mei) doen het slechter. Middenin de Europese middenmoot, dus.
Maar dat is geen geruststelling. De verhouding tussen werkenden en gepensioneerden verslechtert structureel: in 2023 waren er 1,8 werknemers per gepensioneerde, in 2070 zijn dat er naar verwachting nog 1,3. De afhankelijkheidsratio stijgt van 28,5 procent vandaag naar 42,8 procent tegen 2070. Wie vandaag middenin de middenmoot zit terwijl de demografische druk toeneemt, zakt morgen vanzelf naar de staart.
De prijs die niemand ziet
Het echte probleem is niet wat de werknemer betaalt. Het is wat hij er niet voor terugkrijgt, of althans niet onmiddellijk. De pensioenrechten die hij opbouwt zijn geen spaarpot maar een belofte in een omslagstelsel: de bijdragen van vandaag betalen de pensioenen van vandaag. Wat hij later ontvangt, hangt af van wat de volgende generatie bereid en in staat is op te brengen, onder demografische omstandigheden die zwaarder zullen zijn dan de huidige.
Ondertussen geldt dat voor elke euro die naar pensioenen vloeit, diezelfde euro niet naar onderwijs, onderzoek of infrastructuur kan gaan. België besteedt 11,2 procent van het bbp aan pensioenen. Dat is meer dan aan onderwijs en onderzoek samen. De recente begrotingen, die snijden in onderzoeksfinanciering terwijl pensioenen worden geïndexeerd, maken die afruil concreet en structureel.
Een indicator die we zouden moeten bijhouden
De federale pensioenhervorming van 2026 remt de kostenstijging: het Federaal Planbureau berekent een besparing van 1,3 procentpunt bbp over de periode tot 2070. Maar de bevrijdingsdatum schuift daarmee niet terug naar maart. De tendens blijft opgaand.
De datum van 14 april zou jaarlijks gepubliceerd moeten worden als formele beleidsindicator, naast de begroting van de sociale zekerheid. Niet als aanklacht tegen de solidariteit, maar als thermometer. De dag waarop de Belgische werknemer ophoudt te werken voor wie al niet meer werkt, vertelt meer over de gezondheid van ons sociaal contract dan een volledig begrotingsdebat. Op 14 april 2026 begon de Belg voor zichzelf te werken. Zijn grootouders waren half februari al vrij. De belangrijkste vraag wordt nu wanneer onze kinderen vrij zullen zijn.