Waarom zoveel Belgen niet werken? Het systeem werkt die keuze in de hand
Nieuw onderzoek van UGent, onder leiding van arbeidseconoom Stijn Baert, legt een ongemakkelijke realiteit bloot. België heeft niet alleen te veel inactieven. Ons land heeft ook te veel mechanismen ontwikkeld die inactiviteit begrijpelijk, verdedigbaar en in sommige gevallen zelfs rationeel maken. “Het heeft niet alleen te maken met het verschil tussen een uitkering en een loon, maar ook met de sociale kortingen die je verliest als je uit werken gaat,” zegt Baert.
Gepubliceerd door Peter Backx
• Bijgewerkt op
Hij maakt dat concreet: “Wie vandaag de stap naar werk zet, moet vaak eerst uitrekenen wat hij precies kwijt is. En dan blijkt dat de netto vooruitgang beperkt is, terwijl de job wel flexibiliteit en engagement vraagt. In zo’n situatie is het niet verrassend dat mensen afhaken nog vóór ze effectief beginnen zoeken.”
Alleen Italië en Roemenië doen slechter
Een aanzienlijk deel van de inactieven maakt die afweging ook effectief. Zo geeft één op de vijf langdurig zieken aan geen werk te zoeken omdat ze er financieel op achteruit zouden gaan. België zit daarmee in de Europese staartgroep. Met een inactiviteitsgraad van ongeveer 23 procent bij 20- tot 64-jarigen doen enkel landen zoals Italië en Roemenië slechter.
De studie van onderzoeksgroep UGent@Work is gebaseerd op een representatieve bevraging van 1.050 Vlaamse inactieven. Het gaat om langdurig zieken, ‘huisouders’ en andere mensen zonder job die ook niet actief naar werk zoeken. De onderzoekers legden hen tientallen mogelijke verklaringen voor, gaande van financiële motieven tot percepties over werkgevers en de arbeidsmarkt. Wat daaruit naar voren komt, is geen eenduidig verhaal van onwil, maar een combinatie van factoren die elkaar versterken en in dezelfde richting duwen.
Werken levert niet altijd meer op
De financiële dimensie springt het meest in het oog. Twintig procent van de langdurig zieken zegt geen werk te zoeken omdat ze voordelen zouden verliezen. Daarnaast geeft 21 procent aan dat hun huidige inkomen volstaat. Wanneer die redenering wordt doorgetrokken naar alle inactieven, blijkt dat ongeveer 30 procent geen financiële noodzaak voelt om opnieuw te werken. Bij huisouders loopt dat zelfs op tot meer dan de helft.
Die cijfers maken duidelijk dat werk voor een deel van de groep niet automatisch wordt gezien als een verbetering van de levenssituatie. Het gaat niet alleen om de vraag of iemand kan werken, maar ook om wat die stap concreet oplevert. Zodra de opbrengst onzeker of beperkt is, wordt niet werken een logische optie.
Die redenering sluit aan bij eerdere analyses over sociale voordelen zoals de verhoogde tegemoetkoming. Wanneer zulke voordelen gekoppeld zijn aan een statuut buiten de arbeidsmarkt, wordt het verlies ervan bij werkhervatting een doorslaggevende factor. Het systeem beschermt, maar creëert tegelijk drempels voor wie opnieuw wil instappen.
Zorg en fiscaliteit sturen gedrag
Naast financiële prikkels spelen ook keuzes een belangrijke rol. Negentien procent van de langdurig zieken geeft aan niet te werken omdat ze zelf willen zorgen voor kinderen of anderen. Bij huisouders is dat zelfs de dominante reden. Drie op de vier geven aan dat zorgtaken de belangrijkste verklaring zijn voor hun inactiviteit.
Opvallend is dat praktische beperkingen, zoals de kost of beschikbaarheid van kinderopvang, minder vaak worden genoemd dan de keuze zelf. Dat wijst erop dat inactiviteit in deze groep niet alleen voortkomt uit beperkingen, maar ook uit voorkeuren en prioriteiten.
Daarbovenop komt een fiscale realiteit die gedrag mee stuurt. Meer dan een derde van de huisouders zegt geen werk te zoeken omdat hun partner dan meer belastingen zou moeten betalen. De beslissing om te werken wordt dus vaak niet individueel genomen, maar binnen het huishouden afgewogen. In die afweging kan een extra inkomen leiden tot een hogere fiscale druk, waardoor de prikkel om te werken afneemt.
De afstand tot de arbeidsmarkt groeit
Wat het onderzoek misschien nog het scherpst blootlegt, is hoe groot de afstand tot de arbeidsmarkt voor een deel van deze groep intussen geworden is. Zes op de tien langdurig zieken hebben een lage intentie om opnieuw werk te zoeken. Over alle inactieven heen gaat het om 63 procent. Slechts een kleine minderheid geeft aan actief op zoek te willen gaan.
Die houding wordt deels verklaard door eerdere ervaringen. Vierentwintig procent noemt een gebrek aan zelfvertrouwen als reden om niet te solliciteren, terwijl 27 procent verwijst naar negatieve ervaringen in het verleden. Daarnaast geeft een deel aan niet goed te weten waar jobs te vinden zijn of welke mogelijkheden er bestaan.
Maar er speelt meer. Voor een aanzienlijke groep is de huidige situatie niet per se problematisch. Bijna de helft van de inactieven ervaart de periode zonder werk als positief. Bij huisouders loopt dat aandeel zelfs op tot meer dan zestig procent. Dat betekent dat niet werken voor een deel van de groep geen tussenfase is, maar een toestand die als stabiel en aanvaardbaar wordt ervaren.
Percepties bepalen gedrag
Een van de meest interessante inzichten uit het onderzoek is de rol van perceptie. Veel inactieven botsen niet alleen op concrete drempels, maar ook op verwachtingen over hoe werkgevers zullen reageren. Bijna 80 procent van de langdurig zieken vreest dat hun gezondheid een nadeel zal zijn bij sollicitaties. Meer dan de helft denkt dat ze minder kans maken omdat ze al langere tijd niet gewerkt hebben. Ongeveer een derde verwacht dat leeftijd een probleem zal vormen.
Volgens onderzoeker Liam D’hert zijn die verwachtingen niet volledig ongegrond, maar werken ze wel door in gedrag. “Onze analyse toont aan dat de aanwervingskansen pas echt afnemen na ongeveer een jaar zonder werk en daarna steeds verder slinken. Dat betekent dat mensen die langere tijd afwezig zijn, effectief minder kansen hebben, en dat ze dat vaak correct inschatten. Tegelijk zien we dat die inschatting ertoe leidt dat mensen minder solliciteren, waardoor die afstand nog groter wordt.”
Die wisselwerking maakt het probleem complexer. De drempels zitten niet alleen in de arbeidsmarkt zelf, maar ook in hoe die arbeidsmarkt wordt gepercipieerd.
Mismatch met de arbeidsmarkt
Ook de aansluiting met de arbeidsmarkt zelf blijkt problematisch. Eén op de vijf inactieven zegt geen werk te zoeken omdat er te weinig jobs zijn die passen bij hun situatie. Daarnaast geeft 26 procent aan dat werkroosters niet combineerbaar zijn met hun leven.
Opvallend is dat ook ervaring en opleiding vaak als drempel worden genoemd. Ongeveer een derde van de inactieven vreest dat hun vaardigheden niet meer aansluiten bij wat werkgevers vragen. Maar dat beeld klopt niet met de realiteit van de arbeidsmarkt, waar een groot aantal vacatures geen specifieke opleiding of ervaring vereist.
Volgens Baert wijst dat op een bredere mismatch. “Dat een aanzienlijk deel van de inactieven aangeeft dat er geen geschikte jobs zijn, terwijl er tegelijk tienduizenden vacatures openstaan zonder diploma- of ervaringsvereisten, zegt iets over hoe mensen naar de arbeidsmarkt kijken. Het probleem zit niet alleen in het aanbod, maar ook in de manier waarop dat aanbod wordt ingeschat.”
Gezondheid blijft doorslaggevende factor
Bij langdurig zieken blijft gezondheid uiteraard een centrale rol spelen. 77 procent noemt fysieke gezondheidsproblemen als reden om niet te werken, terwijl 56 procent wijst op mentale problemen.
Tegelijk blijkt dat die beperkingen niet altijd absoluut zijn. Veel respondenten geven aan dat hun fysieke of mentale belastbaarheid schommelt, wat moeilijk te combineren is met klassieke jobs, maar niet noodzakelijk met elke vorm van werk. Dat opent de vraag in welke mate de organisatie van arbeid beter kan worden afgestemd op die realiteit.
Wat uit het onderzoek naar voren komt, is geen eenvoudig verhaal van mensen die niet willen werken. Het is een samenloop van financiële prikkels, gezinskeuzes, verwachtingen en structurele kenmerken van de arbeidsmarkt die elkaar versterken. In die context wordt niet werken voor een deel van de groep een logische uitkomst van het systeem zoals het vandaag bestaat.