Wouter Beke over Europa (deel 1): ‘Mensen zijn gelukkig in Europa, maar niet mét Europa’
Wouter Beke (cd&v) zetelt in het Europees Parlement en schreef het boek “Houvast of houdgreep?” over de richting die de Europese Unie uit moet. In dit eerste deel van een tweedelig gesprek gaat het over de paradox van groeiend onbehagen ondanks groeiende welvaart in Europa en de kloof tussen ‘wall people’ en ‘web people’.
Gepubliceerd door Bram Bombeek
• Bijgewerkt op
Samenvatting van het artikel
- Er is een paradox van groeiende welvaart en groeiend onbehagen in Europa. De levenskwaliteit ligt hier hoger dan in de VS.
- De nieuwe breuklijn in de samenleving loopt niet meer tussen links en rechts, maar tussen 'wall people' en 'web people'. Europa is tot nog toe te veel een project van de tweede groep geweest.
- Die stellingen ontwikkelt oud-cd&v-voorzitter Wouter Beke in zijn nieuwe boek.
Bram Bombeek: Om met de deur in huis te vallen: gaat het vandaag goed of slecht met Europa?
Wouter Beke: “Ik schrijf in de inleiding van mijn boek dat vele mensen gelukkig in Europa zijn, maar niet gelukkig mét Europa. Kijk naar de levenskwaliteit: die is een van de beste ter wereld. We worden gemiddeld vier jaar ouder dan een doorsnee-Amerikaan. In Amerika kan negen procent van de bevolking de gezondheidszorgfactuur niet betalen. In België is dat drie procent. We hebben drie keer minder moorden, een lagere criminaliteitsgraad, minder mensen in de gevangenis. De CO2-voetafdruk van de gemiddelde Europeaan is twee tot drie keer kleiner dan die van de gemiddelde Amerikaan. Onze schuld is sinds 2008 redelijk onder controle gebleven, ik heb het dan over de Europese cijfers, niet de Belgische. De euro is 15 procent sterker geworden, wat betekent dat de Amerikanen in verhouding 15 procent armer zijn geworden. Dus nee, het gaat eigenlijk niet slecht.”
B.B.: En toch is er ook veel vervreemding van de EU en haar instellingen. Kijk naar een land als Polen. Dat land is gigantisch welvarend geworden door de toegang tot de interne markt, maar is tegelijk ook heel eurokritisch. Hoe verklaart u dat?
W.B.: “In 1990 waren de Polen drie keer armer dan de Russen. Vandaag zijn ze drie keer rijker. De Europese Unie biedt stabiliteit, democratie en welvaart — maar dat vertaalt zich niet automatisch in een warm gevoel voor Europa als project. Begin februari was ik in Kiev voor gesprekken over de vredesonderhandelingen en de toetredingsgesprekken. Mensen daar zeiden letterlijk: dertig jaar geleden waren wij twee keer rijker dan de gemiddelde Pool. Vandaag is het omgekeerd. De EU biedt kansen, maar heeft ook een disciplinerende werking — op vlak van corruptie, goed bestuur. Zo was dat ook voor België trouwens.”
B.B.: U introduceert in uw boek de begrippen ‘wall people’ en ‘web people’, de opvolger van de ‘somewheres’ en de ‘anywheres’. Wat bedoelt u daarmee?
W.B.: “Oude breuklijnen - tussen arbeid en kapitaal, tussen stad en platteland, de communautaire breuklijn - zijn vervaagd. Maar dat wil niet zeggen dat er geen breuklijnen meer zijn. Ik ontleen de begrippen aan Friedman. De wall people zijn mensen die het gevoel hebben dat de globalisering hen alleen maar nadelen heeft gebracht. Zij zien hoe jobs naar China verhuizen, hoe winkels in hun straat leegkomen omdat iedereen online koopt. De web people vinden het fantastisch dat ze drie talen spreken en Zoom-meetings houden. Maar de wall people zeggen: in mijn appartementenblok woont iemand die ik niet kan aanspreken, die geen Nederlands spreekt, zelfs geen Engels. Die ik met handen en voeten moet uitleggen dat je je vuilniszak niet op vrijdagavond buiten zet maar op maandagochtend. Die kloof is reëel. En de politieke elite heeft daar lang neerbuigend op gekeken, denk aan Hillary Clinton met haar ‘deplorables’.”
B.B.: Is Europa dan niet in eerste instantie een project van en voor web people?
W.B.: “Van, maar niet voor. En dat is net wat ik in mijn boek aankaart. De web people hebben misschien minder baat bij de implementatie van Draghi-rapporten dan de wall people. Het gaat in essentie over de vraag: hoe houden we ons sociaal-economisch model houdbaar? We zijn zes procent van de wereldbevolking, achttien procent van het BBP, maar vijftig procent van de sociale uitgaven wereldwijd. Dertig procent van onze welvaart gaat naar sociale uitgaven. Dat is niet houdbaar als we de economische groei niet verhogen. Alleen meer economische groei kan ons helpen. Als we onze eengemaakte markt versterken, als we de decarbonisatie doorzetten, als we de Europese defensie-industrie aantrekken, dan kunnen we van 1 procent groei naar 2,5 procent. Dan komen we sociaal-economisch in een totaal ander milieu te liggen.”
B.B.: Maar is economische integratie automatisch goed voor de wall people? Ik herinner me de discussies over de Poolse loodgieter twintig jaar geleden.
W.B.: “Dat klopt. Groei is alleen in het voordeel van de wall people als je het Rijnlandmodel futureproof maakt. Je kunt evolueren naar een liberaal laissez-faire-kapitalisme zoals in de VS. Of je behoudt je project van sociale herverdeling, maar dan alleen als je de economische groei realiseert. Dat zal niet vanzelf komen.”
B.B.: Het klimaatbeleid was het vlaggenschip van de vorige Commissie. Dat lijkt nu toch een beetje teruggeschroefd te worden. Waar liep het mis?
W.B.: “Op zich was die strategie goed. We hadden in de jaren zeventig een olieafhankelijkheid van negentig procent, vandaag is dat ongeveer een derde. We hebben lessen getrokken. Maar er was één premisse die zich totaal niet gerealiseerd heeft: dat we die transitie konden waarmaken op basis van goedkoop Russisch gas. Dat was misschien waar bij het begin van de Green Deal, maar het was niet meer waar vanaf 2022. Daar is onvoldoende op geanticipeerd. Het is niet zo moeilijk om targets te stellen, maar je moet ook zorgen dat bedrijven en gezinnen het mee kunnen doen. Vandaar dat wij als EVP gezegd hebben: er moet een Clean Industrial Deal komen. Dat betekent niet dat we de finaliteit moeten herbekijken, maar wel dat we het tempo moeten herijken.”
B.B.: Meer subsidiariteit en een sterkere Europese slagkracht, die wil u allebei, maar kan dat wel samen?
W.B.: “Ik beschrijf het subsidiariteitsprincipe uitgebreid, het gaat terug op Leo XIII en Rerum Novarum. Als we het hebben over de christelijke wortels van Europa, dan gaat dat niet alleen over waarden, maar ook over de manier waarop we ons bestuurlijk organiseren. Ik vind niet dat Europa op alle slakken zout moet leggen. Of een veggieburger een burger mag heten, of er een hemelwaterput moet zijn… dat soort zaken moet Europa niet regelen. Maar er zijn twee domeinen waar Europa wel moet optreden: de welvaart van burgers beschermen en hun veiligheid garanderen. Voor die twee zaken hebben we een sterkere Unie nodig. De rest: zo lokaal mogelijk.”
B.B.: Nog even over de binnenlandse politiek. Is de ernst van de Belgische begrotingsproblemen bij iedereen voldoende doorgedrongen?
W.B.: “Dat durf ik te twijfelen. En ik ga me niet uitspreken over de nationale politiek, maar ik denk wel dat wij fundamentele hervormingen op tafel hebben gelegd die we beter volledig hadden doorgevoerd. De Zweedse regering werd door de socialisten weggezet als een koude, rechtse regering terwijl er nu een aantal zaken gebeuren - zoals de beperking van de werkloosheid - die veel verder gaan dan toen. Het blijft een gemiste kans dat die regering is gevallen over het Migratiepact.”
B.B.: Minister van Begroting Vincent Van Peteghem vindt de regio’s vandaag overgefinancierd, is dat uw fout geweest met de financieringswet?
W.B.: “Sommigen vergeten dat in die financieringswet toen ook een besparing zat van om en bij de drie miljard. Dus dat was een bijdrage tot de sanering van de federale staat. De solidariteit werd afgebouwd en de responsabilisering werd groter. Hoe meer mensen aan het werk, hoe meer inkomsten de regio's hebben. En als er een groot budgettair verschil is tussen Wallonië en Vlaanderen, dan heeft het onder andere daarmee te maken. Maar om terug te komen op de staatshervorming: de federale overheid draagt 85 procent van de schuld. De pensioenen zijn een impliciete schuld. De vergrijzing maakt de gezondheidszorg duurder. Die lasten kan je niet eindeloos op de federale schouders laden. Dus ja: een nieuwe staatshervorming zal inderdaad nodig zijn om de federale begroting te saneren.”
Lees deel 2 van dit interview via de link.