Witwaszaak rond Reynders: ING betaalt 1,6 miljoen euro, de PS eist een parlementair onderzoek
De zaak-Reynders krijgt een nieuwe wending nu ING België een schikking heeft aanvaard, terwijl de PS opnieuw aandringt op een parlementaire onderzoekscommissie. Afgezien van het juridische aspect legt de zaak vooral de tekortkomingen van de antiwitwasmaatregelen bloot.
Gepubliceerd door A JS
Samenvatting van het artikel
ING België heeft een schikking getroffen in een zaak die verband houdt met de Reynders-affaire, voor een bedrag van 1,6 miljoen euro. Het openbaar ministerie heeft de vervolging tegen de bank stopgezet, maar de PS eist nu een parlementaire onderzoekscommissie om duidelijkheid te scheppen over de tekortkomingen in het bankentoezicht.
Het parket van Brussel heeft bevestigd dat ING België 1,6 miljoen euro heeft betaald in het kader van een minnelijke schikking, waardoor de tegen de bank ingestelde vervolging is stopgezet. Dat besluit volgt op een gerechtelijk onderzoek dat was ingesteld naar aanleiding van een melding van de Nationale Bank van België (NBB), die aanwijzingen had ontdekt die mogelijk op een strafbaar feit duidden.
Volgens het openbaar ministerie was het onderzoek bedoeld om te achterhalen waarom ING de transacties in verband met Didier Reynders niet vóór 21 december 2023 had doorgegeven aan de cel voor de verwerking van financiële informatie.
Het gaat om 245 contante stortingen en 779 stortingen via e-Lotto, voor een totaalbedrag van 1.038.991,35 euro. Het parket verduidelijkt dat de aanvaarde schikking overeenkomt met het huidige wettelijke maximum voor witwassen.
Een gevoelig bankdossier
Nadat ING België 1,6 miljoen euro had betaald in het kader van een minnelijke schikking, heeft het parket de vervolging tegen de bank stopgezet, maar de PS eist nu een parlementaire onderzoekscommissie om duidelijkheid te scheppen over de tekortkomingen in het bankentoezicht.
Het parket van Brussel benadrukt op zijn beurt een centraal punt: de strijd tegen witwassen veronderstelt dat de banken hun verplichtingen nakomen, ongeacht de status van de klant. De procureur des Konings, Julien Moinil, herinnert eraan dat de waakzaamheid moet worden versterkt wanneer het gaat om publieke figuren die vooraanstaande functies uitoefenen of hebben uitgeoefend.
Twee natuurlijke personen, die inmiddels niet meer bij de bank werken, zijn eveneens verhoord. Ze weten nog niet of ze bestraft zullen worden. Hun procesrechtelijke lot is volgens het parket nog niet vastgesteld. ING zegt zich te willen concentreren op haar klanten en haar verplichtingen. De grootbank voegt eraan toe dat dat zij haar rol als hoedster van het financiële stelsel zeer serieus neemt.
De politieke druk neemt toe
Op politiek vlak heeft de PS deze gelegenheid onmiddellijk aangegrepen om haar verzoek om een parlementair onderzoek nieuw leven in te blazen. Pierre-Yves Dermagne, fractievoorzitter van de socialisten in de Kamer, dringt aan op de snelle oprichting van een onderzoekscommissie om de mechanismen te onderzoeken die deze misstanden mogelijk hebben gemaakt en de tekortkomingen in het bankentoezicht in kaart te brengen.
De socialisten zijn van mening dat de hoorzittingen die al in de Commissie Financiën hebben plaatsgevonden, geen bevredigende antwoorden hebben opgeleverd. In hun ogen waren de tot nu toe gehoorde verklaringen eerder halve antwoorden dan echte opheldering over de zaak.
De PS herinnert eraan dat Hugues Bayet en Khalil Aouasti in augustus al een soortgelijk voorstel hadden ingediend. In januari had de Commissie Financiën, op initiatief van de PTB, het idee van een onderzoekscommissie weliswaar onderzocht, maar de meerderheid beschouwde het toen als te voorbarig.
De belangrijkste punten in deze zaak
De zaak, die in december 2024 aan het licht kwam, betreft verdenkingen van witwassen tegen Didier Reynders voor een bedrag van ongeveer een miljoen euro.
Voor de socialisten gaat het om meer dan alleen de zaak-Reynders. Ze willen weten waar het geld vandaan komt, om welk bedrag het precies gaat en hoe transacties van een dergelijke omvang konden plaatsvinden bij banken die geacht worden gecontroleerd te worden. De huidige gang van zaken brengt ook de vraag naar voren in hoeverre instellingen adequaat reageren op waarschuwingssignalen.