Wie salariswagens wil schrappen, pakt het verkeerde probleem aan (Analyse)
Als er in België geld gezocht wordt, duiken salariswagens steevast op als makkelijke oplossing. 5,2 miljard euro, zo luidt het, ligt klaar als we het systeem afschaffen. Achter die redenering zit een herkenbaar patroon: in het politieke debat worden salariswagens voorgesteld als een oneerlijk voordeel dat gecorrigeerd moet worden. Die framing werkt goed, maar gaat voorbij aan de kern van de zaak. Salariswagens zijn een reactie op de uitzonderlijk hoge belasting op arbeid in België.
Gepubliceerd door Peter Backx
Samenvatting van het artikel
Salariswagens afschaffen zonder de hoge belasting op arbeid aan te pakken verschuift het probleem, maar lost het niet op.
Een makkelijk doelwit
In De Morgen stelde Dave Sinardet: “De pensioenen zijn onbetaalbaar, dus we moeten snoeien. Voor salariswagens geldt die logica blijkbaar niet.” Hij verwees naar een raming van 5,2 miljard euro aan gederfde inkomsten.
Maar die vergelijking houdt geen steek. Pensioenen zijn uitgaven van de overheid. Salariswagens zijn dat niet. Het gaat om een schatting van inkomsten die er misschien zouden zijn in een ander systeem.
In de praktijk werkt het anders. Als salariswagens worden afgeschaft, willen werknemers hun nettoloon behouden en zoeken werkgevers manieren om dat verlies op te vangen. Daardoor is het weinig waarschijnlijk dat die 5,2 miljard effectief binnenkomt.
Een duur privilege?
Zo bekeken is het beeld van een eenvoudig op te halen bedrag moeilijk vol te houden. Het past wel in een bekend patroon. Salariswagens worden voorgesteld als een dure uitzondering en een privilege voor een bepaald segment van werknemers.
De geraamde opbrengst wordt dan neergezet als een eenvoudige besparing die zonder noemenswaardige neveneffecten kan worden doorgevoerd. Het is een simplificatie die weinig rekening houdt met de manier waarop lonen in België tot stand komen.
Tax wedge van 52,5 procent
België zit al jaren bij de koplopers in de OESO als het gaat over belasting op arbeid. Met een tax wedge van 52,5 procent ligt ons land ver boven het gemiddelde. Het verschil tussen wat een werkgever betaalt en wat een werknemer overhoudt, is groot.
Voor bedrijven maakt dat klassieke loonstijgingen duur en weinig efficiënt. Voor werknemers loont extra brutoloon vaak minder dan verwacht. In zo’n systeem zoeken beide kanten naar manieren om dat verschil te omzeilen. Salariswagens zijn daar één van.
Voor werknemers is de redenering eenvoudig: een salariswagen maakt deel uit van hun loon. Mensen willen die wagen gerust opgeven, zolang hun nettoloon gelijk blijft. Voor werkgevers draait het om kost. Als dat voordeel wegvalt, groeit de druk om te compenseren via brutoloon. En dat loopt snel op.
Meer dan een fiscale kwestie
Fiscaal advocaat Michel Maus wijst erop dat het voor veel gezinnen om duizenden euro’s per jaar gaat. Tegelijk verliezen bedrijven een belangrijk instrument in de strijd om talent. Een bedrijfswagen is aftrekbaar en er zijn geen klassieke RSZ-bijdragen op verschuldigd.
Dat maakt het voor werkgevers een stuk haalbaarder dan een hoger brutoloon. Wat op papier eenvoudig lijkt, komt in de praktijk neer op hogere kosten voor bedrijven en minder nettoloon voor werknemers. Het Federaal Planbureau becijfert de kost op 5,2 miljard euro, maar dat blijft een raming die geen rekening houdt met gedragsveranderingen.
Er wordt in dat debat ook zelden gekeken naar de bredere effecten van het systeem. Salariswagens leveren niet alleen fiscale voordelen op voor werknemers en werkgevers, ze genereren ook inkomsten voor de overheid via btw, accijnzen, verkeersbelastingen en vennootschapsbelasting.
Daarnaast spelen ze een rol in de snelle vergroening van het wagenpark, omdat bedrijven sneller investeren in elektrische wagens dan particulieren.
Ook de economische impact is breder dan vaak wordt voorgesteld: een aanzienlijk deel van de activiteit bij autodealers, leasingbedrijven, garages en verzekeraars hangt ermee samen. Dat maakt het beeld van salariswagens als loutere kostenfactor nog minder houdbaar.
Selectieve verontwaardiging
Openbaar vervoer krijgt miljarden steun. Fietsgebruik wordt fiscaal beloond. Mobiliteit wordt op verschillende manieren gestuurd via subsidies en fiscale stimuli. Toch ligt de focus bijna alleen op salariswagens. Het is zichtbaar en dus makkelijk aan te vallen.
Als salariswagens worden afgeschaft zonder iets te doen aan de belastingdruk op arbeid, verschuift het probleem. Werknemers proberen hun koopkracht te behouden. Werkgevers zoeken andere manieren om te verlonen. En er komen nieuwe systemen in de plaats.
De eenzijdige focus op salariswagens laat de onderliggende oorzaak buiten beeld. Zolang lonen in België zo zwaar belast blijven, gaat het vooral om symptoombestrijding.