Trumps decreet over stemmen per post krijgt steun van Hooggerechtshof
Het Amerikaanse Hooggerechtshof geeft de regering-Trump groen licht om verder te gaan met haar verkiezingsdecreet. Het Hof spreekt zich nog niet uit over de inhoud. Volgens de rechters hebben de staten die het decreet aanvechten, hun rechtszaak te vroeg aangespannen.
Gepubliceerd door Niels Saelens
Samenvatting van het artikel
Het Amerikaanse Hooggerechtshof geeft de regering-Trump voorlopig groen licht om haar verkiezingsdecreet verder uit te voeren, maar spreekt zich nog niet uit over de wettigheid ervan.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft Donald Trump begin deze week een belangrijke procedurele overwinning bezorgd in zijn poging om de regels rond stemmen per post aan te passen in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen van november.
In de zaak Trump v. California schort het Hooggerechtshof een uitspraak van een federale rechtbank in Massachusetts op. Die uitspraak verhinderde de regering om verschillende bepalingen uit te voeren van het presidentiële decreet van 31 maart over de "integriteit van de federale verkiezingen”.
De uitspraak moet echter worden genuanceerd. Het Hooggerechtshof oordeelt niet dat de maatregelen van Donald Trump grondwettelijk zijn. De rechters stellen vooral dat de staten die de maatregelen aanvechten voorlopig onvoldoende kunnen aantonen dat ze door het decreet worden benadeeld. Daardoor is er volgens het Hof geen voldoende grond voor een rechterlijke tussenkomst.
"De beslissing van het Hof betekent niet dat elke maatregel die de regering neemt om het decreet uit te voeren, noodzakelijk legaal zal zijn”, benadrukt de meerderheid van de rechters uitdrukkelijk.
Lijsten met Amerikaanse burgers
Decreet 14399, dat op 31 maart werd ondertekend, heeft onder meer tot doel de controle van de nationaliteit bij federale verkiezingen aan te scherpen.
Het decreet draagt het ministerie van Binnenlandse Veiligheid op om samen met de Social Security Administration per staat te proberen een lijst op te stellen van personen van wie is bevestigd dat ze Amerikaans staatsburger zijn en die bij de volgende federale verkiezingen minstens 18 jaar oud zullen zijn.
Het Hooggerechtshof benadrukt echter dat staten niet verplicht zijn om die lijsten te gebruiken. Bovendien moet het opstellen ervan haalbaar blijven en in overeenstemming zijn met de bestaande wetgeving.
Het decreet vraagt de minister van Justitie daarnaast om onderzoeken - en, waar de wet dat toestaat, strafrechtelijke vervolgingen - naar personen die stembiljetten zouden verstrekken aan mensen die niet stemgerechtigd zijn, voorrang te geven.
Trump wil ook stemmen per post aan banden leggen
Het meest gevoelige onderdeel van het decreet heeft betrekking op stemmen per post.
Donald Trump vraagt de Amerikaanse postdienst, de USPS, om nieuwe regelgeving uit te werken. Een van de voorgestelde maatregelen is het gebruik van officiële enveloppen met een barcode, zodat zendingen kunnen worden gevolgd. Daarnaast zouden per staat lijsten worden opgesteld van mensen die geregistreerd zijn om per post te stemmen.
Het decreet bepaalt ook dat een stembiljet per post alleen mag worden bezorgd aan iemand die op de betreffende lijst staat.
Het Hooggerechtshof benadrukt daarbij een belangrijk punt: het decreet vraagt de USPS om regelgeving voor te stellen, maar voert zelf geen definitieve regels in die de staten moeten naleven. De postdienst kan bepaalde maatregelen tijdens de verdere regelgevingsprocedure dus nog aanpassen of zelfs schrappen.
Als de USPS uiteindelijk definitieve regels invoert die de staten benadelen, kunnen die staten de regels alsnog voor de rechter aanvechten, aldus de rechters.
Een strijd in aanloop naar de verkiezingen van november
Verschillende staten en het District of Columbia stapten naar de rechter omdat ze van oordeel waren dat de president hun grondwettelijke bevoegdheid om verkiezingen te organiseren, aantastte.
De rechtbank in Massachusetts gaf hen gelijk en blokkeerde de betwiste bepalingen voor de verkiezingen van november. Het Hooggerechtshof oordeelt daarentegen dat de rechtszaak op dit moment voorbarig is.
Volgens de meerderheid van de rechters is het decreet in de eerste plaats een interne instructie van de president aan verschillende federale overheidsdiensten. Het "legt niemand buiten de uitvoerende macht verplichtingen op en verbiedt evenmin iets”, schrijft het Hof.
Rechters Sonia Sotomayor en Elena Kagan waren het daar niet mee eens. In haar afwijkende opinie erkent Sotomayor dat het Hooggerechtshof zich niet uitspreekt over de wettigheid van Trumps maatregelen. Toch vindt ze dat de staten nu al met een voldoende concreet risico worden geconfronteerd om naar de rechter te kunnen stappen.
De uitspraak geeft de regering-Trump dus de ruimte om haar voorbereidingen voor de tussentijdse verkiezingen voort te zetten, maar betekent geen vrijgeleide. De wettigheid van de maatregelen die uiteindelijk worden ingevoerd, kan later alsnog voor de rechter worden aangevochten.